MUZIEK

Roze petticoats en zwarte ruïnes

Roméo, Juliette & Petticoat

Het wordt het theaterseizoen van blonde meisjes in roze jurken, of ze nu Marilyn Monroe nadoen (in de opera Roméo et Juliette) of Doris Day (in de musical Petticoat). Deze bevallige meisjes worden ook nog tegen een achtergrond geplaatst. Een pikzwarte bij de opera: Sarajevo tijdens de oorlog in Bosnië. Of een al te vrolijk Amsterdam in de jaren vijftig bij de musical.
Roméo et Juliette is de operabewerking uit 1867 van Shakespeare’s beroemde drama door de Franse componist Charles Gounod (1818-1893). Het is een redelijk getrouwe weergave van Shakespeare’s stuk, waarbij de nadruk vooral valt op de twee hoofdpersonen, die niet minder dan vier zoetgevooisde duetten met elkaar zingen. Ontwerper Pierre-André Weitz heeft een uiterst somber decor gemaakt, dat al direct in het begin laat zien hoe een stad door burgeroorlog tot ruïnes vervalt en een feest alleen in een ondergrondse bunker kan plaatsvinden. Regisseur Olivier Py draagt erg veel lijken, graven en houten kruisen aan, zodat het droevige lot van de twee geliefden enigszins in het niet dreigt te vallen, maar je beseft daardoor ook dat er bij al die doden mensen zijn die van ze hielden en om ze rouwen. De Pools-Franse dirigent Marc Minkowski leidt het Residentie Orkest met vaart. De jonge Russische sopraan Lyubov Petra (Juliette) en de jonge tenor Ismael Jordi (Roméo) waren ook om te zien een prachtig paar, vooral bloot op hun huwelijksbed, mede door de suggestieve en beweeglijke belichting van Bertrand Killy. Zelden heb ik in een opera zoiets sensueels gezien.
Verderop aan de Amstel, in Carré, zag ik met vier kleindochters de musical Petticoat, de nieuwste uit de theaterfabriek van Joop van den Ende. Het verhaal was zijn persoonlijke idee: een meisje komt als in een boek van Theun de Vries uit een Oost-Gronings communistisch milieu naar het Amsterdam van de jaren vijftig en heeft daar succes als zangeres. Een rare, spannende combinatie van thema’s en beslist vakwerk, op een kundige tekst van André Breedland en liedjes van Henny Vrienten, die klinken alsof we ze al sinds de jaren vijftig kennen.
Tekstschrijver Breedland heeft een opvallende ingreep gedaan. Hij kent natuurlijk de musical Foxtrot uit 1977 van Annie Schmidt en Harry Bannink, die speelt in de jaren dertig en daar doet hij niet moeilijk over: hij heeft alle thema’s uit Foxtrot overgenomen en door elkaar gemixt: naïef, jong meisje in de grote stad, homoseksualiteit, abortus, Tweede Wereldoorlog, werkloosheid, crisis, hypocrisie. Toch miste ik enig nieuw zicht op de grijze jaren vijftig en het begin van de vrolijker jaren zestig. Pas achteraf bedacht ik hoeveel gecompliceerder Annie Schmidt met het tijdsverschil omgaat. Als zij hekelt hoe in de jaren dertig het onderwerp homoseksualiteit wordt verzwegen, is het pijnlijke dat het in de jaren zeventig nog helemaal niet anders was. En als zij abortus indringend behandelt en het koor laat zingen: ‘Was er maar een kliniek!’ is dat in 1977 een sterk pleidooi tegen het sluiten van de Bloemenhovenkliniek door Van Agt. Daarbij vergeleken stipt de nieuwe musical dat alles alleen maar heel vrijblijvend aan. Maar goed, het is technisch knap en erg onderhoudend. Chantal Janzen is een vrolijk zingend en dansend en mooi blond meisje en Hajo Bruins is op een andere manier mooi als haar brommerige communistische vader met uiteindelijk toch een warm hart. En mijn kleindochters, blond, bruin en zwart, stelden geen moeilijke vragen en hebben ervan genoten.

Roméo et Juliette van Charles Gounod, t/m 29 oktober in het Muziektheater Amsterdam, www.dno.nl. Petticoat van Henri Vrienten, t/m 3 juli 2011 in heel Nederland, www.musicals.nl