KUNST

Rozenvingerige dageraad

David Janblonowski

David Jablonowski (geboren in 1982 in het Duitse Bochum) komt van de Rietveld Academie (2007). Hij onderscheidde zich vorig jaar bij de Ateliers-tentoonstelling en mocht meteen door naar de Frieze Art Fair, Londen; nu krijgt hij zijn eerste solovlucht in SMBA in Amsterdam. Dat was vroeger de leuke kleine proeftuin van het Stedelijk, maar is nu gewoon ‘Het Stedelijk’, de plaats waar talent dat in Amsterdam tot ontwikkeling komt aan de bevolking van die stad wordt getoond. Het heeft maar één zaal, maar goed.
Jablonowski toont er de grote sculptuur die ook al in de Ateliers te zien was: een kolossaal blok piepschuim, hooggehouden door drie 'zuilen’, die makkelijk blijken te draaien om hun as. Het blok heeft de ruwe lelijkheid van de steengroeve; tegelijkertijd begrijp je dat het bijna gewichtloos is. Er ligt nog iets op, een gevouwen plak nieuw metaal, die ogenschijnlijk nergens mee te maken heeft.
Het is alles bij elkaar een goed ding. Groot, interessant, op het eerste gezicht loodzwaar, kan-elk-moment-omdonderen, op het tweede gezicht licht en 'in de lucht’. Er kleeft alleen al door de schaal de suggestie aan van een grafmonument, een sarcofaag met plaquette, een stuk gevallen obelisk, maar dat is alleen maar een suggestie. De andere werken zien er anders uit. Het is niet makkelijk te zeggen hoeveel het er zijn. Het zijn zorgvuldig geordende archipels van spiegelende kubussen en lage gipsbetonblokken met daarop soms niet meer dan een velletje papier of een A4'tje metaal of een stuk keramiek. Er hangt ook een enorm doek, grotendeels wit.
Er zijn wel ingangetjes om je associaties op weg te helpen. Het ensemble Tschogha Zanbil draagt de naam van een Elamitisch heiligdom in Khuzestan, Iran, waar een grote ziggurat (piramide) staat. Dat is hier een grote rechthoekige staande metalen plaat, waaraan een flatscreen monitor is gehecht, opengeslagen als de voorkant van een boek, met de beeldzijde naar binnen. Je kunt er met enige moeite beelden zien van bakstenen met spijkerschrift, maar vooral onbestemde kleuren, gefilmd door matglas. Rond de plaat liggen lage stenen, waarop spiegelende oppervlakken, foto’s van celluloidfilm, een scanner met een kleien beeldje op de glasplaat et cetera. Rondom de ziggurat in Chogha Zanbil stonden elf tempeltjes voor mindere goden. Dat kan het zijn.
De belangrijkste functie van die monitor is niet het verschaffen van informatie over Elam, of het doen van uitspraken over 'schrift’ of 'propaganda’, maar vooral het verspreiden van televisielicht, rood-groen-blauwe tinten. Het viel mij op dat alle oppervlakten rond de 'ziggurat’ een zachte iriserende werking hadden. Langs de randen van de lichtmetalen platen en velletjes wordt het licht gebroken in zachte kleuren, zoals je dat ook ziet op een olieoppervlak; zo ook op een celluloidfilm, op de glasplaat van de scanner, of bij de rozenvingerige dageraad, al of niet op Louse Point. (Dat, lezer, is een fraai schilderij van De Kooning, dat in het bezit is van het Stedelijk Museum Amsterdam, maar dat… enfin). Nu komt ook dat grote witte doek in het spel, dat eerder niks te melden had: dat heeft aan de onderzijde een zacht geschilderde Tuymans-achtige strook, een iris in zeer lichte tinten.
De hele tentoonstelling heet Material Kontingenz. Dat klinkt vastberaden en coherent. Het betekent volgens mij: 'Ik gebruik allerlei soorten materiaal. De betekenis daarvan staat niet vast.’ Juist. Het enige wat je misschien zou kunnen zeggen is dat de zon straks opgaat en dat het licht daarvan al door het hele tempelcomplex te zien is.

Material Kontingenz, David Jablonowski. SMBA, Rozenstraat 59, Amsterdam, t/m 14 maart. www.smba.nl. Met dank aan Jurgis Griskevicius