Interview 

‘Ruis betekent nadenken’

Beeldend kunstenaar Frank Koolen zoekt in zijn werk naar het onverwachte. Het resultaat hoeft niet altijd geslaagd te zijn. Maar als het idee dat eraan ten grondslag ligt belangrijk is, dan is het resultaat dat ook. En ook mislukkingen tellen.

Frank Koolen (Maastricht, 1979) kan alles. Hij maakt foto’s, sculpturen, films, installaties, boeken, hij doet performances, schrijft teksten. Zelfs schilderijen maakt hij: echt olieverf op doek. In oktober is er een te zien in het Haagse Gemeentemuseum, op de tentoonstelling ter gelegenheid van de Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst. Frank Koolen: ‘Maar tekeningen, schetsjes, maak ik vrijwel nooit. Ik maak voortdurend aantekeningen, maar dat doe ik eigenlijk altijd in woorden. Ideeën, plannen, observaties, ontwerpen, ik schrijf ze op. En ik maak foto’s, natuurlijk. Ik heb altijd een camera bij me.Tegenwoordig ook een videocamera. Ik wil kijken of wat ik doe met foto’s ook wil met video.’
We praten bij hem thuis: een nieuwbouwflat in de Amsterdamse Staatsliedenbuurt, waar hij woont met zijn vriendin. Hij heeft op het moment geen eigen studio. Moest hij onlangs uit. Heel erg is dat niet. Heeft hij voor het uitvoeren van een plan ruimte nodig, dan kan hij altijd wel iets tijdelijks huren. Maar op het moment heeft hij het druk genoeg met het monteren van een videofilm. Dat kan prima in de woonkamer.

‘Het is een soort natuurdocumentaire over Europese dieren. Ik ben er deze zomer voor van Portugal naar Estland gereisd. Of eigenlijk gaat het over het categoriseren van dieren, van de natuur in het algemeen.’ Het is het relaas van iemand die eigenlijk helemaal niet geïnteresseerd is in al die onderverdelingen. Hij noemt bijvoorbeeld alle vogels gewoon ‘vogel’ en dieren op vier poten ‘dieren-op-vier-poten’. ‘Ik heb me laten inspireren door een verhaal van Jorge Luis Borges over een Chinese Encyclopedie waarin het dierenrijk verdeeld wordt in categorieën als: dieren die er in de verte uitzien als vliegen, dieren die net een bloemenvaas hebben gebroken en dieren die getekend zijn met een penseel van heel fijn kamelenhaar.’

Literatuur is belangrijk voor Koolen. Veel van zijn helden zijn schrijver. Lezen levert hem veel meer ideeën op dan kijken naar kunst van anderen, naar ‘dingen die al gemaakt zijn’: ‘Van iemand als Witold Gombrowicz heb ik ongelooflijk veel geleerd over hoe je dingen kunt zien, hoe je dingen kunt benaderen. Zijn Kosmos bijvoorbeeld gaf me een legioen aan ideeën. En Celine. Dood op krediet, dat gaf me een enorme impuls om dingen te maken, daar zit zo’n vaart in, zo’n dynamiek!’ Henri Michaux, nog zo iemand. Die leest hij op het ogenblik: ‘Was ook een belangrijk kunstenaar, trouwens.’

En dan is er de Russische absurdist Daniil Charms, schrijver van gedichten (zowel voor volwassenen als voor kinderen), een toneelstuk en veel korte prozateksten. Charms werd in 1942 op jonge leeftijd door het sovjetregime omgebracht. ‘Het werk van Charms heb ik in het tweede jaar van mijn academietijd leren kennen. Het heeft me nooit meer losgelaten. Charms’ verhalen zijn ongelooflijk grappig, maar tegelijk wrang en pijnlijk. Het is geen gratuit soort grappenmakerij. Met zijn absurdisme, zijn surrealisme, raakt hij de essentie van de absurde, meedogenloze wereld waarin hij leefde. Je lachen is een huiverend lachen. Charms is altijd op de achtergrond aanwezig.’

Ook Koolen kun je een absurdist noemen, zij het van een minder wanhopig soort. De wereld waarin Koolens protagonisten – mensen, dieren, voorwerpen – zich bevinden, is er het ene moment een van wanorde en verwarrende onbegrijpelijkheid, dan weer een van orde en beklemmende overzichtelijkheid. Die twee verschijningsvormen van de werkelijkheid kunnen bij Koolen niet zonder elkaar: de ene betekent bevrijding uit de andere, en vice versa, en daarmee houden ze elkaar in een wederzijdse houdgreep. De beklemmende orde wordt bestreden met bizarre ingrepen, chaotische ontregeling en goedmoedige destructie; de verwarrende chaos met eenvoudige, maar even bizarre ordeningen.

In New Effort, Old Horizon uit 2004 komen die twee houdingen samen in één werk. Frank Koolen: ‘Links zie je Sigmar Polke, ergens in de jaren zestig. Dat vond ik gewoon een mooi beeld. Ik kwam het tegen in een boek. Daar maakte ik dus een foto van. Later was ik op een dak met een vriend en zag ik dat groepje schoorsteentjes. Die vriend vroeg ik toen die foto te maken. Toen ik later de beide foto’s aan elkaar legde, liep de horizon gewoon door, exact, tot op de millimeter. Er is niks aan veranderd.’ New Effort, Old Horizon is een belangrijk werk voor Koolen, het vat samen waar het hem in de praktijk van de kunst om gaat: ‘… dat je in het zoeken en in het leggen van verbanden… dat je op dit soort momenten er gewoon over struikelt… en dat dat dan iets is… wát het ook is…’

Wat Koolen doet is voorwerpen, verhalen, beelden naast elkaar leggen en dan maar kijken of dat ‘iets’ zich voordoet. Soms treft hij die verbanden in de werkelijkheid aan en maakt hij er een foto van, soms moet hij ze zelf organiseren: ‘Je plaatst dingen bij elkaar die misschien niks met elkaar te maken hebben. Maar ze gaan een relatie aan, omdat je ze nu eenmaal naast of op elkaar hebt gezet. Vaak is dat alleen maar omdat de context zegt dat die dingen een relatie met elkaar hebben. Je gaat dan net zo lang nadenken tot je iets vindt dat een relatie suggereert.’

‘Ruis’ noemt Koolen dat, en om die ruis is het hem te doen. Zo plaatste hij ooit bij een winkelcentrum in Purmerend een metershoog borstbeeld van Nelson Mandela, gemaakt van kleurig beschilderd papier-maché, stijl creativiteitscursus. Wat moest dat daar? Verwarring is belangrijk. Het stimuleert de geest, scherpt je aandacht. Neem het ratjetoe aan dingen op zijn tentoonstellingen: ‘Doordat het een niks met het ander te maken lijkt te hebben, ga je nadenken, vormen zich ideeën, groeit je kennis. De verbanden die je legt, zitten in je hoofd, daar gebeurt het, niet in die dingen.’

Maar even later: ‘Nou ja, misschien ook wel. Je weet het niet.’ Niets is zeker: ‘Voor mijn werk is het belangrijk dat ik mijzelf steeds blijf tegenspreken. Ik bedoel, je leest een filosoof en je denkt: ja, zo is het precies. Dan lees je een filosoof die precies het tegenovergestelde beweert, en je denkt: ja, zo is het ook.’

Daarom ziet veel van zijn werk er zo geïmproviseerd, zo onaf uit: ‘De snelheid waarmee het gemaakt is, waarmee het gemaakt moet worden, bepaalt de vorm.’ Een groot voorbeeld voor Koolen is Martin Kippenberger. Die maakte in 1983 een schilderij met de tekst (en titel) Heute denken – morgen fertig. Koolen: ‘Je struikelt achter je noties aan. Het is allemaal improvisatie. Je kunt wel gaan polijsten, het werk keurig afwerken en mooi maken, maar dan vervreemd je het van het oorspronkelijke idee. Dan wordt het iets heel anders. Dan blijft er van de dynamiek die het in eerste instantie had niets over. Dan krijg je ruis binnen het werk. Ruis is oké, maar dan tussen de diverse werken. Dan is ruis dynamiek, dan betekent het nadenken.’

Twee jaar geleden maakte hij een filmpje in Bolivia: ‘Ik was toen bezig met “geluk”, met wat dat nu eigenlijk betekent. Toen las ik iets over Eldorado. Met een vriend en mijn vriendin ben ik toen naar Bolivia gegaan, naar het dorp Eldorado. Ik wilde er een performance doen. Ik verkleed als Viracocha, de witbebaarde Incagod die de indianen heeft geschapen, vriend Jeroen als Eldorado, de Vergulde. Een beetje bizar en flauw, maar wel serieus. We wilden de bewoners erin betrekken. Maar Eldorado bleek een gemeenschap van mennonieten te zijn, streng gelovige protestanten van Duitse en Nederlandse oorsprong. Ze waren een beetje bang voor ons. Vrouwen en dochters werden naar binnen gestuurd. Stonden wij daar in onze rare pakken… We hebben nog wel een performance opgenomen, maar heel anders dan gepland. De gouden ballonnen die we zouden gebruiken, hebben we later maar verdeeld onder de kinderen van een naburig dorp. Uiteindelijk heeft die tocht geresulteerd in een filmpje waar die performance maar kort in voorkomt. Het begint met hoe we er naartoe reizen, en aan het eind vertrekken we weer, een beetje een anticlimax. Van het oorspronkelijke plan kwam weinig terecht, maar het is best een rare film geworden.’

Het resultaat hoeft niet altijd geslaagd te zijn. Maar als het idee dat eraan ten grondslag ligt belangrijk is, dan is het resultaat ook belangrijk. En ook mislukkingen tellen: ‘Daar geniet ik zelfs van. Het is helemaal niet erg als iets mislukt. Het is belangrijk dingen te doen waarvan je niet weet of het goed wordt. Je moet dingen doen waar je een beetje bang voor bent. Kunst heeft met overgave te maken. Je moet je er helemaal voor inzetten, je kunt het er niet maar een beetje bij doen. Je moet uitersten opzoeken, jezelf in een moeilijke situatie plaatsen en dan maar kijken of je het plan dat je had kunt verwezenlijken, of je de moeilijkheden die je tegenkomt kunt oplossen. Dat onverwachte, dat onvoorbereide levert meer op dan als je het van tevoren tot in de puntjes regelt en regisseert.’