VVD: De partijbaronnen slijpen de messen

Ruk naar beneden

BUNNIK — Een zucht van teleurstelling trekt door de broedwarme zaal van discotheek Brothers waar Hugo Boss en Paco Rabane al enige uren om voorrang strijden. De eerste, voorlopige verkiezings uitslag van bureau Interview NSS op het breedbeeldscherm geeft de VVD slechts 25 zetels, één meer dan in mei vorig jaar. Maar het nieuws dat de combinatie CDA/VVD onder de zeventig zetels blijft steken, slaat pas echt in als een bom. «Dit was het feest, goedenavond», bromt een aangeslagen JOVD’er. Hij en zijn vrienden nemen nog een slok bier. «Hadden wij maar zo’n koppie als Bos, dan zaten we nou niet in de oppositie.»

Als de prognose even later wordt bijgesteld naar 27 zetels weerklinkt er alsnog gejuich, maar de gezichten blijven zorgelijk in afwachting van de verschijning van de VVD-top die zich in het aanpalende hotel Mercure heeft teruggetrokken. Erica Terpstra bijt het spits af en zegt dat het voor de hand ligt dat CDA en PvdA nu gaan proberen een coalitie te vormen. In een adem prijst ze Gerrit Zalm voor zijn energieke campagne en bezweert dat er na vanavond «geen koppen gaan rollen». Die vraag houdt de VVD-gelederen al tien dagen bezig, om precies te zijn sinds de combinatie cda/vvd haar meerderheid verloor in de peilingen. «Ook als we blijven steken onder de dertig zetels is er een belangrijk verschil met Dijkstals verlies in mei», heeft Frank de Grave op de heenweg naar Bunnik gezegd: «Dijkstal voerde de laatste weken eigenlijk geen campagne meer, hij had het opgegeven en hij had geen zin om zijn nek uit te steken. Met zo’n man kun je geen verkiezingen winnen. Zalm heeft er tot de laatste dag keihard voor gevochten.»

Toch heeft Gerrit Zalm wat uit te leggen. Toen hij op 16 oktober de stekker uit het kabinet-Balken ende trok, leken de vooruitzichten buitengewoon rooskleurig. De LPF stond op een dieptepunt in de peilingen, de teleurgestelde Fortuyn-stemmers (voor een derde afkomstig van de VVD) leken rijp voor de pluk. Voor een afstraffing volgens de regel «wie breekt, betaalt» hoefden de liberalen niet te vrezen, het was immers overduidelijk dat de vrienden van Pim hun afgang aan zichzelf te danken hadden. En de leemtes in Fortuyns gedachtegoed waren intussen behendig ingevuld door diezelfde Gerrit Zalm, die het grootste aandeel had in de opstelling van het «strategisch akkoord». Door vast te houden aan de hoofdpunten van het akkoord dacht de VVD de verweesde Fortuyn-stemmers terug te halen en een paar zetels af te knabbelen van het CDA.

Om de geest van Fortuyn te bezweren, werd niets aan het toeval overgelaten. Hans Wiegel en Frits Bolkestein werden aan de campagne toegevoegd en Zalm bespeelde naar beste vermogen het register van veiligheid, immigratie en integratie. Het kwam krampachtig over, maar hij durfde toch maar als enige lijsttrekker van een grote partij de stelling aan dat Nederland vol is. Hij pleitte voor minder regels voor ondernemingen, meer blauw op straat en een algemene identificatieplicht en riep de laatste weken op tot het plaatsen van twee, drie en ten slotte — roept u maar! — vier gevangenen in één cel. Naarmate de PvdA in de peilingen steeg, werd de toon schriller. Het dieptepunt was Zalms uitspraak van afgelopen zaterdag dat Wouter Bos «liegt en bedriegt». Dat was, aldus ingewijden, een noodgreep: de discussie ging op dat moment alleen nog maar om de vraag of PvdA of CDA de grootste partij zou worden en in zo’n geval moet je als politicus «een hogere toon aanslaan».

Het mocht allemaal niet baten. De winstwaarschuwing van oktober was voorbarig, en zo verwonderlijk is dat niet voor wie verder kijkt dan de stofwolken die Fortuyn vorig jaar opwierp. Het Nationaal Kiezersonderzoek (NKO) van 2002 wees uit dat er geen sprake was van een «ruk naar rechts» onder de kiezers, hooguit van een grotere beweeglijkheid. In 1971 zei 69 procent van de deelnemers aan het NKO altijd op dezelfde partij te hebben gestemd. In 1981 was dat nog maar 49 procent en vorig jaar slechts 29 procent. Nu alle partijen hardere taal spreken over migranten en criminaliteit zijn die thema’s in de ogen van veel kiezers minder urgent.

Van het potentieel van vijftig VVD-zetels waarop de campagne mikte, zat bovendien een deel bij het CDA en dat deel is door de rechtse campagne van de VVD eerder afgeschrokken. Balkenende begreep dat en schurkte in de loop van de campagne steeds dichter tegen de VVD aan. Aan de andere kant van het spectrum lieten de rechtse LPF’ers zich niet gemakkelijk paaien. De reden ligt voor de hand. De oproep tot een «nieuw beleid», die Zalm afgelopen maandag nog eens herhaalde op de VVD-slotbijeenkomst in het Amsterdamse WTC, is niet geloofwaardig uit de mond van een lijsttrekker wiens partij acht jaar en 87 dagen aan de regering is geweest.

De enige echte vernieuwer op deze VVD-lijst is welbeschouwd nummer zestien, Ayaan Hirsi Ali, die de emancipatie van allochtone vrouwen tot speerpunt van haar hoogstpersoonlijke verkiezingscampagne heeft gemaakt. Haar overstap naar de VVD was geen beletsel, integendeel: daardoor heeft zij de kwestie eindelijk op de politieke agenda gezet. En ze is niet van plan zich door de rechtervleugel te laten inpakken. «Nederland is helemaal niet vol», zei ze vorige week woensdag tijdens een spreekbeurt voor merendeels links liberale Amsterdamse VVD’ers. Haar pleidooi voor afzonderlijke verblijfsvergunningen voor alloch tone vrouwen en extra subsidie voor blijf-van-mijn-lijf-huizen leidde afgelopen week al tot scheve ogen bij de vreemdelingenvreters in de fractie zoals Henk Kamp en Stef Blok. Daarentegen herkenden de Amsterdammers in haar een «echte liberaal», een «welkome afwisseling na alle rechtse retoriek in deze campagne», in de woorden van de prominente Amsterdamse VVD’er Eduard Asscher, die aankondigde haar zijn voorkeurstem te zullen geven.

Hirsi Ali’s teleurgestelde politieke vrienden voorspellen dat zij het binnen de VVD niet lang zal uithouden, maar het is eerder de vraag hoe lang de VVD deze spagaat kan volhouden. De tegenstelling tussen paarse erfenis en politieke vernieuwing is door deze verkiezingsuitslag alleen maar actueler geworden. De partij is al jaren verdeeld tussen een conservatieve en een progressieve vleugel, door politicologen ook wel weergegeven als een tweestrijd tussen «materialisten» in de lijn van Wiegel (fysieke veiligheid, economische zekerheid, traditionele normen) en «postmaterialisten» in de trant van Dijkstal (tolerantie, individualisme, openheid). Een Nipo-enquête onder VVD’ers in 1999, het jaar van de «referendum-crisis», wees uit dat een derde van de partij achter de paarse «bruggenbouwer» Dijkstal stond en dat een derde terugverlangde naar de «harde lijn» van Wiegel. Bolkestein was in zekere zin een overgangsfiguur omdat hij het eerste paarse kabinet mogelijk maakte en tegelijk vanuit de Kamer een onversneden rechtse oppositie voerde.

De VVD betaalt dus het gelag voor de breuk van 16 oktober. De lijn-Wiegel heeft opzichtig gefaald en veel partijprominenten kunnen zich de haren wel uit het hoofd trekken. Gezien de vrijzinnige omgangsvormen die de VVD erop nahoudt, is het een klein wonder dat de liberale gelederen tot vanavond gesloten bleven. Vorig jaar werd lijsttrekker Dijkstal al ruim voor de verkiezingsdag afgebrand door partijvoorzitter Eenhoorn en de gevreesde voorzitters van de VVD-kamercentrales, de «partijbaronnen». Dijkstal was te links en vooral te «paars» om de naar LPF en CDA afdrijvende kiezers te binden. Toch wierp Eenhoorn afgelopen zaterdag alvast de knuppel in het hoenderhok door te zeggen dat hij eventueel opnieuw met CDA en LPF wil regeren, hoewel Zalm een coalitie met de LPF vanaf de eerste dag van de campagne uitdrukkelijk had uitgesloten.

In de diepste provincie, waar de gevreesde liberale partijbaronnen wortelen, worden de messen al geslepen. «Het was fout om met de LPF te breken, nu komen de rooien weer aan de regering», zei een spreker in hotel De Gouden Karper te Hummelo, waar de VVD-afdeling haar campagne afsloot in aanwezigheid van Henk Kamp en Clemens Cornielje. Kamp had grote moeite om uit te leggen waarom de centrum-rechtse meerderheid van 93 zetels in een jaar tijd is verdwenen. Cornielje bracht redding door de zaal voor te houden dat het kabinet wel moest vallen: «De LPF hield zich niet aan het strategisch akkoord en begon met links mee te stemmen.» Een leugentje om bestwil, omdat de LPF-fractie pas ná de val van het kabinet afwijkend begon te stemmen.

De klap komt na vanavond extra hard aan omdat de partij niet alleen onder de dertig zetels blijft, maar bovendien veroordeeld lijkt tot vier jaar oppositie. Voor de nieuwe generatie onder aanvoering van de staatssecretarissen Annet Nijs en Mark Rutte is dat misschien wel zo voordelig: nu kunnen ze zich in alle rust warmlopen. Gerrit Zalm daar entegen kan zich na vanavond geen seconde meer veilig voelen.

En Fortuyns geest is nog altijd niet terug in de fles. In het spoor van Terpstra begeeft Hans Wiegel, behalve erelid van de VVD ook bestuurslid van de Pim Fortuyn Foundation, zich ondeugend lachend onder de aanwezigen. «Het is altijd mogelijk dat het CDA er niet uitkomt met de PvdA en dat er alsnog een centrum-rechtse coalitie wordt gezocht met de VVD. U moet nooit vergeten dat zoiets al eerder is vertoond in 1977, toen ik het eens werd met mijn vriend Van Agt nadat hij zijn tanden had stukgebeten op de PvdA. Het verschil is dat we nu zouden moeten regeren met de LPF, maar die is sinds oktober aardig bijgedraaid. Als het aan mij lag, zouden we het best weer kunnen proberen.»