Rusland op oliejacht

DE KENNISSENKRING van de Russische minister van Buitenlandse Zaken Jevgenij Primakov kent een opmerkelijke samenstelling. Mede dankzij zijn opleiding als arabist is hij een van de weinige toppolitici in de wereld die vrij toegang heeft tot Saddam Hoessein en zijn hofhouding. Daarnaast onderhoudt hij uitmuntende contacten met de Russische oliebaronnen. Onder zijn leiding hebben het Russische ministerie van Brandstof en Energie en de Iraakse top intensief contact met elkaar, ondanks de sancties van de Verenigde Naties. Maart vorig jaar resulteerde dat in een contract dat Rusland op ruime schaal toegang verschaft tot de Iraakse olie zodra de VN-sancties tegen Irak zijn opgeheven.

De olie- en gasindustrie is een van de weinige sectoren van de Russische economie waar winst wordt gemaakt. Vanaf 1974 was de Sovjetunie de grootste olieproducent ter wereld. In 1988 bereikte de productie een hoogtepunt. Maar nadat de eenvoudig winbare oliebronnen waren uitgeput en de overige bronnen niet rendabel bleken, stortte de productie in. Bovendien kwamen veel olievelden door het uiteenvallen van de Sovjetunie op het gebied van onafhankelijke Centraal-Aziatische en Transkaukasische republieken te liggen.
Na een korte periode van verwarring probeert de Russische brandstof- en energiebranche nu weer greep te krijgen op de oliewinning in de zuidelijke regio’s. Men doet zijn uiterste best de grote westerse oliemaatschappijen en naburige grootmachten als Turkije en Iran uit de regio te weren. Door militaire bescherming aan te bieden of door te dreigen de gas- en oliepijpleidingen die over Russisch grondgebied lopen af te sluiten, probeert Rusland zijn invloed in de zuidelijke streken te versterken.
MAART VORIG JAAR sloeg Rusland zijn grote slag in Irak. Een Russisch consortium sloot met de Iraakse leiding een contract af waarmee het een aandeel van vijfenzeventig procent verwierf in de exploitatie en verdere ontginning van een van ’s werelds grootste olievelden: het Kurna-olieveld in het westen van Irak. Naar verwachting zal de opbrengst van het veld oplopen tot zo'n miljoen vaten per dag - dat is driemaal de totale olieproductie die Irak momenteel door de VN is toegestaan. Voor het consortium, bestaande uit Lukoil, Zarubezjneft en Masjinoimport is het contract uitermate voordelig. Het krijgt driekwart van de winst van de productie en is vrijgesteld van elke vorm van Iraakse belastingen. Daarnaast zijn het vooral Russische werknemers die het project zullen gaan uitvoeren. Door dit contract hebben zowel de Opec als de internationale oliemaatschappijen het nakijken.
Maar voor de winst kan worden opgestreken zullen, zoals gezegd, eerst de VN-sancties tegen Irak van tafel moeten. Een eerste stap daartoe was de beslissing van het Russische parlement, juni vorig jaar, om de VN-sancties niet langer financieel te ondersteunen. Instellingen en personen werd toegestaan opnieuw commerciële relaties met Irak aan te knopen. Op die manier kon Irak ook zijn schulden ter waarde van zeven miljard dollar aan Rusland afbetalen. Tegelijk werden de eerste aanzetten voor het olieproject gegeven: de aankoop van olie en olieproducten werd gelegaliseerd, alsmede de verkoop van apparatuur en reserve-onderdelen aan de Iraakse olie-industrie. Met die maatregelen rekte Rusland de speelruimte voor zichzelf op. Hoewel de VN-sancties nog net niet worden ontdoken, maakte Rusland de wereldgemeenschap wel duidelijk zich er niet langer aan gebonden te voelen.
DAARNAAST DRONG Rusland ook via het ‘Olie voor Voedsel’-programma steeds dieper de Iraakse oliemarkt binnen. In de eerste fase van het programma sloot Rusland contracten af voor drieëntwintig procent van de in Irak geproduceerde olie, voor de tweede fase kreeg Rusland meer dan vijfentwintig procent toegewezen. Shell, British Petroleum en Mitsubishi, die in de eerste fase tien procent van de productie bemachtigden, kregen te horen dat hun contracten niet zouden worden verlengd. Dat is ook een reden waarom het Westen aanzienlijk minder belang heeft bij zowel het 'Olie voor Voedsel’-programma als bij de opheffing van de sancties: de olie gaat toch goeddeels aan zijn neus voorbij.
In het licht van deze oliebelangen is het begrijpelijk dat Rusland zich opwerpt als diplomatieke vredesduif in de crisis rond Irak. Bij uitzondering zijn zowel de Russische president als de regering en het parlement het over deze kwestie eens. Het parlement adviseerde Jeltsin in een motie uitdrukkelijk de sancties tegen Irak in de Veiligheidsraad opnieuw aan de orde te stellen. Volgens de onderminister van Defensie, Viktor Posoevaljoek, zijn het namelijk de sancties die Saddam Hoessein tot zijn noodsprongen dwingen.
DE TAAL DIE ter onderstreping van het Russische standpunt wordt gebezigd is ongemeen fel. President Jeltsin suggereerde dat een aanval op Irak zou kunnen uitmonden in een wereldoorlog. Minister van Defensie Igor Sergejev meldde dat een militaire ingreep de betrekkingen tussen Rusland en de Verenigde Staten ernstig zal schaden. Oppositieleider Zjoeganov dreigde bij een Amerikaanse aanval het Start(II-verdrag te zullen verwerpen. En de nationalist Zjirinovski reisde met een gevolg af naar Bagdad, waar hij een deel van de delegatie achterliet als 'menselijk schild’.
Het Russische prestige in het Midden-Oosten en in de wereldpolitiek heeft door de opstelling inzake Irak een flinke oppepper gekregen. Bij de confrontatie tussen Irak en de Verenigde Staten in november vorig jaar legde Rusland daar al de basis voor. Het slaagde er toen in een gewapende interventie te voorkomen. Opgetogen meldde de Nezavisimaja Gazeta: 'Uiteindelijk moest het Witte Huis het beleid van het Kremlin volgen, iets dat geruime tijd niet was voorgekomen.’ Izvestija schreef zelfbewust: 'Rusland handelde uit de meest oprechte motieven. Er zijn geen gronden om aan die oprechtheid te twijfelen.’ En onderminister Posoevaljoek constateerde: 'Ik heb het gevoel dat het vertrouwen in Ruslands beleid groter wordt. Veel landen hebben vertrouwen in de uitgebalanceerde lijn die we uitstippelen.’
In de Verenigde Staten werd met achterdocht gereageerd. CNN benadrukte dat 'het Witte Huis met opzet weigerde Ruslands diplomatieke initiatieven te prijzen’. William Safire beschuldigde in The New York Times Primakov ervan 'de inspecties te ondermijnen’. Ook nu komen de beschuldigingen aan Ruslands adres los. De Russen zouden voor Irak bij de Verenigde Naties spioneren. En ze zouden apparatuur aan Saddam hebben verkocht voor het ontwikkelen van biologische wapens.
VOLGENS DE Moskovskij Komsomolets is het de lobby van Russische oliebaronnen die tot Ruslands opstelling inzake Irak heeft geleid. Dzjevan Tsjelojants, vice-president van Lukoil, eiste december vorig jaar reeds harde maatregelen van het ministerie van Buitenlandse Zaken, en erkenning van Irak als een zone die van vitaal belang is voor Rusland. 'Waarom zouden de Amerikanen de hele wereld tot vitale zone mogen uitroepen en wij niet? Irak heeft zeventien procent van de wereldoliereserves. We hebben reeds vele jaren nauwe economische banden met dat land. Irak is al een de facto belangenzone voor Rusland! En Irak is niet de enige vitale zone. Andere zijn de regio rond de Kaspische Zee, Iran, Algerije, Libië, Egypte, Syrië.’
Tsjelojants wenst in Irak voortvarend aan het werk te gaan: 'De sancties zullen uiterlijk over twaalf tot achttien maanden worden opgeheven. Zodra die beslissing is gevallen, hebben we nog zo'n tweeënhalf tot drie jaar nodig om de eerste olie te krijgen.’
Het heeft even geduurd voordat de Russische politieke top bij monde van minister van Defensie Sergejev aan de oproep van de olie-industrie gehoor gaf. Plotseling laat Rusland weer zijn tanden zien tegen de Verenigde Staten. De harde opstelling is een opmaat voor hernieuwde Russische bemoeienis met de olie- en gasrijke gebieden die ooit binnen de sovjetsfeer lagen. Voor Europa, dat volgens de Nederlandse Gasunie in de nabije toekomst zestig procent van haar gas uit Rusland zal betrekken, is dat een ontwikkeling die tot zorg maant.