Rushdie wordt gesmoord in redelijkheid

Voor Khomeini Salman Rushdie tot doodsvijand uitriep, had Rushdie de dames Gandhi, Bhutto en Thatcher al zo gekrenkt dat ze zijn bloed wel konden drinken. Hij was dus geen held van de bewindslieden toen het bericht op 14 februari 1989 binnenkwam. Maar hij was een prominente Brit en dus moest Downing Street 10 voor zijn veiligheid zorgen.

De wraak van de politiek is zoet. Rushdie werd onmiddellijk weggepromoveerd tot symbool. Iedereen met een stropdas om kan nu zeggen hoe vreselijk hij het vindt dat schrijvers niet gewoon hun vak mogen uitoefenen. Rushdie moet, uit beleefdheid en omdat het nu eenmaal zo is, altijd weer benadrukken dat het niet louter om hem gaat, maar om het principe. En de gastheer kan niet anders dan dit beamen, waarmee hij het probleem meteen op een zo algemeen plan brengt dat de middelen om daadwerkelijk iets uit te voeren hem ontbreken.
Nederlandse politici, denk ik nu nog hoopvol, zijn anders. Zij doen niet niks uit onwil, maar uit eerbied voor de werkelijkheid. De bereidheid om iets te verzinnen is groot. Wij van het Rushdie Defence Committee Nederland mochten vorige week een bijeenkomst organiseren in de Tweede Kamer, helemaal gewijd aan Rushdie en zijn principe. Iedereen die een diplomatieke, economische of culturele maatregel tegen de Iraanse leiders kon bedenken, was welkom.
Juist die gastvrijheid maakte me duidelijk tegenover welke overmacht Rushdie staat. Twee overmachten, eigenlijk. De redelijkheid en de onredelijkheid. Onredelijk zijn de ayatollahs: de geldigheid van de fatwa is lang zo universeel niet als ze ons doen geloven, ze worden allerminst door de hele islamitische wereld gesteund, godsdienst in hun handen is zwarte terreur, en trouwens, die Rushdie gaat er toch wel aan, fatwa of geen fatwa.
Hartverscheurend redelijk zijn onze politici. Kijk, zeggen ze, het enige waar die Iraanse fundamentalisten op reageren is harde actie. Maar wie weet waartoe ze in staat zijn als ze worden getergd? Miljoenen uitgehongerde fanatici met niets te verliezen? Dus gaan we maar verder met onze stille diplomatie.
Intussen ontvangt Fokker handelsdelegaties uit Iran, op zoek naar militaire vliegtuigen. Onderhandelt Shell over de ontginning van Iraanse olievelden. Iedereen weet het, niemand zegt er iets over. Want in de kerk van vrije meningsuiting is het niet beleefd om over geld te praten.
Er zijn op dit moment te veel plekken op de wereld waar onze politici niet bij kunnen. De Unies en Veiligheidsraden tasten in het duister van de jaren negentig. Ze hebben niets meer te zeggen in landen waar de onredelijkheid heerst. Exporteer daarom de mensenrechten via de bezoekers die er nog wel binnenkomen: de multinationals en de hulporganisaties. Die hebben wisselgeld. Geef hun de boodschappen mee, en laat de politiek intussen uitzoeken hoe de gremia van de toekomst eruit moeten zien.
Zoiets zou Rushdie ook plezier doen, in de tijd die hij nog te leven heeft. Het vergeten van reglementen en procedures. Het onmogelijke eisen. Zich niets aantrekken van de redelijke overmacht. Zich te gedragen alsof het maar een kwestie van tijd is voor het onmogelijke gebeurt. Net zoals hij het zelf al jaren laat gebeuren, in de prachtige boeken die hij schrijft.