Poetins Rusland is een politieke trendsetter

Rusland, waar heden en verleden worden verzonnen

Rusland maakt zich op voor nog minstens zes jaar Poetin. De grote leider hangt aan de touwtjes van een Kremlin-elite die Rusland heeft gevormd tot een electorale autocratie.

Luisteraars van het Russische radiostation Kommersant FM krijgen tijdens de weekenduitzendingen een kleine geschiedenisles. Tussen de gebruikelijke politieke en economische programmering door worden, begeleid door vioolmuziek, anekdotes verteld over de tsaren en tsarina’s die Rusland bestuurden tot aan de revolutie van 1917. De soundbites gaan bijvoorbeeld over Anna Ivanovna, die het alcoholgebruik aan het hof aan banden legde, over Peter de Grote, die werd afgezet door slimme Hollandse herbergiers toen hij anoniem door de Lage Landen reisde, of over Alexander II, die uiteenzettingen hield over de verschillen tussen autocratie en despotisme (die vooral worden aangegeven door het gemak waarmee een leider de wet naar zijn hand kan zetten). Vermakelijke autocratie, heet de radioserie. Kommersant levert zo, bedoeld of niet, politiek commentaar: autoritair leiderschap is ook entertainment. Op die manier wordt de Russische traditie van de politieke grap, tot kunst verheven ten tijde van de Sovjet-Unie, op subtiele wijze voortgezet.

Toch klopt er iets niet. Kommersant, als nieuwsbron door de communisten verboden en na de val van de Sovjet-Unie weer heropgericht, grijpt terug op het pre-sovjetverleden als bron van politieke humor. Ondertussen is ‘de nieuwe tsaar’ grotendeels gevrijwaard van spot. Poetins populariteit kan daar iets mee te maken hebben. Zijn partij Verenigd Rusland won bij de Doema-verkiezingen dit najaar driekwart van de zetels. Uit peilingen blijkt dat meer dan tachtig procent van de Russen verheugd is met Poetin in het Kremlin, dus is het publiek voor Poetinhumor hoe dan ook beperkt.

Bovendien leert het verleden dat grappen maken ten koste van Poetin een riskante bezigheid is. Direct na zijn eerste inauguratie als president in 2000 werd mediatycoon Vladimir Gusinsky gearresteerd. Gusinksy was eigenaar van de zender ntv die in een satirische poppenshow Poetin had geportretteerd als Kleinzach, een lelijke dwerg uit sprookjes van Hoffman die door blinde dorpelingen voor een mooie jongeling wordt aangezien. Drijvende kracht achter deze afrekening was de kring van hooggeplaatste militairen en veiligheidsfunctionarissen die het beledigen van de kersverse president aangrepen als excuus om lastige media, waar ze zelf ook hinder van ondervonden, te muilkorven.

Zelf beschikt de leider van Rusland over humor van het onderkoelde soort. ‘Nee, de grenzen van Rusland zijn oneindig’, zo corrigeerde Poetin onlangs een schooljongen toen die beweerde dat de oostelijke grens van Rusland bij de Beringstraat ligt. Het voorval vond plaats tijdens een bijeenkomst van het Russisch Geografisch Genootschap, een club opgericht in de negentiende eeuw waar Poetin, net als de tsaren destijds, de voorzitter van is. Evenzo, op een recente conferentie van de Valdai Club, een Russische denktank, reageerde Poetin met een knipoog op een vraag uit het publiek wat voor toekomst Rusland wacht na zijn regeerperiode. ‘U zult begrijpen dat ik nog lang geen plannen heb om met pensioen te gaan’, was het antwoord.

Hij kan dit gerust zeggen. Het moet raar lopen willen de presidentsverkiezingen die gepland staan voor 2018 een ander resultaat dan ‘Vladimir Poetin’ opleveren. Sommige Rusland-watchers houden rekening met nog een termijn van zes jaar daarna. Als ze gelijk hebben breekt er nog ruim een decennium Poetin aan. ‘Onwillend om enig alternatief toe te laten’, zoals New York Times-journalist Steven Lee Myers over Poetin schrijft in zijn boek The New Tsar: The Rise and Reign of Vladimir Putin, lijkt een gerechtvaardigde conclusie.

Dat het raadsel Poetin nog altijd aanleiding is voor een constante stroom boeken, artikelen en televisiedocumentaires is ook een gevolg van de gedaanteverwisselingen die de Russische leider heeft ondergaan. Bij zijn aantreden was hij een hervormingsgezinde staatsman die zijn land wilde inrichten naar Europees model en Tony Blair als groot voorbeeld zag. In zijn beginjaren opperde Poetin dat Rusland prima lid zou kunnen worden van de Navo en vond het niet bezwaarlijk dat Oost-Europa, de Baltische Staten en Georgië daar alvast in voorgingen.

Inmiddels is Poetin ervan overtuigd dat het Westen zijn grootste vijand is. Die overtuiging gaat sinds enkele jaren gepaard gaat met interesse voor conservatieve cultuurfilosofen uit de negentiende en twintigste eeuw die uitgaan van een botsing tussen het oppervlakkige, materialistische Westen en de Russische ziel, met zijn ontvankelijkheid voor spiritualiteit en traditionele waarden. Deze denkers die Poetin inspireren geven ook een geopolitieke draai aan dit cultuurverschil: ze geloven in het Eurazianisme, het idee dat er één grote beschaving zou kunnen bestaan die zich over het Europese tot het Aziatische continent uitstrekt, gestoeld op het christendom en waar Rusland als ‘hartland’ de regie over voert.

Eurazianisme is ‘een nieuw utopisch ideaal dat wordt uitgedragen door een nieuwe generatie Kremlin-autocraten’, concludeert Financial Times-journalist Charles Clover in Black Wind, White Snow: The Rise of Russia’s New Nationalism. De Russische annexatie van de Krim en de militaire inmenging in Oost-Oekraïne zouden signalen zijn dat Poetin de Euraziatische missie serieus neemt.

Onder Poetin-biografen, zowel van het kritische als het hagiografische slag, bestaat overeenstemming dat de man die sinds 2000 (met een korte onderbreking van 2008 tot 2012, toen Medvedev de presidentiële zetel voor hem warm hield) leiding geeft aan het grootste land ter wereld, blijvend gevormd is door de gebeurtenissen tijdens een koude decembernacht in 1989. Vladimir Poetin was toen een 37-jarige luitenant-kolonel bij de kgb en gestationeerd in Dresden. De val van de Berlijnse Muur had groepen demonstranten de moed gegeven de kantoren van de Stasi te plunderen, en ook de Russische veiligheidsdienst leek voor die behandeling aan de beurt. Vanuit zijn kantoor zag Poetin hoe een boze menigte zich voor de poort van het kgb-pand verzamelde, gevoed door geruchten dat er zich geheime martelkelders onder het gebouw bevonden. Zijn eigen overheid gaf niet thuis. ‘Moskou houdt zich stil’, kreeg Poetin te horen van zijn superieuren bij de veiligheidsdienst.

Dankzij een staaltje pure bluf stelde Poetin de kgb-dossiers uiteindelijk veilig. Ongewapend liep hij op de menigte af, en deelde in vloeiend Duits mee dat hij orders had gegeven aan de bewakers direct te schieten op eenieder die het terrein betrad. In werkelijkheid zaten er vier man in het pand met nauwelijks bewapening. De roerige massa geloofde het dreigement en droop af. Les één die Poetin uit deze gebeurtenis trok is dat als de macht het laat afweten chaos dreigt. Les twee was dat niet de waarheid, maar de suggestie het sterkste wapen van de macht is. Inmiddels zijn die lessen het leidmotief van Poetins Rusland geworden.

Wie een hedendaagse illustratie zoekt van les één (zonder sterke leider dreigt de chaos) kan een bezoek brengen aan VDNKh, even buiten het centrum van Moskou. Dit expositieterrein, gemodelleerd naar het concept van de wereldtentoonstelling, werd gebouwd door Stalin om de economische prestaties van de verschillende sovjetrepublieken te vieren. VDNKh was de afgelopen tijd vooral in gebruik als amusementspark, maar sinds vorig jaar is er een nieuw paviljoen verrezen: ‘Rusland, mijn geschiedenis’. Dit museum wordt vooral bezocht door schoolklassen om het verleden van hun land tot zich te kunnen nemen. Buiten worden bezoekers begroet door een gigantisch portret van tsaar Alexander III, die afrekende met de liberale koers van zijn vader Alexander II en die ‘orthodoxie, autocratie en nationalisme’ als drie pijlers van het Russische rijk zag. ‘Rusland heeft slechts twee bondgenoten: het leger en de marine’, is een van zijn bekende uitspraken, die ook de gevel van ‘Rusland, mijn geschiedenis’ siert. Alexander III, naar het schijnt, is Poetins favoriete tsaar.

De les die Poetin leerde was dat niet de waarheid, maar de suggestie het sterkste wapen van de macht is

Binnen opent de tentoonstelling met een manshoog videoscherm waarop een brandend Moskou wordt getoond: de Tijd der Troebelen, 1604-1613, een periode van opstand, burgeroorlog en een ‘gedegenereerde elite’, volgens de begeleidende tekst. Dit ramptij kwam ten einde toen het volk Michaël Romanov tot tsaar verkoos die vervolgens ‘de glorie van de natie’ herstelde. De tentoonstelling vervolgt met de hele stoet van Russische tsaren, die worden geroemd voorzover ze het hoofd koel hielden tegenover westerse mogendheden, ‘verraderlijke elites’ of ‘de zogenaamde publieke opinie’.

Wie daar niet in slaagde was de arme Nicolaas II. Die liet zich verleiden de Eerste Wereldoorlog in te stappen, terwijl zijn macht werd ondermijnd door ‘liberale kranten’. 1917, de Russische Revolutie en de moord op de Romanovs, betekende zijn einde. In ‘Rusland, mijn geschiedenis’ wordt deze historische omwenteling vooral gepresenteerd als een aanval op het orthodoxe geloof, met video’s van in elkaar stortende kloosters op eindeloze repeat en portretten van geestelijken die als martelaar stierven door toedoen van de bolsjewieken. Het is Ruslands nationale verhaal in een notendop: chaos en opstand vormen een permanente bedreiging voor staat en kerk, en het is aan de leider om dat gevaar te beteugelen. Momenteel rust die taak op de schouders van Poetin, die je bij het verlaten van het paviljoen vanaf een foto aankijkt.

Volgens Alexei I. Miller, historicus gespecialiseerd in nationalisme en Ruslands imperiale geschiedenis aan de Europese Universiteit in Boedapest, is ‘Rusland, mijn geschiedenis’ een perfecte illustratie van de mentaliteit van de meeste Russen. ‘In de liberale theorie is opstand een legitiem instrument van politiek verzet, maar Rusland is een diep conservatief land dat een grote afkeer heeft van revolutie’, zei Miller toen ik dit nieuwe icoon van Russisch nationalisme met hem besprak. ‘De steun voor Poetin, die zonder meer authentiek en gemeend is, is te verklaren omdat hij de gewenste stabiliteit en orde belichaamt.’ Dat onder Poetin de Russische economie momenteel alles behalve stabiel is, als gevolg van de sancties tegen Rusland sinds het conflict in Oekraïne, doet daar volgens Miller niks aan af. ‘Groei en vooruitgang worden minder belangrijk geacht dan politieke orde. De Russische bevolking is bereid om minder welvaart te accepteren in ruil voor politieke rust.’

Les twee die Poetin leerde als kgb-agent in Dresden (de suggestie is belangrijker dan de waarheid) is in Rusland de afgelopen tijd regelmatig toegepast. Het Kremlin blijft ontkennen dat er Russische vingerafdrukken staan op de Boekraket waarmee vlucht MH17 werd neergeschoten. In de officiële lezing zijn er ook nooit Russische troepen de grens met Oekraïne overgestoken om te vechten in de Donbass. De militairen die in 2014 bezit namen van strategische locaties op de Krim waren evenmin Russische soldaten, maar ‘groene mannetjes’ die zonder vlag of insigne een annexatie van het schiereiland verzorgden.

In Rusland, dat een brug bouwt om de Krim met het Russische vasteland te verbinden, waar de reisbureaus weer volop met Krim-vakanties adverteren en de schappen zijn gevuld met Krim-wijn, geldt wat door het Westen als illegale inname wordt bestempeld juist als een historische correctie. De redenering is als volgt: als de Sovjet-Unie gold als foute dictatuur moeten de beslissingen van dat regime ook als illegitiem worden beschouwd. En Nikita Chroesjtsjov schreef in 1954 het bestuur van de Krim over van Rusland naar Oekraïne. ‘Wat is er verkeerd aan de beslissingen van een dictatoriaal regime terug te draaien?’ zei Alexei Mukhin, directeur van het Centrum voor Politieke Informatie, een politiek adviesbureau dat goede banden met het Kremlin onderhoudt, die me deze logica onlangs uit de doeken deed.

Deze Russische waarheden worden eindeloos herhaald, op de televisiezender en in de kranten die bijna allemaal in staatshanden zijn of dicht tegen het Kremlin aanschurken. Het zijn illustraties die van Rusland een ‘postmoderne dictatuur’ maken, zoals Peter Pomerantsev het land omschrijft in Niets is waar en alles is mogelijk: Het surrealistische hart van het nieuwe Rusland. Volgens Pomerantsev, die jarenlang voor de Russische televisiestations werkte, is de sleutel om het land te begrijpen aanvaarden dat in Rusland de werkelijkheid ‘kneedbaar’ is. Wat je hoort en ziet over Rusland is verzonnen, door politieke machthebbers, door de zakenelite en door de mediabazen, met de televisiebonzen voorop, die de wereld van de tekentafel legitimiteit verschaffen door erover te berichten.

Een fraaie onderstreping van hoe de hele wereld viel voor de kneedbare Russische werkelijkheid kwam in 2014, toen Rusland de Winterspelen organiseerde. Dat de keus op Sotsji viel, had weinig van doen met de omstandigheden ter plaatse. Gelegen aan de Zwarte Zee heerste op die plek een subtropisch klimaat, en voorzover de aanpalende bergen over skifaciliteiten beschikten waren die beperkt. Het idee om het sportevenement naar Rusland te halen kwam naar verluidt van Vladimir Potanin, een oligarch die rijk is geworden in de metaalindustrie, die graag skiede bij Sotsji (net als Poetin). En dus verzon hij samen met onder anderen Dmitry Peskov, Poetins woordvoerder, een plan.

De reclameposters om de Russen ervan te overtuigen dat de Winterspelen in Sotsji een goed idee waren verschenen enkel daar waar Poetin met zijn escorte regelmatig langs reed. Radiospotjes werden afgespeeld op de zenders die Poetin graag beluistert. Er werd zelfs iemand ingehuurd om in te bellen bij het jaarlijkse telefonische vragenuurtje van de president om te vragen wanneer Rusland nu eindelijk de Winterspelen zou organiseren. Alles om Poetin het idee te geven dat de Russische bevolking snakte naar het sportevenement.

Nadat Poetin overtuigd was moest het tweede luchtkasteel worden opgetuigd. Sotsji had geen fatsoenlijk vliegveld en nauwelijks riolering. Maar toen het Internationaal Olympisch Comité een inspectiebezoek kwam brengen, werd het ontvangen op een drukke hangar, waar de inkomende en uitgaande passagiers heen en weer liepen, en tientallen vluchten op de borden stonden. Het was allemaal nep. De passagiers waren ingehuurde studenten, de winkels en kiosken waren enkel open voor de gelegenheid en de aangekondigde vluchten bestonden niet. Dit Potjomkindorp werd pas ontmaskerd nadat het ioc al voor Sotsji gestemd had. De rest is geschiedenis. In 2014 vonden de duurste Winterspelen ooit plaats, overschaduwd door de Maidanprotesten die op dat moment gaande waren in Kiev. Gasten sliepen in krakkemikkige hotels, de sneeuw moest worden ingevlogen en wereldleiders hieven het glas met Poetin in skipak. Nu, twee jaar later, liggen de wintersportdorpen rondom Sotsji er volstrekt verlaten bij.

De twee keer dat Poetin enige tijd onvindbaar was, stonden de tandwielen van het Kremlin direct stil

De verwikkelingen rondom de spelen in Sotsji zijn uitgebreid opgetekend in een baanbrekend boek over Rusland dat onlangs verschenen is: All the Kremlin’s Men: Inside the Court of Vladimir Putin. Het is geschreven door Michail Zygar, voorheen journalist bij TV Dozhd (‘regen’), een van Ruslands weinige onafhankelijke nieuwsmedia, dat in permanent gevecht is verwikkeld met de autoriteiten om te kunnen blijven uitzenden. Zygar speelde klaar wat lange tijd als nagenoeg onmogelijk gold: een diepgravend journalistiek verslag geven van Poetins inner circle en op die manier iets van de machinaties binnen het Kremlin blootleggen. Hij oppert dat ‘Poetin, zoals we hem ons voorstellen, niet bestaat’.

Poetin, zo laat Zygar zien, is evengoed onderdeel van de kneedbare werkelijkheid. Het opdoeken van een onafhankelijke pers, de inmenging in Oekraïne, de spelen in Sotsji, het waren geen van allen plannen die Poetin zelf bedacht. Ze kwamen van anderen rondom hem die ‘door in te schatten wat de intenties van hun leiders waren, in feite hun eigen wensen verwezenlijkten’. Zygar trekt deze conclusie op basis van meer dan honderd portretten van oligarchen, spindoctors, ambtenaren en politici die rond Poetin cirkelen en proberen hun eigen agenda via de president uit te spelen. De meesten daarvan heeft Zygar zelf gesproken. Poetin is, in plaats van een almachtige autocraat die overal aan de touwtjes zit, in de lezing van Zygar veeleer een machtsinstrument, dat door anderen wordt gehanteerd voor privé-doeleinden of om anderen dwars te zitten.

Het begon in feite al met hoe Poetin in het Kremlin belandde. Het idee dat deze onbekende kgb-agent een mogelijke opvolger kon zijn van de wankele Boris Jeltsin was een plan van Boris Berezovski, een mediamagnaat en politiek adviseur die tot Jeltsins vertrouwelingen behoorde. (Achteraf gezien schoot Berezovski zich in de voet. Hij en Poetin werden bittere rivalen toen Berezovski zich kritisch uitliet over de nieuwe president.) Tegelijk met Poetin was er nog een kandidaat onderdeel van ‘operatie opvolger’, ook een oud-kgb’er, genaamd Sergej Stepasjin, die in 1999 kort premier van Rusland was. Bepalend in de keus die de politieke ingenieurs rondom het Kremlin maakten voor Poetin was een opiniepeiling met de vraag welk fictief tv-personage de Russen het liefst als president zouden zien. Als nummer één uit de bus kwam Max Stierlitz, een soort Russische James Bond uit een populaire Russische serie uit de jaren zeventig die infiltreert in nazi-Duitsland. Vladimir Poetin, met zijn ervaringen in Duitsland, kwam daar het meest in de buurt. Het was een vroege vooruitwijzing naar de mediacratie waar Poetin leiding aan zou gaan geven.

Uit de beschrijvingen die Zygar geeft in All the Kremlin’s Men, waarin alle grote gebeurtenissen in Rusland van de laatste vijftien jaar de revue passeren, komt steeds hetzelfde patroon naar voren: Poetin is machtig in de zin dat zonder zijn fiat niets gebeurt. (De twee keer dat Poetin om nog onopgehelderde redenen enige tijd onvindbaar was, stonden de tandwielen van het Kremlin direct stil.) Maar zijn macht is minder formidabel in de zin dat zijn plannen vooral uit de koker van anderen lijken te komen. Voorzover er iets bestaat als ‘poetinisme’ of een ‘Poetin-doctrine’ heeft die niet zozeer betrekking op Vladimir Vladimirovitsj Poetin, als wel op het machtsspel waar hij een onderdeel van is.

‘Het lichaam’, zo wordt Poetin omschreven door sommige gesprekspartners van Zygar: een lege huls die wordt gevuld met opvattingen en ideeën van anderen, die vervolgens het aangezicht krijgen als plannen van de grote leider. Op die manier groeit bij Poetin zelf de overtuiging dat Rusland, met al zijn diversiteit en zeven tijdzones, enkel bij elkaar kan worden gehouden door die ene leider. Anders dreigt de chaos. ‘Poetin gelooft dat zonder hem alles uit elkaar valt’, zo tekent Michail Zygar op uit de mond van een anonieme Poetin-vertrouweling.

Zygars boek is tevens een verklaring waarom Rusland politiek zo glibberig is. Het land beschikt over een ongeëvenaard vermogen om eenduidige politieke etikettering te weerstaan. Het is geen klassieke dictatuur, waar een kliek aan de top het land eronder houdt. Er zijn verkiezingen, waaraan de oppositie meedoet. Er is, in beperkte mate, onafhankelijke pers. Evenmin valt Rusland onder de noemer ‘democratie’. Daarvoor is de stembusuitslag te veel voorgekookt door het Kremlin, is de zakenelite te nauw verweven met de politieke machthebbers en is de ruimte die onafhankelijke media hebben te veel ingekaderd. Rusland valt ergens tussen democratie en dictatuur in, en verenigt daarmee de twee politieke archetypen die het denken over politiek doorgaans bepalen.

Zelf experimenteerde Rusland de laatste vijftien jaar met verschillende labels voor deze mengvorm. In Poetins tweede termijn, die begon in 2004, deed het begrip ‘geleide democratie’ zijn intrede om Rusland te omschrijven. Volledig vrije verkiezingen werden door de Russische machthebbers ongeschikt bevonden. Het land moest een markteconomie optuigen en een solide middenklasse vormen. Open verkiezingen konden zomaar betekenen dat communisten de klok terugdraaiden of dat de oligarchenkliek via politieke lobby’s hervorming konden tegenhouden. En dus werd er gekozen voor een ‘geleide democratie’ waarbij de autoriteiten niet alleen de verkiezingen, maar ook de uitkomst daarvan organiseren. Die uitkomst was Poetin, die toen nog gold als een liberale hervormer.

Daarna volgde een periode van ‘soevereine democratie’, die er vooral op neerkwam dat het Kremlin de revolutie van onderaf en buitenlandse inmenging (twee zaken die in de ogen van veel Russen samengaan) moest kunnen weerstaan. Beide modellen, voor de goede orde, werden bedacht door Poetin-fluisteraars. ‘Geleide democratie’ was het idee van Alexander Voloshin, een politicus die overbleef van Jeltsins regering en die Poetins rechterhand was in de beginjaren van diens presidentschap. ‘Soevereine democratie’ is bedacht door Vladislav Soerkov, een van de meest invloedrijke Kremlin-grootviziers die verantwoordelijk wordt gehouden voor het kneden van de geest van de Russische massa via de televisie.

Ook de recente bekering van Poetin tot het Eurazianisme en het antiwesterse conservatisme is resultaat van ‘politieke technologen’ die Poetin van richting voorzien, zo blijkt uit Michail Zygars All the Kremlin’s Men. Dat Poetin tegenwoordig geldt als een slavofiele denker die hamert op cultuurverschillen tussen Rusland en het Westen (‘Koester geen illusies. Wij zijn niet zoals jullie’, zei Poetin in een ontmoeting met de Amerikaanse vice-president Joe Biden) is voor een belangrijk deel omdat hij zich laat inspireren door Vjatsjelav Volodin, tot voor kort stafchef van Poetin en inmiddels Doema-voorzitter. Traditionele waarden en spiritualiteit resoneerden bij de Russen, meent Volodin, en dus moest zijn president uit dat vaatje tappen. Het feit dat Volodin boven aan de lijstjes staat om Poetin op te volgen, geeft aan welke koers Rusland zou kunnen blijven volgen als Poetin eventueel afzwaait in 2024.

Maar ondanks de verschillende gedaanten waarin Poetin de afgelopen vijftien jaar aan de wereld is verschenen, is er één constante in de Russische politiek. Democratie, in de westerse, liberale invulling van het woord, heeft na de val van de Sovjet-Unie nooit voet aan de grond gekregen. In plaats daarvan heeft Rusland een systeem ontwikkeld dat de Russische politicoloog Vladmir Gelman omschrijft als ‘electorale autocratie’: een systeem dat de uiterlijke kenmerken van een democratie vertoont (politieke partijen, verkiezingen, een parlement) maar waar deze instituties juist worden gebruikt om antidemocratische politiek te legitimeren. In een electorale autocratie, zo schrijft Gelman in Authoritarian Russia: Analyzing Post-Soviet Regime Changes, is het speelveld tussen de zittende macht en de uitdagers stelselmatig ongelijk omdat de machthebber het staatsapparaat misbruikt om de uitkomst van de verkiezingen te beïnvloeden in het eigen voordeel. Rusland, waar heden en verleden verzonnen worden om het bewind van Poetin en zijn naasten te versterken, is de belichaming van deze vorm van illiberale politiek. In de liberale democratie is de waarheid een toetssteen om de macht te beperken. In haar illiberale tegenhanger geldt de postmoderne aanpak: elke waarheid is relatief, en kan dus naar behoeven worden vormgegeven.

Zo is Rusland, bedoeld of niet, een politieke trendsetter geworden. Wie beweert dat Rusland, met zijn fascinatie voor het tsaristisch verleden en hang naar imperiale macht, is blijven steken in een vorig tijdperk miskent dat Rusland vooropgaat in de groeiende antiliberale wereldorde. Lange tijd keek de wereld naar het Westen als ijkpunt. De liberale democratie in Amerika en West-Europa gold als meetlat waarlangs de hele wereld kon worden gelegd. Wereldwijd werden landen erop beoordeeld in hoeverre ze voldeden aan de pijlers van de liberale democratie: vrije verkiezingen, scheiding der machten, burgerrechten. Inmiddels is die trend op z’n retour. Amerika koos een president die juist de aanval opende op die verworvenheden. Dat het overgrote deel van Trumps stellingen onwaar was stond zijn overwinning niet in de weg. Integendeel, Trump weet wat Poetin weet, en het is ook tot de Europese populisten doorgedrongen. De behoefte aan de sterke leider is groot en de valse suggestie is zijn sterkste wapen.


Beeld 1: Poetin bij het alpineskiën op de Winter Paralympics van Sotsji, 2014. (Alexey Nikolsky / Presidential Press Service / Ria Novosti / AFP / ANP)

Beeld 2: Poetin (rechts) overlegt met zijn stafchef Vjatsjeslav Volodin. (Alexey Nikolsky / Sputnik, Kremlinpool photo via AP / ANP)