Voetbal

Rugnummers

In 1996, tijdens de Europese Kam pioenschappen voetbal in Engeland, viel het Duitse team op door de prachtige, verfijnd vormgegeven rugnummers. De cijfers waren niet van het gebruikelijke hoekige type, waarin een acht op een sneeuwpop lijkt, of van het lineaire soort, waarin de acht een symmetrische krakeling is, maar behoorden tot de familie van tekstletters met schreven, zoals gebruikelijk in boeken, kranten en tijdschriften, en zoals die ook wordt gebruikt in dit weekblad. Die Mannschaft won het toernooi met Monotype Footlight op de rug, een cijfer uit de keurige lettercategorie waarin ook menige Oxford- of Cambridge-companion is gezet. Het leek mij pionierswerk; binnenkort zouden al die duffe vmbo-uitknipletters verdwijnen. Niet leuk om te constateren, maar de Duitsers toonden zich op het gebied van de sportvormgeving een voorhoede.

Twee jaar later, bij de wereldkam pioenschappen in Frankrijk, bleek dat een illusie. Geen enkel land, ook Duitsland niet, gaf de nationale ploeg een leesbare en tegelijk elegante letter. Alle shirts droegen weer de bekende stugge, vette rugnummers die geen variatie vertonen in de dikte van de streken waarmee ze zijn getekend.

Ook grafisch ontwerper Sander Neijnens verbaasde zich daarover. Hij schreef een pamflet, Goede rugnummers, waarin hij enkele voorwaarden formuleerde waaraan rugnummers moeten voldoen. Hij presenteerde vervolgens zijn ideale nummers aan zijn lievelingsclub Willem II. De club gebruikte de nummers in het seizoen 2002-2003, waardoor ze wekelijks opvielen in de samenvattingen van Studio sport. Om vooralsnog onbegrijpelijke redenen is de letter dit seizoen al weer verdwenen.

Neijnens ontkent desgevraagd dat dit met financiële eisen te maken heeft, zoals het bestuur beweert. Uit zijn onlangs verschenen boekje (in eigen beheer uitgegeven) blijkt zo veel liefde voor de club en de letter dat dit ook onvoorstelbaar is. In de regel liegen voetbalbesturen.

In het prachtig vormgegeven werkje (hoe kon het ook anders) gaat Neijnens ook in op het specifieke rugnummerprobleem van gestreepte shirts. Ook de shirts van Willem II bestaan uit verticale banen, rood-wit-blauw. De Uefa heeft ploegen met gestreepte shirts gedwongen om in wedstrijden op Europees niveau de cijfers op een effen vlak te zetten, dat dan lomp de strepen van het shirt onderbreekt. De halfbakken fans van PSV zitten er kennelijk niet mee, maar de supporters van Southampton (net als PSV rood-wit gestreept) zijn in opstand gekomen. In september 2003 openden ze een website die als platform dient voor de actie Save Our Stripes. Supporters blijken woedend over televisiecommentatoren, club bestuurders en beleidsmakers die hun geliefde tricot kapot willen maken.

De Britse romanschrijver Tim Parks, wetenschapper en vaste medewerker van The New York Review of Books, maakte in zijn vuistdikke hommage aan de Italiaanse voetbalclub Hellas Verona aannemelijk dat het de supporters niet gaat om de spelers, het vertoonde spel of het stadion: de hondentrouw is aan de clubkleuren. «Mijn hart is rood-wit gestreept» is geen loze kreet. En bij werkelijke clubliefde duld je in je hart natuurlijk geen raar effen vlak, dat de traditionele strepen zomaar onderbreekt. Voor de herkenbaarheid op afstand heeft Sander Neijnens zijn zwarte getallen een witte contourlijn gegeven, waardoor het probleem effectief is ondervangen. Over het cijfers maken schrijft hij onder meer: «Het is de kunst om een goede balans te vinden tussen de eisen van individualiteit en gemeenschappelijkheid.» In navolging van Parks kun je gerust beweren dat die combinatie de essentie is van voetbal en clubliefde.

Sander Neijnens, Rugnummers. Eigen beheer, 49 blz., € 11,-. In Amsterdam alleen verkrijgbaar bij boekhandel Nijhof&Lee. Voor overige verkooppunten zie www.letterbeeld.nl

Correctie

Vorige week stond in het artikel Kroniek van een aangekondigde kabinetscrisis per abuis dat in Hebron «tachtig joodse families te midden van 140 Palestijnse» wonen. Dat moest natuurlijk zijn: tachtig joodse families te midden van 140.000 Palestijnen.