In augustus 2016 stapt een tengere jongen van zijn fiets. Hij loopt een gokkantoortje binnen in Catania, Oost-Sicilië. Een halve minuut later staat hij weer buiten. Een paar dagen daarna is het kind er weer, samen met een ander jongetje dat speelt met een stapel bankbiljetten in zijn hand. De twee stappen naar binnen. Enkele tellen later staan ze weer op straat, met lege handen. Het pak geld is weg.

Twee jaar later valt de Italiaanse politie met kogelwerende vesten en zware geweren het pand binnen. Het gokkantoortje blijkt een schakel in een groot witwasnetwerk van de twee machtigste maffiaclans van Catania: de familie Santapaola-Ercolano en de Cappello Clan. De clans zijn al decennia betrokken bij drugshandel, afpersing, moord en corruptie. Tijdens de actie worden 28 mensen gearresteerd. De politie neemt 42 panden en 36 bedrijven in beslag, waaronder een luxe villa aan de kust, een autoshowroom, een sportschool en een jetskiverhuur.

Via zeker 46 gokkantoortjes in Oost-Sicilië, die iets weg hebben van ouderwetse internetcafés, wasten de twee maffiaclans volgens justitie zeker tientallen miljoenen aan crimineel geld wit. Met behulp van verschillende goksites die de clans zelf in handen hadden, simuleerden ze transacties die in werkelijkheid nooit hadden plaatsgevonden. Ze deden alsof ze geld inlegden op online pokerspelen of sportweddenschappen en alsof ze de speelwinst kregen uitgekeerd. In werkelijkheid werd er niet gegokt of gewed, maar gebruikten ze de neptransacties enkel om hun geld een wit tintje te geven. Wanneer de Italiaanse rechercheurs zoeken waar al dat geld is gebleven, komen ze uit in Willemstad. De miljoenen aan maffiageld blijken deels te zijn witgewassen via njoybets.com, goldengool.com, betcom29.org en dertig andere goksites die op Curaçao staan ingeschreven.

Podcast Investico

In deze aflevering van Speurwerk hoor je Karlijn en David over de schimmige online goksector op Curaçao. Ze vertellen over kwetsbare bronnen, het opsporen van de eigenaren van gokbedrijven en hoe één van die bedrijven Investico en De Groene Amsterdammer vlak voor publicatie aanklaagt. Luister naar de nieuwe aflevering van Speurwerk.

Curaçao, een land met zo’n 155.000 inwoners in het Koninkrijk der Nederlanden, is met duizenden online casino’s een wereldspeler in het online gokken. In de casino’s gaan vele miljarden om, en ze zijn een vrijhaven voor financiële zaken die het licht niet kunnen verdragen. De online gokkasten worden niet zelden gebruikt door maffia, criminele Russen en de Haagse onderwereld die met de online kansspelen hun criminele geld witwassen.

Online casino’s zijn perfecte witwasmachines, concludeerde de Fiod vorig jaar. Je legt zwart geld in, en zodra je ‘winst’ wordt uitgekeerd is die wit. In de online gokpaleizen kun je betalen met allerhande cryptomunten en andere anonieme betaalmethoden, wat het nog aantrekkelijker maakt voor louche transacties. Criminelen gebruiken de e-casino’s als een soort schaduwbank waar ze onderling betalingen kunnen doen. Daarom is de sector ook gevoelig voor het ontwijken van sancties, omdat je ongezien geld van de ene naar de andere plek kunt krijgen.

Vanwege deze grote risico’s is de goksector in de meeste landen streng gereguleerd. Maar niet op Curaçao: daar beweegt de sector vrijwel volledig buiten het zicht van de overheid. Niet de overheid, maar een handvol private bedrijven bepaalt wie tot de markt wordt toegelaten. Tegen betaling van ongeveer vijfduizend dollar per jaar verlenen zij ‘sublicenties’ aan bedrijven die een online casino willen openen. De Curaçaose overheid heeft werkelijk geen idee wie de casino’s exploiteert en hoeveel geld er door de online gokkasten stroomt.

Terwijl het US Department of State in een recent rapport expliciet waarschuwt dat criminele drugsbendes Curaçaose goksites kunnen gebruiken om crimineel geld wit te wassen, en Curaçaose gokbedrijven opduiken in Amerikaanse, Italiaanse, Braziliaanse, Nederlandse en Russische strafzaken, is er voor zover wij konden vaststellen nog nooit een gokbedrijf strafrechtelijk vervolgd. Het toezicht is uitbesteed aan een stichting die al jaren niet handhaaft.

Platform voor onderzoeksjournalistiek Investico, radioprogramma Argos en De Groene Amsterdammer zetten nu voor het eerst de schijnwerper op deze schimmige sector. We onderzochten geheime overheidsdocumenten, brachten met behulp van internationale leaks in kaart wie de eigenaren zijn van online casino’s en onderzochten buitenlandse rechtbankstukken om te zien hoe criminelen gebruikmaken van een gokwebsite op Curaçao. We spraken met ruim dertig betrokkenen en experts en ontdekten dat de goksector het kleine, jonge land volledig boven het hoofd is gegroeid. De belangen zijn zó groot, de krachten zó sterk, dat de goksector op Curaçao regeert.

Ambtenaren die proberen om de gokbedrijven beter te reguleren, of activisten die misstanden aan het licht brengen, worden tegengewerkt, aangeklaagd of geïntimideerd. Investico en Argos spraken met een ambtenaar die al in de jaren negentig probeerde om de goksector beter te reguleren, maar werd bedreigd en van het dossier afgehaald. We spraken met een hoge ambtenaar die het niet lukte om de sector te reguleren vanwege de sterke lobby van de gokbedrijven. En we spraken met een blogger en activiste die ondergedoken zit omdat ze zich bedreigd voelt, en tegen wie gokbedrijven rechtszaak na rechtszaak aanspannen. Het gokbedrijf Cyberluck spande een kortgeding aan tegen De Groene Amsterdammer om dit artikel vóór publicatie via de rechter te beïnvloeden, maar verloor.

‘In naam der koningin!’ luidt de aanhef van de ‘Landsverordening buitengaatse hazardspelen’ die in juni 1993 in Willemstad wordt aangenomen. De wet, slechts zes artikelen lang, is het vlot waar de gehele Curaçaose online goksector tot op de dag van vandaag op drijft. En die wet deugt niet, zegt John van Schendel, die in de jaren negentig als wetgevingsjurist op het ministerie van Algemene Zaken op Curaçao werkte. ‘Het is de slechtste wet die ik ooit heb gezien, volstrekt in strijd met de basisregels van de democratie.’ Het zit hem nu, bijna dertig jaar later, nog altijd dwars.

Normaal gesproken worden nieuwe wetten geschreven door ambtenaren als Van Schendel. Maar zo ging het deze keer niet. Een Curaçaos parlementslid diende het wetsvoorstel in zonder dat de juristen van het ministerie er iets van hadden gezien. ‘Anders was die wet er zo nooit gekomen’, zegt Van Schendel. De raad die officieel advies moet geven over nieuwe wetgeving vindt de wet veel te summier en oordeelt dat die flink moet worden aangepast ‘opdat de naam van Curaçao en de Nederlandse Antillen internationaal geen schade ondervindt’. Maar dat gebeurt niet. Op 8 juni 1993 is de wet een feit.

Sindsdien is de goksector op Curaçao bijna ongereguleerd. De wet bepaalt niets over toezicht of straffen bij overtredingen, stelt geen enkele eis aan de exploitanten van online casino’s, bevat geen regels tegen witwassen en geen garanties dat spelers eerlijk worden behandeld. Het enige vereiste is dat bedrijven die online casino’s willen openen een vergunning van de overheid aanvragen.

John van Schendel moet rond 1995 die vergunningen gaan uitgeven. Hij herinnert zich dat hij onder druk werd gezet door ‘loterijkoning’ Robbie dos Santos. ‘Robbie kwam op mijn kantoor langs met twee gewapende lijfwachten die aan weerszijden van mijn deur op de gang werden gepositioneerd. Ik had maar te luisteren. Ik vond het doodeng, ik kreeg er Gestapo-achtige gevoelens bij.’ In overheidsdocumenten uit die tijd staat dat ook politici ‘enorme druk’ zetten op Van Schendel om snel een vergunning te geven aan tiss nv, een bedrijf dat op dat moment wordt bestuurd door Gregory Elias, ‘de koning van de trustwereld’. ‘Mijn deur werd platgelopen, de telefoon stond niet stil. Ministers werden door vriendjes gepusht en vroegen mij: “Hé John, is het al klaar?”’ Elias zegt nu in een reactie dat tiss nv ‘nimmer druk heeft uitgeoefend op wie dan ook’ om snel een vergunning te verstrekken. Hoe dan ook: Elias’ bedrijf is volgens overheidsdocumenten het eerste dat via een spoedprocedure een vergunning bemachtigt. Er volgt nog een handvol andere bedrijven die ook een vergunning ontvangen.

Kort daarna gebeurt er iets merkwaardigs. Het gokbedrijf van ‘trustkoning’ Elias vraagt Van Schendel of ze hun vergunning ook mogen uitlenen aan andere bedrijven, blijkt uit overheidsdocumenten uit die tijd. Die andere bedrijven zouden dan zonder vergunning van de overheid goksites kunnen opzetten. Ze zouden niet werken met een licentie van de overheid, maar van een privaat bedrijf. Van Schendel schrijft namens de minister van Financiën een stellig antwoord: ‘De huidige Landsverordening maakt een dergelijke onderverdeling van vergunningen niet mogelijk’, staat in de conceptbrief aan Elias. ‘Daarnaast heeft de Regering het standpunt ingenomen dat zulks ook onwenselijk is.’ Of de brief daadwerkelijk aan Elias is verstuurd valt niet meer te achterhalen.

Maar al snel merkt Van Schendel dat de paar bedrijven met een vergunning precies doen wat volgens de conceptbrief juist niet kan: ze geven ‘sublicenties’ uit aan andere bedrijven die een online casino willen openen. En dat gebeurt tot op de dag van vandaag. Op dit moment zijn er slechts een paar bedrijven met een officiële overheidsvergunning. Antillephone, Cyberluck en Gaming Services Provider verkopen ‘sublicenties’ aan bedrijven die een online casino willen beginnen. In een folder van het bedrijf Gamblingtec staat omschreven hoe makkelijk het gaat. ‘Om direct een licentie te krijgen moet je een lokaal bedrijf opzetten, management inhuren, wat hardware (servers) inschepen en je bent klaar om te beginnen!’ De kosten? Vijfduizend dollar per jaar.

‘De rechtszaken beheersen alles, het is een gruwelijke ervaring. Ik kan inmiddels kwartetten met sommaties en voel me enorm in de steek gelaten’

De echte grootverdieners van de online goksector zijn echter niet de ‘masterlicentiehouders’ maar de trustkantoren. Want bedrijven die een online casino op Curaçao willen openen moeten naast een vergunning ook een Curaçaos brievenbusbedrijf hebben. Curaçaose trustkantoren beheren naar schatting honderden tot duizenden brievenbusbedrijven voor goksites, die zo’n 22.000 euro per jaar betalen voor een Curaçaose brievenbus.

De opkomst van het online gokken eind jaren negentig komt voor de trustsector als geroepen. Sinds de Tweede Wereldoorlog heeft de sector een sterke positie op het eiland. Het concept ‘trustdiensten’ – het opzetten en beheren van bedrijven voor buitenlandse klanten – is zelfs op Curaçao uitgevonden. Net voor de Tweede Wereldoorlog verplaatsten Nederlandse multinationals als Philips, Unilever en Shell zich naar Willemstad, zodat de nazi’s hun bedrijven niet konden confisqueren. Ze lieten hun Caribische bedrijven beheren door een Nederlandse notaris die later het eerste trustkantoor van de Antillen zou beginnen. Na de Tweede Wereldoorlog bood de Antillenroute broodwinning voor de trustkantoren. Maar wanneer deze lucratieve belastingroute eind jaren negentig wordt gesloten, dreigt de teloorgang van de trustsector. De opkomst van online gokken biedt nieuwe kansen.

Hoeveel online casino’s er inmiddels op Curaçao zijn, is onbekend. Afgelopen december deed de minister van Financiën een oproep in het Antilliaans Dagblad waarin hij gokbedrijven verzocht om zich vrijwillig in te schrijven in een database, zodat de overheid ‘een beter inzicht kon verkrijgen van de online gaming sector’. In reactie op vragen laat het ministerie weten dat de online database nog niet werkt omdat er ‘wat vertraging is opgelopen’. Het Openbaar Ministerie van Curaçao schat dat er zo’n duizend Curaçaose goksites zijn, de Curaçaose ser houdt het op zeven- tot negenhonderd bedrijven.

Follow the Money schreef eerder dat er in de afgelopen vijf jaar zo’n tienduizend illegale casino’s vanuit Curaçao hadden geopereerd. Met behulp van een web scraper, een computerprogramma dat geautomatiseerd gegevens van websites verzamelt, stelden wij zelf een lijst samen van Curaçaose goksites met sublicenties. In totaal vonden we ruim vijfhonderd bedrijven die gezamenlijk ruim drieduizend actieve goksites exploiteren, waarvan zo’n zeventienhonderd mét vergunning en de rest zonder. Met behulp van deze lijst kunnen we voor het eerst zien welke goksites vanuit Curaçao draaien en welke trustkantoren en licentiehouders aan de sites verbonden zijn. Toch is dat naar verwachting nog steeds maar een klein deel van alle Curaçaose goksites: in de lijst zijn enkel Engelstalige sites opgenomen. Om het in perspectief te plaatsen: Malta, een van de belangrijkste goklanden ter wereld, telt 201 bedrijven met een online gokvergunning.

Hoeveel geld er in de online gokpaleizen omgaat is eveneens onbekend. De omzet stroomt vaak niet door Curaçao, maar door anonieme bedrijven in Engeland, Ierland of Malta, waardoor Curaçao niet goed weet hoeveel geld er door de Caribische casino’s loopt. Maar het zal veel zijn. SoftSwiss, dat meer dan honderd Curaçaose gokwebsites exploiteert, zegt dat er op haar sites maandelijks vijf miljard euro wordt ingelegd – dat komt neer op een jaartotaal van zestig miljard voor slechts een klein deel van de duizenden websites.

De meeste goksites uit onze database, met namen als beepbeepcasino.com, bonanzagame.com en bingofest.com, werken met een vergunning van Cyberluck NV, een van de bedrijven met een overheidslicentie. Wie de eigenaar is van deze grote ‘masterlicentiehouder’ is onbekend. Cyberluck beantwoordt onze vragen daarover niet. Veel goksites van Cyberluck staan ingeschreven in Landhuis Joonchi, een grote villa in Willemstad die schuilgaat achter een bos en een bewaakte poort. Dat landhuis is het kantoor van de ‘trustkoning’ van Curaçao, Gregory Elias. Elias is naar verluidt de rijkste man van Curaçao en werd wereldwijd bekend toen hij in 2016 een concert van de Rolling Stones op Cuba organiseerde. In een reactie zegt hij geen enkele relatie te hebben met Cyberluck of de betrokken trustkantoren.

Trustkantoren zorgen ervoor dat de echte eigenaren van de online casino’s anoniem blijven en geldstromen onzichtbaar worden. Met behulp van internationale leaks uit belastingparadijzen zoals de Panama Papers en de Pandora Papers kunnen we voor het eerst toch enkele eigenaren identificeren. Wat direct opvalt is dat we vooral Russische, Oekraïense en Belarussische eigenaren vinden. Zo stuiten we op Ihar uit Belarus die enkele jaren als bewaker in een staatslandbouwbedrijf werkte en later werkloos werd. Hij is eigenaar van de website realmoneyonlinepokies. Real money lijkt hij zelf niet te hebben: een jaar voordat hij zijn gokbedrijf opricht rijdt hij nog een twintig jaar oude Volvo 440 en woont hij met drie personen in een krap appartement zo’n honderd kilometer buiten Minsk. Volgens een gelekte database van de douane, die collega-journalisten uit Belarus voor ons bekeken, heeft hij nooit een voet buiten Belarus gezet.

Andere eigenaren van de online casino’s lijken op het eerste gezicht ook geen gokmagnaten: één is een 26-jarige medewerker van een Russisch trustkantoor, een ander woont in een grauw flatgebouw in een buitenwijk van Sint-Petersburg, en weer een ander in een vervallen sovjetblok in de West-Oekraïense stad Loetsk. Niet het typische optrekje voor een gokbaas.

‘Ik lever graag een bijdrage aan het verbeteren van het imago van de goksector’, schrijft Jamir Barton wanneer we om een interview vragen. Barton is op dat moment voorzitter van de Curaçaose Gaming Control Board, die sinds 2020 verantwoordelijk is voor het toezicht op de online goksector. Vóór 2020 was er geen enkele instantie die actief toezicht hield. In e-mails in handen van Investico schrijft het Curaçaose ministerie van Justitie die taak in 2013 te hebben overgedragen aan het ministerie van Financiën. Maar het officiële besluit daarover werd pas in 2019 genomen, en Financiën schrijft eind dat jaar dat het niets kan doen omdat het ministerie van Justitie de dossiers nog niet heeft doorgestuurd. In 2020 besluit het ministerie van Financiën het toezicht door te schuiven naar de Gaming Control Board. Dat is een ‘overheidsstichting’ die onder toezicht staat van een consultant, een belastingadviseur en een psycholoog.

We willen graag spreken met Barton om te begrijpen hoe deze stichting toezicht houdt op de duizenden goksites. Maar een gesprek houdt hij af, en de meeste schriftelijke vragen worden niet beantwoord. Wel erkent de Gaming Control Board dat ze nog altijd geen toezicht houdt. De stichting is nu, ruim twee jaar nadat ze die taak kreeg, nog altijd bezig met het opstellen van beleid en richtlijnen, en doet niets totdat het beleid is vastgesteld. ‘In principe hebben we het toezicht de afgelopen jaren allemaal zelf gedaan’, zei Angelique Snel-Guttenberg, ceo van Cyberluck, een van de masterlicentiehouders, in een interview vorige maand. De overheid komt er niet aan te pas.

Het is volgens de Curaçaose ser zo erg dat Curaçao niet meer ‘aux sérieux’ wordt genomen door andere landen, en het voor gokbedrijven onmogelijk is geworden een bankrekening te openen vanwege de grote risico’s op witwassen. Gokbedrijven kunnen alleen nog bij minder streng gereguleerde betaaldienstverleners terecht. Ondertussen heeft het hele land last van de slechte reputatie van de goksector: Curaçao wordt steeds vaker uitgesloten van het internationale betaalverkeer omdat banken bang zijn voor witwasschandalen.

Aangezien het opzetten van een casino volledig buiten het zicht van de overheid kan gebeuren, en overheidstoezicht niet bestaat, zijn Curaçaose gokbedrijven een toevluchtsoord geworden voor criminelen. Curaçaose goksites duiken op in Braziliaanse, Amerikaanse, Nederlandse, Russische en Italiaanse strafzaken. Zo zat de ‘Haagse godfather’ en drugshandelaar Piet S. volgens politie en justitie achter de in Nederland illegale sportgoksite edobet.com. Volgens het OM vervoerde S. vele tonnen drugs naar Nederland. Enkele profvoetballers van Sparta hadden aandelen in het gokbedrijf, en oud-prof Dirk Kuijt werd als getuige gehoord in het strafrechtelijk onderzoek omdat hij regelmatig gokte via Curaçao. Volgens het Algemeen Dagblad zou hij zijn speelwinst cash in plastic tassen overhandigd hebben gekregen bij een tankstation.

Ook de Italiaanse maffia weet de weg naar Willemstad te vinden. Toen Maltese autoriteiten in 2018 de vergunningen van enkele gokwebsites introkken die volgens de Italiaanse justitie zouden zijn gebruikt om geld wit te wassen voor de ‘baas der bazen’ van de Siciliaanse maffia verplaatsten deze websites zich naar Curaçao. Het bedrijf achter deze sites, Riota BV, had in 2020 nog altijd enkele actieve websites in de lucht.

De belangenvereniging voor Curaçaose gokbedrijven stelt in een reactie dat de banden tussen criminelen en de Curaçaose goksector ‘roddels’ zijn. Volgens de vereniging geven ‘masterlicentiehouders’ hun vergunning door ‘met medeweten en instemming van de regering’ en staan gokbedrijven ‘onder streng toezicht van particuliere ondernemingen’. Het voorkomen van betrokkenheid bij criminele zaken is een ‘prominent aandachtspunt’ voor de sector. De gokbedrijven zeggen dat zij bij de Gaming Control Board doorgeven hoeveel goksites er onder hun vergunning werken.

Jurist John van Schendel ziet het met lede ogen aan. ‘Het is net als een schip dat bij vertrek uit de haven het kompas één graad verkeerd afstelt’, zegt hij. ‘Aan het einde van de reis kom je dan misschien wel honderden kilometers uit de route aan. Bij wetgeving is dat precies zo. Voor mij was het destijds reden om op de rem te trappen. Maar het heeft niet mogen baten.’

Hoeveel geld er in de gokpaleizen omgaat is onbekend. De omzet stroomt vaak niet door Curaçao, maar door anonieme bedrijven in Engeland, Ierland of Malta

Hoe heeft het zo uit de hand kunnen lopen? Hoe kon één klein wetje uitmonden in een ongereguleerde, ongecontroleerde miljardenindustrie? Dat komt doordat bestuurders die de regels wilden aanscherpen, toezicht wilden versterken of activisten die misstanden wilden blootleggen werden geïntimideerd, tegengewerkt of aangeklaagd.

Dat begint al in de jaren negentig met John van Schendel. Als hij in de gaten krijgt hoe slecht de wetgeving in elkaar zit, schrijft hij meteen een nieuwe wet om de fouten te herstellen. ‘Maar die is nooit verder gekomen dan de tekentafels’, zegt hij. ‘Het werd vastgehouden door de minister, en dan houdt het gewoon op.’ Als Van Schendel ontdekt dat de gokbedrijven sublicenties verkopen, iets wat hij net daarvoor nog had afgekeurd, neemt hij contact op met de recherche. Die wil volgens Van Schendel een inval doen bij het gokbedrijf om het gebruik van sublicenties aan banden te leggen. Maar opnieuw steekt de minister van Justitie stokken in de wielen. ‘Die gaf de voorkeur aan behoud van werkgelegenheid’, zegt Van Schendel. Kort daarop wordt het dossier bij hem weggehaald. ‘Toen was de enige kritische stem op het ministerie weg. En dat is best wel heel droevig.’

De goksector gokt in de jaren daarna rustig door, en Curaçao krijgt steeds meer internationale kritiek vanwege de risico’s op witwassen. Rond 2007 waagt een jurist op het ministerie van Justitie zich opnieuw aan het schrijven van een nieuwe wet. Hij wil anoniem blijven omdat hij problemen verwacht als zijn naam bekend wordt. ‘We wilden de sector aan banden leggen’, zegt hij, ‘en zorgen dat de gokbedrijven niet misbruikt werden voor witwassen of terrorismefinanciering.’ Maar ook deze ambtenaar lukt het niet. ‘De gokbedrijven hielden nieuwe wetgeving tegen. Het is er nooit van gekomen.’

In 2013 waagt minister van Justitie Nelson Navarro een nieuwe poging. Hij neemt een officieel landsbesluit waarin strengere eisen, beter toezicht en een expliciet verbod op sublicenties worden geregeld. Maar twee maanden later wordt dat besluit alweer ingetrokken. De officiële verklaring wijst naar een juridisch probleem: éérst moet de wet veranderd worden, pas dan kunnen er in lagere regelgeving strengere eisen worden gesteld aan gokbedrijven. Maar die nieuwe wet komt er nooit. De enige poging om gokbedrijven strenger te reguleren en het systeem van sublicenties aan banden te leggen, wordt direct weer de nek omgedraaid.

Eind 2019 is er één wet die het wél haalt. De Curaçaose minister van Financiën zet het parlement voor het blok: geef snel je goedkeuring aan een aantal nieuwe belastingwetten, anders komt Curaçao op 1 januari van het nieuwe jaar op een Europese zwarte lijst van belastingparadijzen, en dreigt de financiële sector te vertrekken. In een uitermate rommelige procedure, waarbij de meeste beslissingen tijdens het reces tussen Kerstmis en Oud en Nieuw worden genomen, stemt het parlement in met een ingrijpende hervorming van het belastingstelsel. ‘We hadden totaal geen inzicht in waar we over stemden’, zegt een parlementariër die destijds de coalitie steunde.

Uit de wetsteksten blijkt dat brievenbusbedrijven sinds 1 januari 2020 geen winstbelasting meer hoeven te betalen. Alleen ‘binnenlandse bedrijven’ dragen nog belasting af. De minister van Financiën heeft Curaçao zo vrijwel onopgemerkt tot een belastingparadijs voor gokbedrijven gemaakt. Zij hoeven sindsdien geen winstbelasting meer te betalen, het arme Curaçao verdient niets meer aan de miljardenindustrie.

In april van dit jaar stappen we in een vliegtuig naar een geheime bestemming om blogster en activiste Nardy Cramm te ontmoeten. Ze is de spil achter knipselkrant-curacao.com, een gratis website waar ze nieuwsberichten en blogs over het Caribisch gebied publiceert. Ze schrijft veel over de goksector, en dat is de reden waarom we op een geheime plek moeten afspreken. Cramm vreest al jaren voor haar veiligheid en in 2017 laat het Nederlandse Openbaar Ministerie haar opnemen in een officieel beveiligingsprogramma. Na een jaar wordt dat stopgezet: de dreiging zou zijn afgenomen. Maar Cramm vertrouwt het nog altijd niet. Ze verblijft momenteel op een geheim adres in het buitenland omdat ze zich in Nederland niet meer veilig voelt. ‘Er zijn mensen geweest die ’s nachts om mijn huis slopen, ik ben meerdere keren op een verdachte manier van de weg gereden, en ik word stelselmatig bedreigd en geïntimideerd. Ik ben heel bang dat mij hetzelfde lot wacht als Helmin Wiels.’

Parlementslid en leider van de partij Pueblo Soberano Helmin Wiels liep op 5 mei 2013 op de Playa Marie Pampoen, enkele kilometers buiten Willemstad, toen er negen kogels op hem werden afgevuurd. De populaire politicus was op slag dood. Nu, negen jaar later, is de moord nog altijd niet opgelost. De huurmoordenaars die de schoten losten zijn gepakt, maar degene die de uiteindelijke moordopdracht gaf is nog altijd op vrije voeten. Op zaterdag, de dag voor de moord, gaf Wiels een twee uur durende toespraak op YouTube waarin hij de goksector beschuldigde van belastingontduiking. Hij kondigde aan na het weekend een ‘bom’ over de goksector naar buiten te brengen. Zo ver kwam het niet. In een intern document van het Nederlandse ministerie van Binnenlandse Zaken, dat wij via een Wob-verzoek in handen kregen, staat dat ‘uit het strafrechtelijk onderzoek duidelijk is geworden dat personen uit de hoogste niveaus van het politieke en het gokwezen betrokken zijn’.

Blogger Nardy Cramm is bang dat zij op een dodenlijst staat. Voor Cramm begonnen de problemen in 2012. De Friezin woont op dat moment al jaren op Curaçao en werkt als onderzoeker voor advocatenkantoren. Tijdens een van die onderzoeken, waar ze niets over kan vertellen wegens een geheimhoudingsplicht, stuit ze op de online gokbedrijven. ‘Op dat moment had ik nog geen idee hoe groot en gevaarlijk die sector was’, zegt ze. ‘Maar ik kreeg bedreigingen, werd geschaduwd, en er stonden constant geblindeerde zwarte auto’s voor mijn huis. Ik werd gewaarschuwd dat ik moest oppassen omdat ik me met de “verkeerde mensen” zou bemoeien. Ik kreeg het gevoel dat er iets helemaal mis was, en besloot in maart 2013 naar Nederland te vluchten.’ Twee maanden later wordt Helmin Wiels vermoord.

George van Zinnicq Bergmann, voorzitter van de Curaçao Online Gaming Associatie, zegt in een reactie dat hij het heel vervelend vindt dat Cramm zich bedreigd voelt. Hij adviseert ons om ‘onderzoek te doen naar de geloofwaardigheid van mevrouw Cramm en haar complottheorieën’. Het leggen van een link met de moord op Helmin Wiels vindt hij ‘bijzonder pijnlijk en onverantwoordelijk’.

Als Cramm in 2013 naar Nederland komt verblijft ze in haar ouderlijk huis in Friesland, en daar begint ze te schrijven voor de Knipselkrant. ‘Ik zat maar thuis, en bedacht dat het mooi zou zijn om mensen op Curaçao van onafhankelijke informatie te voorzien. Persvrijheid op Curaçao is een moeilijk goed.’ De eerste jaren houdt ze zich verre van de goksector, maar de laatste jaren verschijnen op de Knipselkrant steeds meer stukken over gokbedrijven: Cramm publiceert gepeperde artikelen, eigen onderzoek en knipsels uit Nederlandse media over goksites op Curaçao. Ze noemt de sublicenties ‘illegaal’ en beschrijft Curaçao als een ‘witwaswalhalla’. Momenteel heeft de Knipselkrant zo’n twintigduizend lezers per dag, in de hoogtijdagen zijn dat er volgens Cramm zelfs meer dan honderdduizend. Sinds 2019 heeft ze ook een stichting waarmee ze namens gedupeerde spelers rechtszaken aanspant tegen Curaçaose gokbedrijven.

Maar sinds anderhalf jaar wordt het Cramm bijna onmogelijk gemaakt om te publiceren. Ze wordt bestookt door gokbedrijven en trustkantoren die op Curaçao rechtszaken tegen haar aanspannen, spreekverboden en dwangsommen van wel honderdduizend euro eisen. De bedrijven eisen rectificaties van soms wel jaren oude artikelen en stellen dat het onrechtmatig is om sublicenties ‘illegaal’ te noemen. De sector is van mening dat sublicenties legaal zijn en verwijst daarvoor naar jurisprudentie.

De Nederlandse advocaat van gokbedrijf Cyberluck Bas Jongmans lanceerde zelfs de site knipselkrantprocedure.com, waar hij ‘gedupeerden’ van de Knipselkrant gratis rechtszaken aanbiedt. ‘Via de Knipselkrant zegt Nardy Cramm op reguliere basis nare dingen over Curaçao en haar inwoners’, schrijft Jongmans in een blog. ‘Nardy lijkt altijd verdrietig en boos op alles en iedereen. Ik bied daarom iedereen op Curaçao die door Nardy en haar Knipselkrant is gedupeerd gratis mijn diensten aan.’ Jongmans liet de website van Cramms private onderzoeksbureau uit de lucht halen en publiceerde op knipselkrantprocedure.com een foto van haar ouderlijk huis in Friesland. Jongmans stelt in een reactie dat Cramm hem ten onrechte beschuldigt van het werken voor personen met banden met criminele organisaties, en laat weten dat zijn blog ‘ludiek’ bedoeld was.

Het is de vraag of Cramm bij de Curaçaose rechter wel een eerlijke kans krijgt om zich te verdedigen. Een van de zaken werd behandeld door rechter Kimberly Lasten. Zij werkte voorheen als advocaat voor gokbedrijven en tekende in 2014 sommaties en schadeclaimbrieven in een poging om de Knipselkrant uit de lucht te halen. Toen gokbedrijven in 2021 een zaak aanspanden tegen Cramm moest Lasten als rechter oordelen over diezelfde Knipselkrant, en vonniste in het voordeel van de gokbedrijven.

Volgens het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, dat ook op Curaçao geldt, moeten rechters zich verschonen als zij een belangenconflict hebben of als er een schijn is van partijdigheid. Dat gebeurde hier niet. Lasten laat via de persrechter weten dat zij in deze zaak geen aanleiding heeft gezien om zich te verschonen, en dat partijen altijd in hoger beroep kunnen gaan als zij het niet eens zijn met een uitspraak.

De gokbedrijven eisen rectificaties van soms wel jaren oude artikelen en stellen dat het onrechtmatig is om sublicenties ‘illegaal’ te noemen

Rechter Lasten schreef in haar vonnis een opmerkelijk standpunt toe aan Cramm, namelijk dat Cramm zou onderschrijven dat sublicenties legaal zijn, iets wat zij juist ten hevigste bestrijdt. Dit vonnis wordt nu in andere rechtszaken gebruikt om Cramm tot rectificaties te dwingen. Cramm ging in hoger beroep maar wacht al meer dan een jaar op een uitspraak.

In een andere zaak weigerde de rechtbank aan Cramm te laten weten welke rechters haar zaak zouden behandelen, omdat dit een ‘interne aangelegenheid’ zou zijn. Volgens de gedragscode van de rechtspraak en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens moeten de namen van rechters altijd op voorhand bekend worden gemaakt. Na navraag zegt de rechtbank dat het een foutje was.

Inmiddels heeft Cramm drie kortgedingen achter de rug, die ze alle drie heeft verloren. Met een van de Curaçaose vonnissen liet het gokbedrijf Cyberluck via advocaat Jongmans en een Nederlandse deurwaarder voor bijna honderdduizend euro beslag leggen op Cramms Nederlandse bankrekeningen. Afgelopen december bepaalde de rechter dat Cramm nooit meer iets mag publiceren waarin staat dat gokbedrijf Cyberluck illegale sublicenties aanbiedt, op straffe van een dwangsom van ruim 21.000 euro per dag. Cramm ging wederom in hoger beroep, maar terwijl de kortgedingen binnen enkele weken werden ingepland en afgerond, wacht ze nog altijd op uitspraken in hoger beroep.

En het gaat maar door. Vorige maand moest Cramm in de krant lezen dat er weer een nieuwe rechtszaak zou komen. ‘“Class action” tegen Cramm/Knipselkrant’, kopte het Antilliaans Dagblad. Deze ‘class action’ wordt gevoerd door twee trustkantoren en het gokbedrijf Cyberluck. De bedrijven eisen dwangsommen van in totaal bijna 1,3 miljoen euro. Cramm zegt geen advocaat te kunnen betalen, omdat haar bankrekeningen wegens vorige rechtszaken al zijn bevroren. ‘Ze willen me kapot hebben’, zegt ze. ‘De rechtszaken beheersen alles, het is een gruwelijke ervaring. Ik kan inmiddels kwartetten met sommaties en voel me enorm in de steek gelaten.’

Dat is precies de strategie, zegt Matthew Caruana Galizia. Hij is actievoerder voor persvrijheid sinds zijn moeder Daphne Caruana Galizia in 2017 op Malta werd vermoord door een autobom. Ook zij was blogger, schreef over misstanden in de Maltese goksector en werd uiteindelijk vermoord in opdracht van de grootste casinobaas van het eiland, omdat ze zijn corrupte deals in de energiesector op het spoor was. Op het moment van haar dood liepen er 46 rechtszaken tegen haar.

‘Dit soort rechtszaken isoleert mensen die misstanden aan het licht brengen, precies zoals bij mijn moeder gebeurde’, zegt Caruana Galizia in reactie op de procedures tegen Cramm. ‘Mensen met diepe zakken richten de enkeling die hen ter verantwoording roept te gronde. Vooral kleine landen als Malta of Curaçao zijn hier kwetsbaar voor. Met dit soort rechtszaken worden niet alleen de mensenrechten van Nardy Cramm geschonden, een heel land wordt bestolen van toegang tot informatie. De bedoeling is om het publieke debat te smoren.’

Cyberluck ontkent dat de rechtszaken tegen Cramm zijn bedoeld om haar te gronde te richten of om ervoor te zorgen dat zij niet kritisch kan schrijven over Cyberluck en de gaming-industrie. Cyberluck zegt de uitlatingen van Cramm met legitieme rechtsmiddelen te bestrijden.

Op 10 oktober 2010 wordt de vlag van de Nederlandse Antillen voor de allerlaatste keer gestreken, netjes opgevouwen en overhandigd aan de laatste minister-president van de Antillen. Onder luid applaus en gejoel rijst dan een blauwe vlag met gele band en twee witte sterren naar de top van de mast: de vlag van het nieuwe land Curaçao. ‘Viva Kòrsou!’ klinkt het. Curaçao is een zelfstandig land geworden.

Nederland grijpt het uiteenvallen van de Antillen op ‘10/10/10’ aan om meer invloed te eisen op de rechtsstaat op Curaçao, Aruba en Sint Maarten. Vanwege hun kleine omvang – Curaçao is ongeveer zo groot als de gemeente Maastricht – zijn de nieuwe landen kwetsbaar voor corruptie en vriendjespolitiek. Nederland wordt medeverantwoordelijk voor de rechtsstaat, voor het bestrijden van witwassen en zware criminaliteit, en voor instituties als de rechtbanken, het Openbaar Ministerie en de politie, spreken de landen af in de zogenoemde Rijksconsensuswetten. ‘De sterkere rol van Nederland is belangrijk voor de rechtsbescherming van burgers op Curaçao’, zegt emeritus hoogleraar koloniale en postkoloniale geschiedenis Gert Oostindie. ‘Niet zelden gaat het dan om de bescherming van burgers tegen hun eigen politici.’

Juist die waarden en instituties waar Nederland medeverantwoordelijk voor is wankelen onder druk van de goksector, en dat is dus zowel een probleem voor Curaçao als voor Nederland. Maar in een web van gedeelde verantwoordelijkheden glippen criminelen makkelijk tussen de mazen door. Het is de verantwoordelijkheid van de Curaçaose regering om de wetgeving voor gokbedrijven aan te passen en te zorgen dat er toezicht komt. Dat gebeurt al dertig jaar niet, en Nederland dringt wel aan, maar kan niets afdwingen.

Ondertussen grijpt ook het Curaçaose Openbaar Ministerie niet in. Het OM wíl niets doen zolang de regels en het toezicht niet worden verbeterd, blijkt uit een brief uit 2017. ‘Hoewel het Openbaar Ministerie het juiste instituut is om criminele onderzoeken op Curaçao uit te voeren, denken we dat het niet juist is om strafrecht aan te wenden om gebreken in regels en regulering te vullen’, schrijft de Curaçaose openbaar aanklager.

Eind 2021, bijna vijf jaar en meerdere buitenlandse strafzaken verder, acht het Curaçaose OM zichzelf nog altijd niet in staat om gokbedrijven te vervolgen. In een ambtsbericht in handen van Investico schrijft de officier van justitie dat ‘het strafrechtelijk vervolgen van online gambling bedrijven een complexe materie betreft. In verband met die complexiteit moet onderzocht worden of en welke rol het strafrecht in deze materie speelt of kan spelen.’ Tot die tijd kan het Openbaar Ministerie geen strafonderzoek beginnen, schrijft de officier van justitie.

Die houding illustreert de gevoelige verhoudingen tussen Nederland en Curaçao, zegt hoogleraar Oostindie. ‘Als het Openbaar Ministerie de grenzen opzoekt wordt dat heel politiek geïnterpreteerd en wordt het al snel als neokoloniaal neergezet. Het OM zal dus altijd zeggen: “Als we de goksector willen aanpakken, pak dan de regels aan.”’ Het Curaçaose Openbaar Ministerie reageert niet op wederhoorvragen.

Sinds 2020 probeert Nederland steeds dwingender de regels voor de goksector te veranderen. Wanneer het coronavirus de wereld platlegt komt Curaçao direct in een economische crisis terecht. De hotels zijn leeg, de toeristen blijven weg en de pandemie dreigt het eiland in een faillissement te storten. Nederland springt bij met leningen van ruim vierhonderd miljoen euro, in ruil voor verdere invloed op het eiland. Een van de voorwaarden voor de leningen is dat Curaçao een plan maakt voor de ‘modernisering en hervorming’ van de online goksector.

De Nederlandse bemoeienis leidt tot woede bij Curaçaose ministers, die Nederland neokolonialisme verwijten. Nederland en Curaçao bakkeleien nu al maanden over de precieze uitvoering van de plannen: Nederland wil zaken kunnen afdwingen, Curaçao weigert dat. De aanpassingen in de goksector komen nog niet echt van de grond. De minister stelde afgelopen december in het Antilliaans Dagblad dat het ‘een van de prioriteiten’ is om de bedrijfsvoering van de gokbedrijven met een overheidsvergunning ‘veilig te stellen’.

Hoogleraar Oostindie verwacht dat Nederland de hervorming van de goksector niet zal opgeven. Maar het is de vraag of vasthoudendheid voldoende is. ‘In de jaren tachtig had Curaçao een enorme financiële sector. Toen die onder verdenking kwam te staan van belastingontduiking en witwassen van drugsgeld heeft Nederland op de eilanden de duimschroeven enorm aangedraaid, terwijl de financiële sector in Nederland rustig mocht blijven doorgroeien. Dat werd op Curaçao als onredelijk gezien. Het is prima dat Nederland nu zegt dat de financiële sector op Curaçao moet worden aangepakt. Maar als je serieus bent moet je dat ook in eigen land doen.’