Rusland wil terug op de groepsfoto

De laatste jaren is er een wonderlijke diversiteit ontstaan in lidmaatschappen van internationale organisaties. Je hebt waarnemende en aspirantleden, stemhebbende en meebesluitende leden; sommige regeringsleiders mogen alleen de laatste dag van een conferentie meedoen, andere mogen wel meevergaderen maar mogen na afloop niet op de groepsfoto. Zo ontstaat een netwerk van hele en halve leden, kernleden en ‘strategische partners’.

Sinds het einde van de Koude Oorlog is de positie van Rusland in dit netwerk onmiskenbaar veranderd. Rusland is niet meer de centrale grootmacht. Het is aan de rand van de internationale orde terechtgekomen. De Russische Federatie bevindt zich in een diepe economische crisis. Binnen een zwakke staat en in een klimaat van corruptie verzekeren maffia en nieuwe rijken zich van woekerwinsten. De strijd in Tsjetsjenië toonde dat Rusland ook militair gezien geen grootmacht meer is. De militaire budgetten zijn er nu even groot als in Groot-Brittannië.
De Russisch-Amerikaanse top in Helsinki heeft de gewijzigde verhoudingen bevestigd. Jeltsin en Clinton ‘agreed to disagree’. Dat betekent dat de Navo onder (papieren) Russisch protest in juli over kan gaan tot uitbreiding in Oost-Europa. In ruil hiervoor kreeg Rusland de toezegging dat Clinton de Amerikaanse investeringen in Rusland zal 'stimuleren’. Verder kwam men tot een - gezien de Russische budgetten niet ongunstig - verdrag over vermindering van kernwapens en onderstreepte Clinton de 'wenselijkheid’ van het Russisch lidmaatschap van organisaties als de WHO, de Club van Parijs en de G7. Wat dat betekent liet vice-president Gore zondag tijdens zijn bezoek aan Japan weten. 'Zelfs als Rusland een belangrijke rol in de G7 krijgt toebedeeld, zal het uitgesloten blijven van essentiële economische en financiële discussies’, zo stelde hij zijn Japanse gehoor gerust. Zo gaat Rusland opnieuw een halfslachtig lidmaatschap tegemoet.
Hoewel Jeltsin bij zijn vertrek uit Helsinki opmerkelijke uitspraken deed over 'veiligheidsgaranties’ aan de Baltische staten, is hun toekomst in nevelen gehuld. Clinton wilde niet beloven dat voormalige Sovjetrepublieken nooit deel zullen uitmaken van de Navo. Ook krijgt de Navo-overeenkomst met Rusland niet de status van een officieel verdrag, zoals Jeltsin wenste. 'Gezien de goede wil van deze staten is een handtekening van de leiders voldoende’, liet hij weten. Het grote vertrouwen van de Russische president lijkt vooral geboren uit onmacht.
Jeltsin weet dat Rusland niet meer is geëquipeerd om een Navo-uitbreiding tegen te houden. Toen die uitbreiding enige jaren geleden voor het eerst aan de orde was, had hij er ook helemaal geen bezwaren tegen. In augustus 1993 verklaarde hij op bezoek in Warschau dat Polen zijn eigen weg mocht gaan. Misschien had de Russische leider in het achterhoofd dat ook Rusland spoedig tot de organisatie zou kunnen toetreden. Een paar maanden later was Jeltsins houding gewijzigd. Hij waarschuwde dat als de Navo naar het oosten zou blijven lonken, Rusland de banden met landen als China en Iran zou aanhalen. De handelsbetrekkingen met deze landen werden de afgelopen jaren al geïntensiveerd. Daarbij speelde ook teleurstelling over niet-nagekomen beloften over westerse economische hulp een rol. Desondanks blijft westerse steun voor Ruslands veiligheid en economie van groot belang. Aan de zuid- en oostflank voelt het zich bedreigd door de opkomst van China, militante moslimgroeperingen en etnische conflicten. Verrassend genoeg zou uitbreiding van de Navo voor Rusland weleens gunstig kunnen uitpakken.
Jeltsins ommezwaai betekent derhalve een strategische koerswijziging. De uitbreiding van de Navo kan als wisselgeld dienen. Het in het slop geraakte Rusland heeft echter weinig kaarten uit te spelen. Die boodschap moet Jeltsin nu aan het thuisfront overbrengen. Daarbij moet hij omzichtig manoeuvreren, want de uitbreiding van de Navo is een van de weinige onderwerpen waarover de nationalisten en communisten eensgezind zijn. Beide partijen noemden de uitkomst van de top een 'capitulatie’.
Dat de betrekkingen tussen de Verenigde Staten en Rusland weer ouderwets bekoeld zijn, bleek ook uit een ander voorval. Verleden week kwam naar buiten dat de Amerikaanse marine een simulatieoefening met de Oekraïense collega’s had gepland. Daarin bedreigde een opstand van een 'etnische groepering’ de Oekraïense staat; de separatisten werden gesteund door een 'naburig land’. Toen Washington zich bewust werd van de realistische strekking van Operatie Zeebries werd een alternatief scenario bedacht met in de hoofdrollen 'gewapende facties’ en een politiek correcte aardbeving. Te laat, Operatie Zeebries was al richting Moskou uitgelekt. De 'etnische groepering’ werd ontmaskerd als de Russische Krimpopulatie, het 'naburige land’ was Rusland zelf. Het tactloze Amerikaanse scenario en de geprikkelde reactie van Moskou is symbolisch voor de na de kortstondige glasnost-euforie gebrouilleerde relatie tussen de twee landen.
Dat de Verenigde Staten een zelfverzekerde houding aannemen, blijkt uit de scherpe uitspraken van Amerikaanse politici over de Helsinki-top. Trent Lott, voorzitter van de Republikeinse fractie in de Senaat, vindt dat Clinton zich van Jeltsin weinig hoeft aan te trekken. 'Als Rusland bereid is tot een constructieve relatie met de Navo - mooi. Zo niet, dan zal Washington de hoop moeten uitspreken dat Moskou er snel klaar voor is’, schrijft hij in The Washington Post. Minister van Buitenlandse Zaken Albright benadrukte dat instemming van Rusland niet nodig is, want Amerika is de enig overgebleven supermacht. De Verenigde Staten noemde zij 'de onmisbare natie’.
Zo is het duidelijk dat Rusland zijn belangen vanuit een andere positie moet verdedigen. Daarbij heeft het de blik nog steeds op het Westen gericht. Jeltsin lonkte deze week zelfs naar de EU, een flirt die Europa koeltjes beantwoordde. Toch is het belangrijk dat Rusland wordt ingekapseld in de westerse economische en veiligheidsstructuur. De Europese Unie en de Verenigde Staten moeten de relatie met Rusland niet verwaarlozen. De steun aan Rusland en het Russische lidmaatschap van de internationale orde kan niet in loze beloften en beperkte lidmaatschappen blijven steken. Of de top in Helsinki werkelijk een succes is geweest, moet daarom nog blijken.