Holland Festival: Kunst - Gardens Speak

Rouwen om een onbekende

Soms bezit kunst het vermogen om de verlamming bij machteloosheid zomaar te doorbreken. In Gardens Speak knielt de bezoeker zonder aarzeling neer op het graf van een man die viel voor de vrijheid.

Medium gardens speak  c2 a9 jesse hunniford 1

In tijden van vrede bestaat oorlog slechts als verhaal. Het puin is geruimd, de verliezen zijn geteld en berouwd en slechts een enkele herinnering wordt opgetekend. Wat in het landschap overeind blijft zijn de monumenten die toekomstige generaties houvast moeten bieden, gidsen voor een oordeel over goed en fout. In de velden en langs de dijken staan hier nog altijd de monsterlijke grijze bunkers, goed onderhouden en steeds vaker met zorg gerestaureerd. Op de vele militaire begraafplaatsen is het gazon rond de identieke, witte kruizen altijd aan kant. Zo houden we de geschiedenis in het gareel, voorkomen we dat ze gaat woekeren.

Kunstenaar Tania El Khoury, afkomstig uit Libanon, zag eens een foto van een vrouw die in de tuin van haar huis in Syrië een graf stond te scheppen voor haar zoon. Daar wilde ze de overleden jongen hebben, thuis, waar zijn verhaal bewaard zou blijven en zijn martelaarsdood een betekenis kon krijgen. Officiële begraafplaatsen zijn in het land bovendien al te vaak doelwit van geweld en bovendien zouden families contracten moeten ondertekenen waarin ze verklaren dat hun man/zoon/neef/vriend werd omgebracht door ‘terroristen’ en niet door het regime. Zonder lichaam verdwijnt het verhaal en ontstaat een vervalste geschiedenis. De tuinen en publieke parken in Syrië vullen zich gestaag.

‘Maar ook de doden zullen niet veilig zijn voor de vijand wanneer hij wint.’ Deze uitspraak van Walter Benjamin koos El Khoury als motto voor haar nieuwe, interactieve voorstelling Gardens Speak. Al deze gesneuvelde jongens – nergens een woord over meisjes – mogen niet uitgepraat zijn, dacht ze, nog niet.

En zo bevond ik me samen met negen andere bezoekers op een rechthoekige begraafplaats in het Battersea Arts Centre in Londen, gehuld in een witte overall met een zaklamp in de hand. Een briefkaart die was uitgereikt bij binnenkomst in de zaal had me opgedragen om neer te knielen bij het graf van martelaar Jalal al-Lattuf, zijn naam in Arabisch schrift op een van de houten grafstenen geschreven. Daar lag ik, knieën geboord in de vochtige aarde, nagels onmiddellijk zwart van het zand en een oor plat op de grond. Vanuit de aarde klonk een verslag van de laatste maanden uit het leven van Jalal al-Lattuf, een jongen die samen met zijn broers vooraan had gestaan toen de revolutie tegen het regime van president Bashar al-Assad van start ging.

Een voice-over is in de huid gekropen van Al-Lattuf en vertelt het verhaal vanaf de eerste schoten in zijn stad Talbiseh. Zijn vader, officier in het leger die zich terugtrok toen hij de intenties van de president doorzag, kwam direct om het leven. ‘Ik wou dat mijn vader ons had kunnen zien in de revolutie, toen we protesteerden en scandeerden tegen het regime. Hij zou zo trots zijn geweest op zijn kinderen voor wie niets anders in de wereld bestaat dan dit land en zijn mensen.’ Talbiseh noemde hij de hemel op aarde en even leek het gezamenlijke gezang van hem en zijn de mededemonstranten de stem van de dictator naar de grond te verbannen en hen op te tillen naar een volgende, zevende hemel. Protesten moesten volgens Al-Lattuf de basis zijn voor verandering, nooit geweld, en dus verzamelde hij de juiste mensen om zich heen, installeerde hij megafoons en hees hij de vlag van de onafhankelijkheid boven op een gebouw vlak bij de moskee. Maar de dood kwam overal en het demonstreren moest worden afgewisseld met het afvoeren van gewonden en het begraven van vrienden.

Na een explosie aan het front die hem fataal werd, speelde er enige tijd muziek op de begraafplaats in het kunstcentrum, waar ook de andere bezoekers op hun rug naar lagen te luisteren. Tien levende mensen in grafhouding met tien verhalen in hun hoofd die zwaar op hen drukken. Wat een vreemd rollenspel. De stenen speelden de doden, wij de achterblijvers, ook al waren de doden niet hier en ligt rouwen om een onbekende niet meteen voor de hand. Maar het beeld van die mensen op een graf zag er wel geloofwaardig uit, als een tafereel in oorlogsgebied of ergens aan de randen van Europa, bij de honderden anonieme graven die daar nu ontstaan.

El Khoury zal zich bewust zijn van dit principe: aan de Royal Holloway University of London doet ze onderzoek naar interactieve live art in de nasleep van de Arabische lente. Over haar werk als kunstenaar vertelt ze graag een persoonlijke anekdote. In een cocktailbar in Beiroet probeerde ze een vriend eens uit te leggen wat het ‘live’-aspect van haar kunst precies betekende. Ze was net iets aan het vertellen over het ‘levende’ aspect van haar kunst die ze plaatst tegenover de dood toen zich 25 kilometer verderop een gruwelijke misdaad voltrok. Een man werd uitgekleed en naakt over straat gesleept en daarna opgehangen aan een elektriciteitspaal op een plein. Filmpjes van omstanders stroomden binnen op YouTube, zo de trendy cocktailbar in. De vriend vroeg El Khoury toen of die ook als ‘live art’ zouden kunnen tellen.

‘Moeder, ik ben niet snel gestorven. Ik ben erg langzaam gestorven. Maar ik dacht aan jou, mijn broers, en aan mijn land’

Haar oeuvre omvat inmiddels getuigenissen uit het voortslepende conflict tussen Israël en Libanon, fragmenten uit de Libanese burgeroorlog en een persoonlijk archief van documenten en objecten dat ze startte tijdens de Londense rellen in 2010. In een van haar films komen klimaatactivisten, de Occupy-beweging en de woede van een bevolking over een dictator samen. Voor de installatie Stories of Refuge vroeg ze drie Syrische vluchtelingen in München om met een ‘discrete’ videocamera hun dagelijks leven in een opvangkamp vast te leggen en te delen met haar publiek. Haar kunstwerken geven inzage in een onverhulde realiteit, soms live maar altijd zonder omhaal, van onderwerpen waarover je het alleen maar eens kunt zijn. Steeds slim en zelden grappig werken ze als een koevoet tussen de kieren in de maatschappij die ruimte voor ontwrichting laten.

Maar ondanks de tragedie en het waargebeurde karakter van het verhaal is het moeilijk opgaan in de geschiedenis van Gardens Speak. Misschien omdat deze geschiedenis nog niet tot een eind is gekomen en goed en slecht maar niet raken uitgevochten. Misschien ook omdat een persoonlijk verhaal verteld door middel van geëmotioneerde woorden op de eerste plaats ruimte laat voor vragen en achterdocht, meer dan voor de vertwijfeling die een foto of schilderij kan bieden. El Khoury omschrijft de tien gesneuvelde jongens consequent als ‘martelaren’, maar we weten dat die voorkomen in soorten en maten. Jalal al-Lattuf was een vredelievende strijder aan een bloederig front die protesteerde tegen het regime, maar uit naam van wie? Zoveel stemmen klinken door in zijn verhaal dat werd opgetekend door zijn naasten. Als hij sterft zegt hij: ‘Moeder, ik ben niet snel gestorven. Ik ben erg langzaam gestorven. Maar ik dacht aan jou, en aan mijn broers, en aan mijn land. Ik heb niet gehuild. Tijdens alle pijn die voor mijn dood kwam, en onder al het puin dat mijn lichaam bedekte, keek ik naar de lucht en gaf getuigenis van mijn geloof. Ik dacht je wellicht voor me zou zingen en dat God me zou zien als een martelaar.’

Met zijn einde hield het verhaal niet op. Zijn vrienden kwamen nog eens bijeen voor een demonstratie vlak bij zijn inmiddels verwoeste huis – ‘ik zou hebben gehuild als ik nog ogen had om hen te zien’ – maar ook zijn broers en zijn ooms wachtte zijn lot. Moeder bleef als enig lid van de familie in de stad achter.

Mijn blik dwaalde tijdens het luisteren voortdurend af naar de mensen om mij heen, bedrukte gezichten in herdenkingsstand, soms in tranen om het verhaal dat op hun plek uit de grond omhoog kwam. Ik dacht aan alle mensen die eerder op deze oncomfortabele plek op de ijskoude grond lagen en aan de bezoekers die nog zouden volgen. Gardens Speak is al twee jaar op wereldtournee en doet dit jaar naast Londen en Amsterdam ook Washington D.C., Caïro, Beiroet, Athene, Freiburg, Marseille en Ljubljana aan. Voor wie zouden al die mensen bereid zijn in het echte leven neer te knielen, buiten de grenzen van een kunstwerk? Het is het venijn van interactieve kunst – de voorstelling is voorbij voor je je bedenkingen goed en wel op een rij hebt kunnen zetten.

Vast staat dat Jalal al-Lattuf een jongen was die hield van zingen en die nu ligt begraven in een openbare tuin in Talbiseh, Noordwest-Syrië. Die feiten zijn triest genoeg. El Khoury schiep met haar kunstwerk een schemergebied tussen een harde werkelijkheid en vrijblijvende fictie en het mooie aan die plek is dat er voor ieder wel wat valt te halen. Gardens Speak is geen voorstelling voor degenen die achterover willen leunen, maar voor hen die niet uitgepraat raken over de geschiedenis zoals die zich, hoewel op grote afstand, evengoed voor onze ogen voltrekt.

Toen de muziek ophield en de mannen en vrouwen op de grond hun ogen openden, lag naast de steen van hun martelaar voor ieder nog een speciaal verzoek. Bij de uitgang wachtte een cameraploeg van de bbc die hoopte op een eerste, verse reactie. Ik geloof niet dat dat gelukt is – het fragment bleef in ieder geval niet bewaard.


Gardens Speak van Tania El Khoury is van 16 t/m 19 juni meermalen per dag te bezoeken in Theater Bellevue, Amsterdam. Reserveren is noodzakelijk. De tien verhalen zijn gebundeld in een publicatie die bij de voorstelling verkrijgbaar is

Beeld: Gardens Speak – het verhaal dat uit de grond omhoog komt (Jesse Hunniford)