Russen moeten brommen vanwege crimineel maanzaad

Moskou – Toen kolonel Poloechin met pensioen ging, kon hij zich eindelijk toeleggen op zijn grote droom: het serveren van traditionele gerechten in een eigen restaurant. Samen met zijn vrouw en schoonzus opende hij in de Zuid-Russische stad Voronezj het restaurant Haard, dat al gauw uitgroeide tot een goed lopende locatie voor feesten en partijen.

Dagelijks serveerde hij er specialiteiten: pirozjki gevuld met kool en jam, worstenbroodjes en vatroesjki, ronde met kwark gevulde pasteitjes. Ook maanzaadbolletjes, een traditionele lekkernij, gingen jarenlang probleemloos over de toonbank.

Tot 2010. Toen vielen agenten van de lokale antidrugspolitie het restaurant binnen, waar ze zakken met maanzaad vonden. Maanzaad, afkomstig van de papaverplant, is een belangrijk ingrediënt in de Russische keuken, maar bevat ook sporen van het streng verboden opium. Hoewel de Poloechins verklaarden dat hun maanzaad alleen voor de keuken was bedoeld en keurig was voorzien van een keurmer, hadden de agenten hun conclusie al klaar: hier was een geraffineerde drugsbende actief die handelde in opium, verstopt in onschuldig ogende broodjes. Het duurde niet lang of vader Poloechin, zijn echtgenote, schoonzus en dochter werden in de cel gegooid. De Russische wet stelt dat maanzaad volledig gezuiverd moet zijn van opium, maar volgens experts is dat onmogelijk.

De familie werd aan een proces onderworpen waar Kafka over zou hebben kunnen schrijven. Niet alleen was het maanzaad gewoon legaal verkrijgbaar, bewijs dat de Poloechins opium verstopten in hun broodjes kon niet geleverd worden. Sterker: er werden helemaal geen drugs aangetroffen in de baksels, anders dan het kleine beetje opiaten dat ieder maanzaadje bevat. Volgens Poloechin, die twee jaar in voorarrest zat, is hij het slachtoffer van een wraakactie. In 2009 zou hij hebben geweigerd corrupte agenten protectiegeld te betalen.

De afwezigheid van bewijsmateriaal bleek geen obstakel voor het gerechtshof van Voronezj. ‘Jullie zullen brommen!’ schreeuwde de aanklager tegen de familie. Rechter Lebedeva beet vader Poloechin al ruim voor het vonnis toe dat hij kon rekenen op een lange straf. En die kwam er inderdaad. Ondanks bemoeienissen van advocaten, activisten en de nationale ombudsman werd de gehele familie deze maand veroordeeld tot acht jaar cel, veel meer dan geëist en vanwege ‘uitzonderlijk gevaar voor de samenleving’ uit te zitten in extra beveiligde strafkampen. De familie gaat in hoger beroep.