Economie

Rovende staat

Het is zo gewoon dat je het nauwelijks in de smiezen hebt: nietsvermoedende burgers die op klaarlichte dag door de overheid worden beroofd. Ga maar na: van de pakweg zesduizend euro die ik maandelijks verdien claimt de staat er ruim 2500. Daarbovenop neemt zij zes procent van de waarde van de levensmiddelen en maar liefst negentien procent van alle flessen wijn en andere genotsmiddelen die ik aanschaf. Als ik een huis koop moet ik zes procent bijtellen voor transactiebelasting en nog eens vier voor het opstellen van een koopcontract door een domme kakbal die dankzij een rechtenstudie een goedbetaalde handlanger van de staat is geworden. Ook lokale overheden doen een greep in mijn portemonnee. 45 euro per kwartaal om je auto te mogen parkeren. Ruim driehonderd euro per jaar voor het gebruik van de grond waar mijn huis op staat. Bijna 350 euro per jaar onroerende-zaakbelasting op grond van een geschatte waarde die wel stijgt maar nimmer daalt. Tegen de 250 euro per jaar aan milieu- en verontreinigingsbelasting. En daar komen dan nog quasi-belastingen bovenop, zoals verplichte pensionering à driehonderd euro per maand, een solidariteitsheffing van 140 euro per maand voor de vut van de babyboomers en een ziektekostenverzekering van 150 euro per maand om mee te betalen aan de obesitas, botontkalking en het longemfyseem van de vreters, luiaards en rokers.
Wat krijg je ervoor terug? Matig onderwijs van matige docenten in matig onderhouden schoolgebouwen; een kinderopvang die steunt op hoge eigen bijdragen; een fantasieloze en matig onderhouden publieke ruimte; koddebeiers die meer op kantoor zitten dan dat ze roekeloze scooterrijders en automobilisten tot de orde roepen; een wegenstelsel waarop je meer wacht dan rijdt; een strijdmacht die ongevraagd de schande van Srebrenica probeert uit te wissen door Afghaanse boeven naar de moderniteit te schieten; een collectief verzekeringspakket dat uitsluitend ten goede komt aan babyboomers die het niet nodig hebben en laagopgeleide PVV-stemmers en allochtonen die het niet verdienen, en – last but not least – een ambtenarenkorps dat meer met zichzelf bezig is (teamvergaderingen, yogamiddagen, groepsuitjes) dan met de burger.
Laatst werd ik weer eens pijnlijk op deze roofzucht gewezen. Ik moest op de Zuidas zijn voor een interview. In de fietsenrekken was zoals altijd geen plaats. Dus zette ik mijn rijwiel tegen een van de groot uitgevallen plantenbakken die daar zijn geplaatst. Terug van de lunch kon ik mijn fiets nergens vinden. Weg. Niets. Omdat het hele plantenbakkengebied was geschoond van fietsen (maar niet van de eigenlijke pest van de stad: scooters) vermoedde ik een gemeentelijke razzia. Maar nergens een bord dat daarvoor waarschuwde. Wel werd aangekondigd dat fietsen die daar 28 dagen onafgebroken stonden zouden werden afgevoerd door de AFAC, de Amsterdamse Fiets Afhandelingscentrale. Maar die van mij stond er net een uur!? Ik schoot een voorbijganger aan voor uitkomst. AFAC, luidde het antwoord; ik verstond: Ah Fuck!
Inderdaad bleek de gemeente het te hebben behaagd mijn fiets, samen met tientallen andere, af te voeren naar een van God verlaten oord op de grens van Amsterdam en IJmuiden. Na overlegging van mijn identiteitsbewijs en betaling van tien euro zou ik daar mijn fiets kunnen terugkrijgen. Het terrein besloeg ongeveer twee voetbalvelden en moet het grootste fietsenkerkhof ter wereld zijn. Tienduizenden fietsen — dure, goedkope, mooie, lelijke, snelle, kapotte, oude, nieuwe — wachten daar op hun bestolen eigenaren. En als die niet bijtijds komen opdagen verkoopt de gemeente ze ijskoud in porties van 150 bij opbod aan louche handelaren die ze opkalefateren en voor een leuk prijsje doorverkopen. Op de website van AFAC heet het dat ‘de Gemeente het gebruik van de fiets wil stimuleren en dat de stadsdelen daarom (sic!) wrakken en hinderlijk geplaatste fietsen verwijderen’. Een gotspe. Diefstal, heling en afpersing – dat is waar de gemeente zich met deze fietsenrazzia’s aan schuldig maakt. En wie kokend van woede voornemens is de desbetreffende ambtenaar nu eens en voor al duidelijk te maken dat de staat met haar gore poten van andermans bezit moet afblijven, komt bedrogen uit. Sluw als de gemeente is zijn de baliemedewerkers allervriendelijkste uitzendkrachten van vrouwelijke kunne terwijl het beheer is uitbesteed aan de menselijke misère van een sociale werkplaats.
Het is de Amerikaanse filosoof Robert Nozick die ooit heeft gewezen op de overeenkomsten tussen georganiseerde misdaad en de staat. De maffia is in de historische strijd om het afpersingsmonopolie simpelweg minder succesvol geweest dan de staat. Als je voor de balie van de AFAC staat – of als je je salarisstrook bestudeert – kun je Nozick alleen maar gelijk geven. De staat is ‘an offer you can’t refuse’.