De eerste vrouwelijke franse Presidentskandidaat

Royale blunders

Ségolène Royal zou de eerste vrouwelijke president van Frankrijk worden. Maar haar campagne is hopeloos in het slop geraakt. De vraag is of oude mannen kunnen helpen.

PARIJS – Gaffe, het wat in onbruik geraakte woord, is weer terug in het Franse vocabulaire van alledag: dankzij Ségolène Royal, de presidentskandidate van de Parti Socialiste (PS). Sinds anderhalve maand is er zelfs een speciale website die alle miskleunen van Royal registreert: segolene-lagaffe.com. De site opent met haar bezoek aan China, waar ze begin januari met bewondering sprak over de voortvarendheid waarmee Chinese rechters opereren. Een paar dagen later verklaarde ze te hopen op ‘de soevereiniteit en vrijheid van Quebec’. De komiek die haar daarna opbelde en zich uitgaf voor premier van Canada, kreeg van Royal te horen dat ze ook geen problemen heeft met de eventuele onafhankelijkheid van Corsica – een doodzonde voor politici in Frankrijk. Op het achtuurjournaal beweerde ze terloops dat één op de drie Franse vrouwen door haar echtgenoot wordt vermoord – wat zou betekenen dat Frankrijk over drie jaar geen getrouwde vrouw meer over heeft. Om die vrouwen beter te beschermen pleitte ze voor een wet die allang bleek te bestaan. Ook deed ze onnozele beweringen over atoomonderzeeërs en volgden er onheuse beschuldigingen jegens haar rechtse tegenstrever Nicolas Sarkozy over gestolen scooters en ander klein grut.

Toch stagneert haar campagne niet alleen door de gaffes. Er zijn meer redenen waarom Royal, die in november nog in alle peilingen op kop lag, sinds eind januari opeens tien procentpunten achterligt op Sarkozy_. ‘C’est dur d’etre de gauche’_ – het is zwaar links te zijn – verzuchtte Claude Askolovitch, verslaggever bij het linkse weekblad Le Nouvel Observateur, nadat een polemiek was uitgebroken rond Royals verkiezingsprogramma. Aansluitend had de financiële man van de partij de campagne met slaande deuren verlaten. De polemiek betrof de financiële haalbaarheid van het ‘pacte présidentiel’ dat Royal op 11 februari had gepresenteerd in de Parijse voorstad Villepinte. De bijeenkomst had het antwoord moeten zijn op de flitsende show waarmee Sarkozy een maand eerder de presidentskandidatuur had aanvaard van de ump – de partij die hij in een jaar tijd wist om te smeden tot een machtige politieke machine.

Royal trakteerde haar gehoor op een bijna twee uur durende opsomming van voorstellen. Niks Blair, de politicus met wie menige journalist haar eerder had vergeleken. Het verlagen van de staatsschuld en het stimuleren van het bedrijfsleven vormden slechts voetnoten bij een onversneden links programma: het minimumloon moet volgens Royal worden opgetrokken naar vijftienhonderd euro, pensioenen moeten vijf procent hoger en alle jongeren van achttien jaar krijgen recht op een renteloze lening van tienduizend euro waarmee ze kunnen doen wat ze willen. Royal beloofde cercles vertueux die economische groei zouden genereren en daarmee borg zouden staan voor de financiering van haar programma.

Prominente Franse economen uit alle politieke gelederen maakten gehakt van het programma. ‘Genereus, maar onbetaalbaar’ concludeerde de aan de École Polytechnique verbonden econoom Patrick Artus in Le Monde. Er volgde een cijferstrijd die uiteindelijk leidde tot het vertrek van Eric Besson, de financieel secretaris van de PS.

Dat hielp vooralsnog niets. Dertig socialistische topambtenaren haalden onder de naam ‘Spartacus’ in dagblad Libération fel uit naar Royal. Ze wezen er fijntjes op dat bij de huidige staatsschuld van twaalfhonderd miljard euro nog eens negenhonderd miljard aan pensioenverplichtingen moet worden opgeteld. Op luide toon schaarden zij zich achter de derde kandidaat Francois Bayrou, die van de aflossing van de staatsschuld een prioriteit maakte. Tezelfdertijd publiceerde dagblad Le Figaro met malicieus plezier grote delen van een nog te verschijnen anti-Ségo-boek van een oud-medewerker die zegt door Royal gedwongen te zijn tot zwartwerken.

Hoe diep de angst voor nieuwe versprekingen is, blijkt uit Royals nieuwe omgang met journalisten. Geen gezellige onderonsjes meer met Isabelle Mandraud, de journaliste van Le Monde die Royal al meer dan een jaar volgt. Ze schreef in haar krant al hoezeer Royal de afgelopen maanden is verkrampt in haar omgang met journalisten. Terwijl Nicolas Sarkozy er vrolijk op los kletst, durft Royal nauwelijks meer iets te zeggen. Het valt haar vooral zwaar de prominenten van haar eigen partij onder controle te krijgen.

Een week nadat financiële man Eric Besson zijn ontslag indiende, gaf hij op een persconferentie openheid van zaken. Hij was niet vertrokken vanwege de financiële paragraaf van het socialistische programma, maar vanwege het amateurisme waarmee de medewerkers van Royal de campagne leiden. Besson klapte volledig uit de school. Hij zei persoonlijk belasterd te zijn door medewerkers van Royal, hekelde het gebrek aan coördinatie in de woordvoering en verweet Royal vooral onvoldoende gebruik te maken van de ‘traditionele structuren van de partij’. Daarmee doelde Besson vooral op de zogenoemde ‘Olifanten’ van de PS – partijbaronnen als Lionel Jospin, Laurent Fabius en Domique Strauss-Kahn, mannen met ervaring en prestige.

Royal heeft het advies ter harte genomen en praat nu wel met deze mannen. Of het verstandig is, zal de tijd leren. Bessons advies heeft alles van een kus des doods. Noch Jospin noch Fabius kan immers op een greintje loyaliteit jegens Royal worden betrapt. Fabius zelfs niet op loyaliteit jegens zijn partij, die hij bijna verscheurde met zijn campagne voor het ‘non’ tegen de Europese grondwet. Deze ‘olifanten’ vertegenwoordigen de ‘oude politiek’ waartegen Royal zich het afgelopen jaar juist met succes had afgezet. Ze versloeg er Strauss-Kahn mee in de strijd om de socialistische presidentskandidatuur.

Juist omdat zij iets nieuws vertegenwoordigde, kon ze uitgroeien tot wie ze nu is. De wijze waarop ze burgers bij haar campagne betrok, gaf haar het magische aura dat ze ondanks alle versprekingen en tournures nog steeds niet heeft verloren. Maar wat zal er gebeuren nu ze iemand als Jospin aan haar borst heeft gedrukt, de direct verantwoordelijke voor de verkiezingsnederlaag van 2002 tegen Jean-Marie Le Pen? Waar zijn de vrouwen en de jongeren die zij heeft beloofd? Dan misschien toch liever nog een gaffe of twee.