Ruimte voor de mondiale intellectueel

Ruim anderhalve week heeft Nederland nu kunnen nadenken over de aanslagen in Parijs. Het resultaat daarvan is pover. Wie na de verslagen uit Parijs en Brussel en de verhalen over daders en slachtoffers zoekt naar een diepere laag wordt slechts mondjesmaat bediend.

Medium commentaar 48 2015 mondiaal

In The Financial Times citeerde de Britse journalist Simon Kuper een toevallige Parijzenaar: ‘Met welke perceptie moet ik dit percipiëren?’ vroeg die zich af. Waar wordt die vraag voor Nederland beantwoord? Gepercipieerd werd er genoeg. Een veel gehoorde reactie op het geweld was dat de terroristen het op westerse waarden hadden voorzien. En dat ‘we’ in oorlog zijn met IS. Het rechtse kamp meent nu zijn gelijk te kunnen halen, maar achter hun stroman van de ‘islamknuffelaar’ gaat alleen een vijandbeeld, en geen wereldbeeld schuil. Het zijn allemaal instinctieve reacties op de schok van het geweld. Maar de vraag die Kupers Parijzenaar stelde, is de fundamentele: welk kader moet je op dit geweld loslaten? In plaats daarvan regende het stelligheden als: ‘IS zijn de nazi’s van de 21ste eeuw.’

Zo laat 13/11 zien dat het publieke denken in Nederland de afgelopen jaren op punten heeft stilgestaan. Wat erbij in is geschoten is de discussie over onderwerpen die Nederland met andere landen verbindt. ‘Globalisering’ lijkt haast een modegril waar we vooral begin jaren 2000 mee bezig waren, iets dat nu zo normaal is dat we het er niet meer over hoeven te hebben. Maar ook die vernetwerkte wereld verandert continu. Migratiepatronen verschuiven, de hoek waaruit dreiging komt verplaatst zich. Aan de denkende klasse de taak om die ontwikkeling op het nationale publieke toneel te duiden.

De aanslagen in Parijs passen daarmee in een serie recente gebeurtenissen die Nederland eraan herinneren dat ons welzijn meer vraagt dan ervoor zorgen dat alles ten westen van Duitsland en ten noorden van België netjes geregeld is. Eerder liet het neerschieten van vlucht MH17 zien dat de wereld buiten Nederland niet enkel vakantiebestemming of afzetmarkt is, maar een woelige zone waarin geweld tot het dagelijks leven behoort. Hetzelfde geldt voor de toegenomen stroom migranten die na een barre tocht Apeldoorn bereiken.

Al die ontwikkelingen vragen om meer ruimte voor de mondiale publieke intellectueel. Wat moet doorgaan voor publiek debat wordt nu vooral aan columnisten gelaten. Een enkele uitzondering daargelaten grijpen die vooral terug op hoe het nieuws over Parijs bij hen persoonlijk binnenkwam. In Den Haag is evenmin een groot reservoir van intellectueel kapitaal aanwezig dat kan worden ingezet om de schuivende wereld te bevatten. Het hoogste politieke ambt in Nederland wordt bekleed door iemand die visie omschrijft ‘als een olifant die het uitzicht beneemt’. Neemt een (ex-)politicus in Nederland de pen ter hand, dan is het vooral om over zichzelf te schrijven. Dat biedt interessante wetenswaardigheden maar is geen substituut voor gedachten over de rol van Nederland in een wereld waar geweld aan de buitengrenzen naar binnen slaat.

In deze Groene Amsterdammer duidt Gabriël van den Brink de taak van de publieke intellectueel als volgt: ‘Het naar buiten treden met ideeën uit de wetenschap, de cultuur en de geestelijke geschiedenis die het denken over maatschappelijke conflicten verder kunnen brengen.’ Het gaat hem om de poging ‘de werkelijkheid van de samenleving en de wereld van de intellectuele beschouwing bij te laten elkaar komen’. Graag meer ruimte voor dat verbindend denken in kranten, op radio en tv, en minder columnisme waarin snelle meningen tegenover elkaar worden gezet. Dat biedt meer grip op de Parijse moorden dan de cyclus nu: aanslag, felle reactie, langzaam weer terug naar de dagelijkse gang van zaken.