Ruanda heeft recht op gerechtigheid

Terwijl de laatste bijdragen van 55 gulden worden geteld en er in Belgie en Nederland tevreden wordt geconstateerd dat de tv-actie voor Ruanda zowel ingetogen en sober is geweest als het dubbele van het streefgetal van 25 miljoen gulden heeft opgebracht, zijn de berichten uit Ruanda opnieuw zeer zorgelijk.

De hulpverlening is op gang gekomen, de cholera in de vluchtelingenkampen lijkt bedwongen en aarzelend gaan groepjes vluchtelingen terug. Maar nu bericht Eric Brassem in Trouw vanuit Gikongoro - op de grens van de door de Fransen ingestelde veiligheidszone in zuid-west-Ruanda - dat Hutu’s die uit deze veiligheidszone terugkeerden, zijn omgebracht door de nieuwe regering van Ruanda, die is ingesteld na de overwinning van het door Tutsi’s gedomineerde Ruandees Patriottisch Front.
Eric Brassem schrijft dat hij vlak buiten de Franse veiligheidszone bij het plaatsje Malaba vijf akelig verminkte lijken heeft gezien, met daarbij enige identiteitskaarten en lidmaatschapskaarten van de MRND, de partij van de aan het begin van de gewelddadigheden vermoorde (Hutu-) president Habyarimana. Volgens getuigen liggen er nog meer lijken van Hutu’s, die door verkenningseenheden van de oprukkende RPF zouden zijn gedood. Overigens waren de lijken in staat van ontbinding en gaat het om moorden die enige weken geleden moeten zijn gepleegd.
Uit het artikel wordt niet duidelijk in hoeverre de nieuwe Ruandese regering daadwerkelijk voor deze moorden verantwoordelijk kan worden gesteld. Ook mag niet worden uitgesloten dat het hier om opzettelijke manipulatie gaat, of in elk geval om een akelige propagandastunt van de kant van de voormalige Hutu-machthebbers. Hen is er immers alles aan gelegen gevluchte Hutu’s ervan te weerhouden naar huis terug te keren door hun schrik aan te jagen over het lot dat hun thuis te wachten zal staan. Vooral de radiozender Milles Colonnes maakt zich nog altijd schuldig aan gruwelpropaganda, zoals deze eerder een belangrijke rol speelde door de Hutu’s op te roepen de wapens op te nemen tegen de Tutsi’s.
Maar wat er ook waar is, in elk geval is het probleem letterlijk levensgroot. Naar schatting veertigduizend Hutu-militairen hebben zich schuldig gemaakt aan de gruwelijke massamoorden op de Tutsi’s. Zij bevinden zich nu veelal tussen de vluchtelingen in Zaire en in de Franse veiligheidszone.
De berichten over de Hutu-soldaten die zich daar arrogant, corrupt en gewelddadig blijven gedragen zijn verontrustend. Ze kunnen degenen die terug willen gaan intimideren of zich tussen hen mengen. Het is begrijpelijk dat het RPF, zoals Trouw meldt, terugkerende vluchtelingen zorgvuldig controleert. Hutu-vluchtelingen die niets te verwijten valt, kunnen naar huis terugkeren. Maar wat moet er gebeuren met degenen die men inderdaad van misdaden tegen de mensheid kan verdenken?
De nieuwe premier van Ruanda, Faustin Twagiramungu - zelf een gematigde Hutu - roept bij elke gelegenheid op tot nationale verzoening. De regering wil graag dat de vluchtelingen terugkeren en zegt dat het geen zin heeft een leeg land te besturen. Ook is de Ruandese regering bereid in te stemmen met de instelling van een internationaal tribunaal voor de berechting van de massamoordenaars. Maar Twagiramungu zegt nu dat hij niet te lang op actie van de internationale gemeenschap kan wachten. Verzoening is belangrijk, maar er moet ook recht worden gedaan en er zijn al tweehonderd mannen gearresteerd die van massamoorden worden verdacht.
Er wordt van de Verenigde Naties de laatste jaren enorm veel gevraagd. Het Internationale Tribunaal voor Berechting van Oorlogsmisdaden in voormalig Joegoslavie is nog maar net aan het werk gegaan of er is weer een nieuw internationaal tribunaal nodig. Nauwelijks is er een begin gemaakt met hulpverlening aan en repatriering van de Ruandezen of er moeten dringend ingewikkelde juridische acties worden ondernomen.
Gaat het in ex-Joegoslavie nog om oorlogsmisdaden die zich formeel tussen soevereine staten hebben voorgedaan (van hoe recente datum die ook mogen zijn), in Ruanda gaat het om misdaden die zich geheel en al op het grondgebied van een land hebben afgespeeld - en daar pleegde de internationale gemeenschap zich tot nu toe verre van te houden. En de praktische problemen die het Joegoslavie-tribunaal ondervindt, vormen ook niet direct een aanmoediging om op deze weg verder te gaan.
Toch zou de internationale gemeenschap in Ruanda kunnen laten zien dat de afschuwelijke en vaak door niemand voorziene gebeurtenissen van de afgelopen vijf jaar de wereld wel degelijk hebben veranderd. We hebben in Noord-Irak, Joegoslavie, Somalie en nu Ruanda geleerd dat grootscheepse schendingen van de mensenrechten niet meer als binnenlandse aangelegenheden kunnen worden afgedaan en dat de internationale gemeenschap daadwerkelijk moet ingrijpen om ze te voorkomen en tegen te gaan. Grenzen kunnen bovendien niet meer als zo absoluut en heilig worden beschouwd, als ze in korte tijd gemakkelijk verschuiven en als vluchtelingenmassa’s over die grenzen heen en weer worden gedreven.
Daar komt bij dat het voor de Ruandese regering nauwelijks mogelijk zal zijn binnenlands recht te doen tegenover de moordenaars. Praktisch gezien niet omdat zeer velen zich nu al buiten het land bevinden; politiek gezien niet omdat dat bijna niet kan zonder meteen weer wraakgevoelens en doodsangsten bij de Hutu’s op te roepen. In de meeste landen die aan een dictatuur of burgeroorlog zijn ontsnapt, zijn nationale verzoening en gerechtigheid nauwelijks combineerbaar gebleken. Zie de ervaring in Chili, El Salvador en andere Latijnsamerikaanse landen.
Ingrijpen van de internationale gemeenschap zou het mogelijk maken Ruandese moordenaars die zich buiten Ruanda bevinden, te vervolgen en dat zal hen hopelijk een eerlijk proces garanderen. Een internationaal tribunaal om de massamoorden in Ruanda te bestraffen, zou de nieuwe Ruandese regering hopelijk in staat stellen ernst te maken met haar verzoeningspolitiek en zou bovendien een waarschuwing vormen niet in dezelfde fouten te vervallen als haar voormalige tegenstanders.
Geld voor voedsel en medicijnen is dringend noodzakelijk. Maar even dringend is er behoefte aan geld en ideeen om door gerechtigheid de moordende cirkel van bloedvergieten te doorbreken.