POPMUZIEK: Phosphorescent

Rust en hoop

Here’s to Taking it Easy heet de plaat van Phosphorescent (indie-country-folkartiest Matthew Houck) uit 2010. Houck lijkt dat daarna in de praktijk te hebben gebracht als je kijkt naar de hoes van zijn net uitgebrachte album Muchacho.

Voor in een slaapkamer zie je een half gezicht met een grote lach, de ogen bedekt door een cowboyhoed, de huid door een woeste baard. Op de achtergrond hangen twee even geamuseerd kijkende en schaars geklede vrouwen op bed. Het is schijn die bedriegt, blijkt al uit de eerste liedjes van de plaat. Die lach is eerder een grijns en het tafereel lijkt meer een escapistisch moment in de periode tussen hard vallen en overeind komen dan onbekommerde lol.

Houcks met eindeloos veel optredens en drugs en alcohol gevulde leven van de laatste jaren heeft zijn tol geëist: ‘I lost my place, lost my girl, and lost my mind’, zo vatte hij het zelf samen in The Guardian. Dit startpunt heeft geleid tot Phosphorescents meest gevarieerde en intense album tot nu toe. Muchacho staat vol met liedjes waarop hij treurt, hunkert en de rug recht. Dat doet hij intens met zijn onvaste en half huilerige stem à la Hans Dorrestijn. Muzikaal trekt hij eveneens verschillende registers open. Het singer-songwriters-modeverschijnsel om elektronica te gebruiken voor een andere sound is aan Houck niet voorbijgegaan. ‘Hij ook nog eens?’ denk je eerst, maar wie hem het voordeel van de twijfel geeft moet toegeven dat hij raak schiet. Zo trekken de kabbelende synthesizer-arpeggio’s van Sun, Arise! en de meditatieve gospelzang van Houck die via dubs een koor met zichzelf vormt, je aan het begin al verleidelijk de plaat in. De ballade Song for Zula weet vervolgens mét gladde drumcomputer en violen uit een doosje te overrompelen en is een van de sterkste liedjes. Hier geeft Houck met een knipoog naar Johnny Cash in een paar zinnen de sfeer op Muchacho weer: van mistroostig (‘Some say love is a burning thing/ … Oh but I know love as a fading thing’), tot vechtlustig (‘See honey, I am not some broken thing/ I do not lay here in the dark waiting for thee’).

Het album meandert daarna via glitterrock (Ride on/Right), twang (Terror in the Canyons) en mariachi-trompetten (A Charm/A Blade, Muchacho’s Tune) naar een ander hoogtepunt: The Quotidian Beasts. Op deze Neil Young Crazy Horse-pastiche over een soort (uiteraard vrouwelijk) depressiemonster laat Houck zowel stem als gitaren ruim zeven minuten huilen en jengelen. Toch hoor je hier in retroperspectief ook al enige berusting: ‘I knew she’d been coming and she had got here at last/ … Yeah the beast came upon me, I guess it wasn’t so bad.’ Dan is het nog maar een kleine stap naar het sterk aan de opener verwante Sun’s Arising, Houck doet hier afsluitend zijn bandnaam eer aan: er is licht, er is rust, er is hoop. De slingerende weg daarnaartoe is voor de luisteraar een stuk aangenamer geweest dan voor de maker.


Phosphorescent, Muchacho, label: Dead Oceans/Konkurrent. Phosphorescent speelt vrijdag 10 mei in Bitterzoet tijdens het Amsterdamse Indiestadfestival