Ruimtefeest

De spacecake ontbrak, maar verder bood het festival Space, dat ensemble LOOS afgelopen weekend in theater Korzo organiseerde, alle denkbare varianten op het thema ruimte. Van overdrachtelijke representanten zoals Karlheinz Stockhausen die met zijn allesomvattende muziektheaterwerk Licht een kosmische muziek wil scheppen of wijlen Sun Ra die via zijn Arkestra (nu gedirigeerd door Marshall Aleen) zijn visionaire opvattingen tot uiting bracht; tot een letterlijk gebruik van de ruimte zoals in de dansvoorstelling IJ-Muiden van Karin Post, waar LOOS-voorman Peter van Bergen muziek voor schreef, en die naar het Korzotheater werd getransporteerd door een alle afstanden negerende maar helaas niet functionerende Internetverbinding. Een al even fantasierijke invulling is de ruimte (studio) waar LOOS in Den Haag tevergeefs naar op zoek is en die nu werd verbeeld door een zogenaamde sound gallery waaraan studio’s van over de hele wereld bijdragen hebben geleverd.

Gek genoeg ontbrak de ruimtelijke weergave van muziek - een fenomeen dat juist in de naoorlogse muziek een grote rol speelt, onder andere door musici of luidsprekers over de ruimte te verspreiden. Alleen Edwin van der Heide raakt in zijn fascinerende installatie Een wereld voorbij de luidspreker aan deze problematiek. Van der Heide probeert de beperkingen van de luidspreker (het feit dat het geluid uit een vast punt komt) te overwinnen door met behulp van veertig luidsprekertjes een akoestisch venster te creëren waar het geluid als licht doorheen stroomt.
De stukken die LOOS op de openingsavond speelde hadden nauwelijks een spacy karakter. Het nieuwe werk van Martijn Padding, Speculum inversum, gaat over de religieuze extase van een veertiende-eeuwse non die 38 jaar zat opgesloten in een ruimte (sic!) van acht vierkante meter. Padding levert geen half werk: hij trekt alle dramatische registers open. Een strak georganiseerd samenspel van de musici vormt de bedding voor een zeer geëxalteerde vocale partij die sopraan Jannie Pranger op het lijf geschreven is. De tweede première was van de hand van Huib Emmer. Net als in zijn eerdere stukken komen in Glorious Stranger een aantal vertrouwde ingrediënten voor: een op de techno geïnspireerde beat en ranzige elektronische klanken die naar tweederangs sf-films verwijzen - dit vermengd met live muziek voor de leden van het ensemble.
Een voorbeeld van geestelijke ruimte was het optreden van de Japanse Fluxus-kunstenaar Yasunao Tone, die al scratchend met zijn cd’s een tamelijk vriendelijke noise voortbracht. Niet hemelbestormend maar een performance die de toeschouwer wel doet beseffen dat ooit storing en gekraak werden ontdekt als middel om muziek mee te maken.
In de pauze konden de bezoekers van Space ondervinden hoe de ruimte smaakt.
Maaltijdkunstenaar Henri Roquas had zijn fantasie de vrije loop gelaten op een buffet met tijd en ruimte overstijgende ingrediënten zoals zeewieren, atomaire deeltjes, haai, zeeëgels en eetbare fossielen. Door de oogstrelende tropische kleuren toch een beetje geestverruimend.