Sebastian Barry, Een lange, lange weg

Ruige soldatentaal

Sebastian Barry

Een lange, lange weg

Uit het Engels vertaald door Johannes Jonkers

Querido, 308 blz., e 19,95

Het is bijna een wet. De moderne generatie schrijvers van loopgraafromans heeft een grootvader die in de Eerste Wereldoorlog meevocht. Neem de Engelse schrijfster Pat Barker met Weg der geesten (1991-1995), onder meer gebaseerd op het protest van de oorlogsdichter Siegfried Sassoon tegen de oorlog, of de Franse schrijver Marc Dugain, die in De officierskamer (1998) de psychische ellende van aan het gelaat verminkte officieren in beeld bracht. En nu de Ierse dichter/schrijver Sebastian Barry (1955) die zich voor Een lange, lange weg liet inspireren door het soldatenboekje van zijn grootvader die nog het staartje van de Grote Oorlog heeft meegemaakt. Moeiteloos overtreft hij al die andere romans. Dat komt door Barry’s poëtische talent, zijn perfecte weergave van de ruige soldatentaal, zijn prachtige sfeertekening en de manier waarop hij de Ierse muziek, taal, dans en vrijheidsstrijd erbij haalt. De vertaling is een schot in de roos.

Barry’s grootvader zong graag liederen uit die tijd, vertelde de auteur in een interview, met als favoriet It’s a Long Way to Tipperary. Vandaar de titel van zijn roman. Met verve schildert Barry de omstandigheden waarin de hoofdpersoon Willie Dunne ter wereld komt: «Hij werd geboren in de nadagen. Het was het kwijnende einde van 1896. De winterse sneeuw beet in de Dublinse huurkoetsiers, die zich in hun vuile gabardines bij de Round Room in Great Britain Street verzamelden. De pasgeboren baby’s krijsten binnen de dikke grijze muren van het Rotunda-ziekenhuis. De witte schoten van verpleegsters raakten met bloed bevlekt als slagersschorten. Toen hij uit zijn moeder kwam maakte hij keer op keer een mauwend geluid als een gewonde kat. Zijn moeder nam hem aan de borst met de uitgeputte wil die de meeste moeders tot heldinnen maakt.» Niet vreemd dat deze moeder al vroeg sterft.

Willie Dunne is de zoon van de plaatselijke commissaris van politie. Tot teleurstelling van zijn vader mag Willie door zijn te geringe lengte niet bij de politie. Wel bij het leger. Om de katholieke nonnen in Vlaanderen tegen de Duitsers te beschermen neemt hij dienst bij de Royal Dublin Fuseliers, verlaat zijn drie zusters, zijn vader en zijn meisje Gretta. Tijdens het verlof blijkt deze grote liefde met een ander getrouwd, omdat iemand haar verklikte dat Willie aan het front een prostituee bezocht. Willies tragiek reikt verder: op de valreep, op 3 oktober 1918, als hij het gezang van een Duitse soldaat beantwoordt, sneeft hij alsnog. Willies grootste verdriet is echter geworteld in het conflict met zijn vader over de Ierse kwestie.

Er bestaat een groeiende literatuur over Ierland tijdens de Eerste Wereldoorlog, waarbij opvalt dat ook in die periode de controverse tussen protestanten en katholieken doorwerkte. Op Paasmaandag 1916 eist een duizendtal mensen in Dublin zelfbestuur op. Willies vader, trouw aan Engeland en het Engelse koningshuis, is daar faliekant tegen. Zoals elders in Europa trekken Ierse jongens ten strijde, maar om geheel diverse redenen. De groep uit het zuiden van Ierland verwacht dat het land na de oorlog onafhankelijk wordt, de groep noorderlingen wil koste wat het kost bij Engeland blijven. Willie Dunne kan niet kiezen, maar door het proces tegen de «rebelse» soldaat Jesse Kirwan – pendant van Siegfried Sassoon, maar complexer – en diens terechtstelling rijst bij hem twijfel over wat de Ieren aan het front aan het doen zijn. Kirwan weigert verdere deelname aan de oorlog als hij hoort dat in Dublin jongens zijn geëxecuteerd omdat ze zelfbestuur opeisen. Hij weigert te eten, zodat hij kan krimpen en de stof van zijn uniform niet meer hoeft te raken. Hij zegt niet langer te willen dienen in een uniform, gedragen door Ierse jongens toen ze andere Ierse jongens doodschoten. Jesse Kirwan is de strik, het konijn en de jager in één persoon. Hij maakt diepe indruk op Willie, die hem vlak voor zijn dood in de cel bezoekt.

Bij het schrijven van Een lange, lange weg moest Barry sterk denken aan het lot van de Amerikaanse soldaten in Vietnam. Op vergelijkbare wijze verloor het Ierse thuisfront de belangstelling voor de oorlog. Bovendien vertrouwden de geallieerden die rare Ierse soldaten steeds minder. Wanneer Willie in een brief aan zijn vader voorzichtig zijn twijfels uit over de Ierse deelname aan de oorlog hoort hij via zijn zus dat zijn vader woedend is. Tijdens verlof probeert Willie dit uit te praten, maar zijn vader reageert opnieuw furieus. Pas als Willie hem in een brief omstandig uitlegt wat zijn vader voor hem betekent, draait deze bij. Diens liefdevolle brief heeft de 21-jarige soldaat echter niet meer kunnen lezen.

Met gemak formuleert Barry de prachtigste zinnen: «Toen die augustus van 1917 de regens kwamen, onderging de aarde van Vlaanderen een wrede verandering. Het hele land onder Ieper loste op. Akkergrenzen smolten, akkers zonken weg tot platte moerassen, wegen werden herinneringen.» Soms is de stijl misschien iets te plastisch, bijvoorbeeld waar de auteur verslag doet van de bokswedstrijd aan het front tussen de tengere jonge Ier uit het zuiden en de reus uit het noorden: «Bloed verzamelde zich op de torso’s van de boksers; het welde op onder de huid in diepzwarte plekken, net als bij bevriezing, waar de soldaten zelf mee te kampen hadden gehad in de loopgraven. Het bloed viel uit neuzen, druppelde uit kapotte oren, spetterde naar beneden uit kleine wonden en japen, en vormde een slab van bloed op de borst van Miko Chuddy.» De reus gaat overigens neer, de tengere zuiderling heeft gewonnen. Waarop de menigte reageert met welluidend gebrul. Beide Ierse kampen hebben daar vrede mee. Een collectieve catharsis.

Er zit iets uitbundigs in al dat oorlogsgedoe. Volgens de huidige stand van de wetenschap komt dat door de dopamine. In het vuur van de strijd komt er plotseling een fantastisch gevoel naar boven in Willies borst. Opeens voelt hij zich vurig, waarachtig en jong: «Een gevoel dat in de buurt kwam van liefde. Het was liefde.» Nog een ander positief punt. In de meeste loopgraafromans ontbreekt een geestelijke, maar Barry maakt die omissie ruimschoots goed. In Een lange, lange weg komt telkens de katholieke priester Buckley opdraven: «Pater Buckley zat in de houding die hij altijd aannam na een veldslag: geknield naast een dode man.» Hij is Willies steun en toeverlaat. Buckley sterft eveneens. Vertwijfeling alom. «Hoe kon een man de oorlog ingaan en voor zijn land vechten wanneer zijn land achter hem zou verdwijnen als suiker in de regen?»