Rouwplaat

Sufjan Stevens is in de afgelopen jaren uitgegroeid tot een pers- en publiekslieveling. Zijn unaniem als meesterwerk onthaalde album Illinois uit 2005 was een grootse plaat, in ieder denkbaar opzicht.

Vol van ideeën, vol van uitvoering – misschien zelfs óvervol. Het was het type album waarvoor je geneigd was het woord ‘knap’ te gebruiken, omdat het niet zozeer raakte, maar met name imponeerde.

Zijn nieuwe album heet Carrie Lowell en is in menig, misschien zelfs íeder opzicht het tegenovergestelde van Illinois. Dit is geen grootse plaat, hier staat niet de muzikale ideeënrijkdom centraal. Wat op Carrie Lowell centraal staat, is verdriet, rouw, verlies. Heel concreet, heel dicht bij de zanger zelf: hij verloor zijn moeder, en dat verlies bezingt hij hier. Het is, en dat klinkt wat plat maar het is niet anders, zijn rouwplaat. Zijn Songs for Drella.

Stevens heeft ervoor gekozen die rouw te behandelen als een ten diepste intieme emotie, ook in muzikaal opzicht. Het zijn dus kleine nummers, die op Carrie Lowell. Wanneer je het album op een bescheiden volume speelt op de achtergrond kan het voorbij zijn voor je het weet, zonder dat er in de tussentijd veel gebeurd lijkt te zijn.

Dat is daarom ook de luistermethode die het zeker niet verdient. Het verdient aandacht, stilte, liefst een koptelefoon. Dan blijkt Sufjan Stevens meer dan ooit een zielsverwant van de betreurde Elliott Smith: pas na meerdere luisterbeurten blijken zijn nummers weliswaar klein, maar zeker niet kaal. De inkleuring is subtiel.

Hoe rouw je om iemand die je niet heel goed kende, maar die wel je meest directe bloedverwant was, uit wier schoot je bent geboren, uit wier genetisch materiaal je voor de helft bent opgebouwd? Stevens koos voor: eerlijk. Niet genadeloos, de genade is overal. Maar op Carrie Lowell niet niets dan goeds over de doden, zelfs niet deze zo heftig betreurde.

Het is een roman van een album: nummers zijn scènes uit een moeizame verhouding, een getroebleerde liefde, een rouw ondanks en niet dankzij. Hij beschrijft het allemaal zonder angst voor het melodrama of het zelfmedelijden: haar gebrek aan aandacht, zijn neiging na haar dood zichzelf te storten in alle clichés van het escapisme. No Shade in the Shadow of the Cross; de titel is prachtig, de tekst in al zijn onverbiddelijke zelfpijniging ook. Die Lowell uit de titel was de nieuwe man van zijn moeder. De nieuwe vader, die dat nooit werd. Ook hij krijgt een beschrijving als een scheermes, op dit album door merg en been: ‘The man who taught me to swim, he couldn’t quite say my first name.’


Sufjan Stevens, Carrie & Lowell (Asthmatic Kitty/Konkurrent)