Manon Uphoff schrijft een toespraak voor Bram van Ojik

Ruimteschip/station Europa


In 1969, het jaar van de maanlanding, luisterde ik als adolescent naar David Bowie. Als Major Tom zong hij vanuit de ruimte over het menselijk verlangen om nieuwe werelden te ontdekken, maar ook over angst, onzekerheid en vrees voor controleverlies: Here am I sitting in a tin can, Far above the world. Planet Earth is blue, And there’s nothing I can do. I think my spaceship knows which way to go.

Medium dsc 1980

Of het nou in de Tweede Kamer is, in een speelfilm of op de zeepkist in je buurtcafé: toespraken horen we overal. Toch zijn er maar weinig speeches die ons raken, slechts enkele blijven ons collectief bij. Wat is het geheim achter een succesvolle toespraak? Woordkeuze, timing, drama? En hoe kunnen context en spreker bijdragen aan de ultieme redevoering?

Eind mei vond in De Balie het Logos festival plaats, waar de kracht en de rijkdom van het woord werden gevierd. In het Theater van de Voordracht verplaatsten schrijvers zich in politici, met als doel een memorabele speech te schrijven. Zie en lees hier de toespraak van Manon Uphoff, die deed alsof zij Bram van Ojik was. De speech werd voorgedragen door Monique Hendrickx

Afgelopen week overleed astronaut Wubbo Ockels, de Nederlandse natuurkundige, ruimtevaarder, piloot en hoogleraar Aerospace for Sustainable Science & Technology, die in 1985 als eerste Nederlander een vlucht door de ruimte maakte en zich tot aan zijn dood bezighield met projecten die zich laten lezen als een spannend avonturenboek: de Groene Grachten, de laddermolen, de zonneauto, de superbus, een zero-emissionschip, de ‘Ecolution’. Net als Major Tom liet deze man met de zeven levens een bericht voor ons achter waarin sprake is van zowel hoop als vrees. Hij schreef: de ruimtevaart houdt ons een spiegel voor. Ons spiegelbeeld toont een mensheid die op de verkeerde weg is. Zo zijn we als een bulldozer door de natuur geraasd. Maar het tij kan nog worden gekeerd. Alleen het geloof dat we niets aan de wereld kunnen veranderen, maakt dat we niets kunnen veranderen.

Laat me daarom praten over hoop en vrees, over Sciencefiction en Astronauten. En over Europa.

Weinig is de afgelopen jaren zo sterk gepolitiseerd en gepolariseerd als het debat over de toekomst van de Europese Unie. Al tijden verloopt dit volgens voorspelbare lijnen. Van het ‘nooit meer oorlog’ of ‘economische noodzakelijkheid’ tot ‘de Europese Unie is een aanval op de natiestaat’. Een groot, betrokken Europa is nodig voor vijf grote problemen: de toekomst van de verzorgingsstaat, klimaatverandering, immigratie, de eurocrisis en defensie- en veiligheidsbeleid. Want die problemen zijn groot. Alleen al in de Europese Unie worden miljoenen mensen geconfronteerd met werkloosheid en armoede. De verantwoordelijkheid van het individu is steeds groter geworden, die van de overheid kleiner. Je hoeft de radio maar aan te zetten of de krant te lezen of je wordt overstelpt door de enorme hoeveelheid verontrustend nieuws. Wekelijks komen er angstaanjagende berichten binnen over de economie. De euro stond verscheidene keren op de rand van ineenstorting. Schuldenlanden als Griekenland, Italië en Spanje hebben de monetaire unie bijna (moeten) verlaten. Ons geld en de toekomst van onze nationale economieën zijn in handen van een paar grijze maatpakken_._ Dienen als spel voor de Wolven van Wall Street. ‘Water is an economic commodity’, hoorde ik zelf de grote Nestleman ooit zeggen_._ Daarbuiten zijn er honderdduizenden, soms miljoenen op de vlucht voor oorlog en geweld. Dan is er nog de klimaatproblematiek, zijn er natuurrampen, zoals de recente overstromingen op de Balkan. Wordt daar maar eens niet vreesachtig van. Frazzetto, een jonge Italiaanse neurowetenschapper, schrijft over de angst die dit oproept: ‘Deze toestand van de economie heeft effect op ons welbevinden. Ontslagen, faillissementen, schommelende indexcijfers, valutaverschillen en andere financiële rampen zorgen ervoor dat steeds meer mensen angstsymptomen vertonen, variërend van slecht slapen tot algehele nervositeit en hoofdpijn.’ De ergst getroffenen zitten in de leeftijdsgroep van achttien tot dertig jaar. Evolutionair gezien is angst nogal nuttig. Hij scherpt onze zintuigen, bereidt ons voor op een confrontatie met mogelijk, plotseling levensgevaar. Wie geen angst ervaart is ten dode opgeschreven.Juist in de greep van de vrees kunnen we tot een heroverweging komen van het belang van de dingen die ons dierbaar zijn.

Hoe kunnen we onze vrees benutten? Zorgen dat ze ons niet verlamt of door anderen wordt misbruikt en in een valse bocht wordt gebogen?

We moeten afstand doen van traditionele hoofdstromen en denkrichtingen en het marktdenken is zo’n denkrichting. Het was de deregulering van de financiële markten die de bankencrisis veroorzaakte en de eurocrisis inluidde. Het zijn oude taboes die maken dat de crisis in Europa zo tergend traag wordt aangepakt. We hoeven de vrees niet te vrezen; zij maakt ons bewust waar onze werkelijke waarden liggen. We moeten de vreesloze politicus vrezen. De man met het ontblote bovenlichaam te paard. De man met de eeuwige makelaarsglimlach. De orwelliaanse Newspeak waarin arbeidsflexibiliteit ontslag betekent en via de achterdeur onder slechte voorwaarden terugkeren op oproepbasis. Participatie betekent: zorg dat je meedoet en draag schande en schaamte als dat niet lukt. Open arbeidsmarkt: stromen goedkope uitgebuite arbeidskrachten die tot nieuwe slavernij worden gedreven en menselijke arbeid die wordt geminacht. Verbetering van zorg en ‘efficiëntie’: geen handen aan het bed, wel genoeg managers om dat te constateren. Waarin ‘groen en ecologisch’ betekent: als hobby. Pas als vuil en afval naar plekken zijn gebracht waar we (ook) graag op vakantie gaan tot de dag dat de stank het aangename bouquet van onze wijn bederft. Waarin vluchtelingen in het blauwe water bij Lampedusa tot aan hun verdrinkingsdood gelukszoekers kunnen worden genoemd, hun doffe ellende een aanval op onze veiligheid. Cynisme en onverschilligheid maken ons leven comfortabel. Maar we kunnen weg van het idee dat we louter toeschouwers zijn in een wereld die in een virtuele fictie is veranderd en ophouden alle politiek buiten onze landsgrenzen te beschouwen als buitenlandpolitiek terwijl we ondertussen kauwen op voedsel dat afkomstig is uit andere landen, kleding dragen die mijlenver weg is gemaakt, Poolse arbeiders in krappe kamers bij elkaar proppen alsof het lucifers zijn, op internet onze vakanties boeken, trots door Europese musea wandelen, zelf nieuwe levens beginnen in Ik vertrek. De Europese eenwording draait niet alleen om geld, maar ook om menselijke waarden.

[Maar vrees is niet alleen huiver voor het onbekende of de rente die we betalen over narigheid voordat die zich aandient. Ze is ook de dienstmaagd van de creativiteit (T.S. Eliot).]

Groene energiepolitiek bijvoorbeeld is geen SF en geen Utopie: het is reëel en maakt immuun voor chantage. Begin jaren negentig dachten we dat een open en democratische wereld al bereikt was. Veel dromen en ideeën zijn sindsdien gesneuveld, minsten evenveel zijn werkelijkheid geworden, vele vragen om aanpassing. In 1969 bereikten we de maan. Toen keek ik met de ogen van een adolescent. Vorig jaar zag ik op YouTube een filmpje. Astronaut Chris Hadfield zong Major Tom ten afscheid van zijn verblijf in de ISS. En de vliezen tussen heden, verleden en de toekomst braken. De commandant van de ronddraaiende outpost beweegt zich vrij in de capsule, speelt gitaar en kijkt naar de aarde want het geheel biedt ook beelden gezien vanuit het ruimteschip. Hadfield blijft grotendeels trouw aan de tekst van Bowie, waarin het gaat om een ruimtetocht die fout afloopt. Maar Hadfields versie is speciaal op maat gemaakt om de geslaagde missie en het blauwe juweel van de aarde eer te betonen. We zijn meer dan onze vrees.


Beeld: Monic Hendrickx sprak de toespraak geschreven door Manon Uphoff uit (Jan Boeve/De Balie)