Het Haagse Terra College

Rouw, regels en wij versus zij

Na de moord op onderdirecteur Hans van Wieren werd het Haagse Terra College omsingeld door de pers. «Misschien is een ramp als deze nodig om wakker te worden en in alle gelederen de discussie aan te gaan.»

In de berm voor het Terra College loopt iedereen te telefoneren. Journalisten schreeuwen alvast hun eerste regels door aan hun redacties. Scholieren bellen koortsachtig met elkaar. «Waar blijf je nou, man, het gaat echt beginnen.» Agenten van het politiekorps Haaglanden geven elkaar berichten door over de gang van zaken rond het gebouw.

Het is vrijdagochtend half tien. Over een half uur begint de herdenkingsbijeenkomst in de aula van de school, waar dinsdag 13 januari onderdirecteur Hans van Wieren te midden van scholieren in de kantine werd doodgeschoten. Onmiddellijk nadat het nieuws bekend werd, groeide de Haagse vmbo-school uit tot een hot spot. Van alle kanten stroomden journalisten, cameramensen en fotografen naar de wijk Morgenster — een grote naoorlogse woonbuurt met lange brede straten met aan weerszijden monotone rijen flats — om quotes en beelden te scoren. «Hier, op deze plek, heeft Murat geschiedenis geschreven», zegt een Turkse leerling op zilveren schoenen met plechtige stem. Zijn vrienden fluisteren: «Zeg het dan tegen die journalisten, dat hij opgefokt was. We zagen hem afglijden. Drugs en drank.» De jongen herhaalt het, aarzelend. Twee meisjes met bloemen in de hand zeggen tegen elkaar: «Het is hier net een film.»

Tussen dinsdagmiddag en vrijdagochtend werd de ingang van de school omgeven door een haag van persmensen. Het gebouw bleef al die tijd een onneembare vesting, afgezet met het rood-witte plastic lint van de politie. Iedere leerling groeide uit tot een bron van informatie. Zelf gingen de leerlingen zich ook zo voelen. Zij waren tegen wil en dank landelijk nieuws geworden. Alle scholieren die over de brug naar de ingang van de school trokken — op woensdag en donderdag voor een informatie bijeenkomst en geestelijke hulpverlening, op vrijdag voor de herdenkingsdienst — werden besprongen door journalisten. Wat vind jij er nou van? Kende je Van Wieren? En Murat, wat was dat nou voor iemand?

De leerlingen praten allemaal graag met de pers. Vaak flappen ze er maar wat uit, of beginnen van pure zenuwen te giechelen. Het zijn de meisjes die dan de jongens corrigeren: «Hou op, doe normaal, dit is écht erg.» Een Marokkaanse jongen zegt: «Ik ben blij dat het geen Marokkaan is die heeft geschoten, want dan zouden wij het weer allemaal hebben gedaan». Een Antilliaans meisje zegt: «Wij hebben geen last van eerwraak, die Turken wel.» Een Marokkaans meisje mompelt zachtjes tegen haar vriendin: «Was het maar op een andere school gebeurd, niet bij ons. Wij zitten ermee.» Twee Turkse zusjes beweren: «Wij schamen ons diep, maar eigenlijk hoeven we dat niet te doen. Het zijn altijd de jongens die voor problemen zorgen.»

Al die uitspraken van leerlingen hebben in de loop van de week weer geleid tot reflectie in de Hilversumse studio’s, waar sociologen, politici en onderwijsdeskundigen zich bogen over «deze problematiek». Lukrake uitspraken van gewone kinderen werden soms gebombardeerd tot «een politiek statement».

Als op vrijdag vlak voor tien uur de laatste groepjes scholieren arriveren, is het nerveuze klikken van de fotocamera’s te horen. Iedereen wil «het ultieme shot» maken voor de voorpagina. Een kwartier nadat het is begonnen, komen twee jonge meisjes op hoge hakken haastig aangerend. Huilend duwen ze een kinderwagen met een baby voor zich uit en mogen nog net naar binnen. De fotografen zien het niet, want ze staan in hun tassen te rommelen.

Dan breekt voor de verzamelde pers het lange wachten aan. Twee uur zal de bijeenkomst duren, en niemand van buitenaf mag erin. De wind raast regelrecht vanaf zee door de straten. De journalisten die achter de dranghekken vandaan komen, beginnen elkaar uit te horen: «Wat heb jij nou zoal gehoord? Ik zag dat jij die jongen sprak die naast Van Wieren stond toen het gebeurde, wat zei hij nou eigenlijk? Weet jij iets af van die voogd, wat is dat voor een type?»

De voogd, Resul Kaya, blijkt ondertussen op een afstand onder een boom te staan, door niemand herkend. Hij staat erbij als een kapitein op een schip: wijdbeens, in een lange zwarte winterjas, zijn linkerhand tussen de rij knopen van zijn jas gestoken. Naast hem staan vier zwijgende vrienden. «Nee, ik geef geen commentaar.» Kaya is er voor het geval jongens en meisjes hun steun komen betuigen aan Murat D., zoals op donderdagmiddag, en dat het dan uit de hand loopt. «Ik ben hier om dat te voorkomen, want ik kan ze wel aan.» De pers heeft het trouwens gedaan, meent hij: «Die zou er niet zo bovenop moeten zitten. Journalisten moeten eens ophouden met provoceren.» En als een bezwering herhaalt hij: «Als iedereen elkaar met rust laat en respect toont, komt alles vanzelf goed.»

Hij vertrekt weer met zijn gevolg. Een man die Kaya heeft aangehoord, zegt: «Hij kletst onzin. Dit moet juist wél naar buiten worden gebracht.» Hij vertelt hoe de wijk in korte tijd is veranderd, over de onveiligheid op school en de dreiging die uitgaat van rondhangende jongeren in het kleine winkelcentrum even verderop. Hij zegt hoe steeds meer allochtonen vanuit de Schilderswijk naar Morgenster trekken. «Ik ben geen Turk, zoals iedereen vaak denkt», zegt hij mismoedig, «maar een Portugese migrant. Ik vind dat er duidelijkheid moet komen. Daarmee is de meerderheid gediend die lijdt onder het criminele gedrag van een minderheid.» Volgens hem is dat de taak van de journalistiek: het scheiden van zin en onzin om te voorkomen dat alle buitenlanders over één kam worden geschoren. «De pers duikt op zo’n gebeurtenis. Dat is wel begrijpelijk, want dit is zo schokkend. Maar wie interesseert zich nou voor wat er hier werkelijk speelt?»

Als na anderhalf uur, eerder dan verwacht, de herdenkingsbijeenkomst is afgelopen, neemt onmiddellijk iedereen zijn stelling weer in. De politie stuwt de journalisten weer achter de dranghekken, want: «Kom op mensen, dat hoort nou eenmaal bij het spel.» Maar al snel verdringt de pers zich opnieuw rond de scholieren. «Voor welke zender is dit, hoe laat word ik uitgezonden?» vragen ze, inmiddels gewend aan alle aandacht. RTL4, zo wordt duidelijk, staat bovenaan in de hiërarchie van stoerheid: «Daar kijken we thuis naar.» Een jongen zegt als grap: «Bent u van Al-Jazeera?» Als een meisje dat klaarstaat voor een tv-camera beschroomd raakt en opeens niets meer kan uitbrengen, roept de cameraman tegen de interviewer met de microfoon in de aanslag: «Kappen maar, dit wordt niks.» Ze mag weer opkrassen.

Om directeur Gerard van Miltenburg hangt een tros microfoons en zoemende camera’s. Uit zijn houding, de rug recht en de handen losjes gevouwen, en zijn rustige betoog over «de meer dan prachtige bijeenkomst» is op te maken dat hij goed weet om te gaan met publiciteit. Voor iedereen heeft hij een waardig woord. Ook zegt hij: «Ik denk aan de familie van Van Wieren. En aan volgende week en volgende maand, als de school weer moet draaien.»

Er is zo veel gezegd, deze week. Uitgerekend vlak voordat het langverwachte rapport over integratiebeleid van de parlementaire onderzoekscommissie zou verschijnen, heeft de schietpartij een explosie aan inzichten en plannen van aanpak gegenereerd. Het is alsof opeens het rookgordijn is opgetrokken rond een werkelijkheid die nooit gezien werd. Maar docenten, leerlingen, ouders en hulpverleners weten al lang wat er achter de muren van het Terra College speelt.

Ineke Wienese, als psycholoog werkzaam bij een hulpverleningsinstelling op een steenworp afstand van de school, kent de achtergrond van deze scholieren. Ze kan putten uit dertig jaar ervaring met allochtone jongeren. Wienese: «Ik heb oprecht met de jongeren te doen. Ze zitten in een soort roes, omdat ze worden overdonderd door al die media-aandacht. Leerlingen van het vmbo zijn over het algemeen niet zo reflectief. Van huis uit szijn ze meestal niet gewend te praten over emoties en problemen. Veel kinderen komen uit gezinnen waar spanningen zijn. Het maakt ze vaak erg eenzaam. Ik hoop echt dat ouders in staat zijn hun kinderen op te vangen.»

Er gaat van alles door haar hoofd: «Nu wordt door de media gefocust op geweld. Maar het gaat over zo veel meer: rouw en verlies, communicatie en regels. En het gaat over ‹wij versus zij›.»

Nee, verbaasd was ze niet over wat er is gebeurd: «Ik weet dat het voor leerkrachten op deze school, maar ook op andere ‹zwarte scholen›, heel zwaar is. Mijn respect voor hen is enorm groot. Ze zijn overbelast en proberen zo goed mogelijk onderwijs te geven en op te voeden. Maar als de buitenwereld, de westerse samenleving, door ouders als vijandig en bedreigend wordt ervaren, nemen kinderen dit over.»

«In veel migrantengezinnen waar spanningen zijn, speelt geweld een grote rol», zegt Wienese voorzichtig, zonder te willen generaliseren. «Het is er vaak al van jongs af aan. Geweld van de man naar de vrouw, rivaliteit tussen de families van de ouders. Als er problemen zijn, krijgt de moeder de schuld, omdat zij verantwoordelijk is voor de opvoeding. Veel conflicten worden met agressie opgelost, maar uiteindelijk wordt er niets opgelost. De vader slaat soms voor de ogen van de kinderen de moeder, en jongens moeten daar op hun beurt lering uit trekken. De zonen nemen vader als voorbeeld, en de meisjes zien hoe hun moeder berust in haar lot en verzetten zich hiertegen. Meisjes uiten hun problemen vaak anders: ze krijgen eetstoornissen of worden depressief. Toch doen zij het goed op school, dus wat dat betreft is er veel positief veranderd. Docenten refereren bij jongens vaak aan de afwezige vaderfiguur. Als er thuis problemen zijn, heeft het zijn weerslag op school.»

Waar Wienese zich nu zorgen over maakt, is wat deze tragedie allemaal veroorzaakt. Als straks de journalisten uit de berm bij de school zijn verdwenen, gaat alles verder zoals het was. Maar volgens de psycho loge is er veel schade aangericht: angst bij leerkrachten om in te grijpen, en kinderen met geweldservaringen die opnieuw getraumatiseerd zijn.

Maar, zegt ze: «Misschien is een ramp als deze nodig om wakker te worden en in alle gelederen de discussie aan te gaan. Ik hoop alleen dat er naar elkaar geluisterd wordt.»