Royale lekken

De meest opvallende bijdrage aan de polemiek rondom het parlementaire lek aangaande enkele persoonlijke opvattingen van de majesteit kwam van Redmar Kooistra in het Algemeen Dagblad. Deze oude rot van de parlementaire verslaggeving kwam 12 februari jl. met een emotioneel getoonzette bijdrage, getiteld ‘Kamerleden draaien koningin Beatrix een loer’, waarin hij zijn voormalige werkgever de Volkskrant vermanend toesprak over het plaatsen van een verhaal over de ervaringen van Tweede-Kamerleden bij privé-audiënties op paleis Noordeinde.

Driewerf schande! zo valt het betoog van Kooistra samen te vatten. Hoe kan de koningin nu Haar werk doen als Haar private overpeinzingen voer zijn voor het journaille? Moet Zij dan maar helemaal niet meer praten met parlementsleden? Wat de koningin denkt, is interessant, gaf Kooistra toe, maar: ‘wij behoren het niet te weten’. Journalisten die manen tot discreet stilzwijgen, het is en blijft een raar gezicht in een democratie. Het is de vraag of hier geen broodnijd in het spel is, of Kooistra zijn ethische richting ook zou volhouden als de primeur niet bij de Volkskrant maar op de AD-burelen was beland. Op deze manier haalt hij natuurlijk wel een wit voetje bij premier Kok en kamervoorzitter Van Nieuwenhoven, die beiden ook des duivels hebben gereageerd op de monarchale lekken in de kamerbankjes. Kooistra krijgt door zijn optreden ongetwijfeld voorrang bij de RVD, en wie weet ligt er later nog een mooie baan bij het NOS-journaal of Philips in het verschiet. Maar of hij met zijn journalistieke zwijggelofte behalve Beatrix ook Haar onderdanen dient? De keren dat er een blik is vergund in het kolkende gemoed der Majesteit zijn spaarzaam. Als het gebeurt, staat het garant voor een shock. Beatrix bleek ook eerder ferme opvattingen te hebben over zaken als recht en orde en de migrantenproblematiek. Voor het grote publiek is het toch handig te weten dat de vorstin een vurig voorstandster is van het gebruik van de zogeheten 'Peper-spray’ bij de openbare-ordehandhaving. Kan men zich bij het eerstvolgende bal in het koninklijk paleis op de Dam toch tenminste tijdig uit de voeten maken voordat een of ander obscuur strijdgas dat vernoemd is naar de huidige minister van Binnenlandse Zaken ogen en longen in de gevarenzone brengt. Ook de koninklijke zorg voor de onderbezetting in het gevangeniswezen is wat men noemt een eye opener, net als Haar weerstanden tegen een gekozen burgemeester. Terwijl het alleen al voor de oordeelsvorming over de begroting van het koninklijk huis toch goed is om te weten dat de prinsen zich inmiddels niet meer in Nederland in het uitgaansleven wensen te storten en de voorkeur geven de jet naar Brussel of Londen te pakken als men zin heeft in een koninklijke houseparty. De loslippige kamerleden komt kortom alle dank toe voor hun moedige pioniersarbeid. Als Beatrix het belangrijk vindt de volksvertegenwoordiging toe te spreken over deze zaken, waarom zou haar volk dat dan niet mogen weten? Zwijgplicht en geheimhouding passen niet in een parlementaire democratie, ook niet als er nog een kroontje uit het operettetijdperk boven hangt. Hoeveel spreekverboden er tegenaan worden gegooid, de menselijke nieuwsgierigheid en de wens tot communicatie over belangrijke zaken zijn niet uit te bannen. Zoals de befaamde jurist Isaac Kisch (geciteerd door professor Heertje in de PvdA-krant Vlugschrift) al stelde: 'Een geheim is een verhaal dat fluisterend wordt doorverteld.’