HET NOODPLAN VAN BALKENENDE

Rust in de polder

Het kabinet-Balkenende IV kondigde vorige week maatregelen aan waarmee het de economische crisis te lijf wil gaan. Misschien had het kabinet beter even niets kunnen doen.

NIEUWE AUTO’S BLIJVEN ONVERKOCHT. Huizen staan veel langer te koop. De nieuwe bank blijft in de showroom op de meubelboulevard. De dienstreis is geschrapt; telefonisch overleggen kan ook. En de boter hoopt zich op, margarine is goedkoper.
De recessie slaat hard toe. Ook in Nederland, al hield het kabinet lange tijd vol dat wij er relatief goed voor stonden. Maar nu dat is veranderd in misschien relatief minder slecht, is de vraag: wat kan het kabinet het beste doen om het tij te keren?
De voorstellen buitelden de afgelopen tijd al over elkaar heen. Geef iedereen vijfhonderd euro met de Kerst! Nee, dat geld wordt toch maar in een spaarsok gestopt of verdwijnt anders wel richting het buitenland, Nederland is immers een open economie. Verlaag de belastingen! Nee, dat heeft het kabinet al gedaan, bovendien neemt de koopkracht volgend jaar al extra toe doordat er door de dalende olieprijzen nu ineens een veel lagere inflatie is. Investeer als overheid meer! Nee, het effect daarvan laat te lang op zich wachten en ook dat geld lekt veelal weg naar andere landen. Deblokkeer het spaarloon! Verhoog de hypotheekgarantie!
Wat is wijsheid? Voorlopig even niks doen. Dat zou wel eens het beste kunnen zijn wat het kabinet nu had kunnen doen voor de Neder-landse economie. Daar kleefde echter een politiek probleem aan: het komt niet erg daadkrachtig over.
Dus kondigde premier Jan Peter Balkenende afgelopen vrijdag noodmaatregelen voor het bedrijfsleven aan: werknemers kunnen tijdelijk naar huis gestuurd, bedrijven mogen investeringen vervroegd afschrijven waardoor ze minder belasting hoeven te betalen, de overheid gaat reeds geplande investeringen naar voren halen en haar rekeningen aan het bedrijfsleven sneller betalen.
Want niks doen, dat zou wel in heel schrille tegenstelling hebben gestaan met het optreden van het kabinet in de bankencrisis die de recessie heeft veroorzaakt. Leg als politicus maar eens uit dat je wel in een mum van tijd miljarden euro’s gevonden hebt om de banken te ondersteunen, maar niet over de brug komt voor autofabrikant NedCar, staalconcern Corus en al die andere bedrijven die hun orderportefeuille in het vierde kwartaal leeggezogen zien worden. Waarom wel de boosdoeners geholpen, maar niet de bedrijven en hun werknemers die het slachtoffer zijn van het onverantwoorde gedrag van de banken?
Dit duivels dilemma voor het kabinet hebben de werknemersbonden en de werkgeversorganisaties haarfijn aangevoeld en in hun eigen voordeel weten te benutten. Hun gezamenlijke persconferentie afgelopen vrijdag, op het moment dat de ministers in de Trêveszaal al over eventueel ingrijpen zaten te overleggen, moest het kabinet nog een laatste zetje in de door hen gewenste richting geven. En de situatie duldde geen dagen uitstel, zo werd er gewaarschuwd.
Het gezamenlijke optreden kan ook worden opgevat als dreigement: weet, kabinet, dat je de steun van de polder en vele kiezers verliest als je niet aan onze eisen tegemoet komt. Heel toepasselijk noemde VNO/NCW-voorzitter Bernard Wientjes het wensenlijstje van de sociale partners dan ook een vertrouwenspakket. Formeel sloeg dat op het vertrouwen in de economie dat door noodmaatregelen moet worden hersteld. Maar ook werd gerefereerd aan het vertrouwen in het kabinet.
Neem uit dat vertrouwenspakket het voor de samenleving meest in het oog springende onderdeel werktijdverkorting. Werkgevers en werknemers willen graag werktijdverkorting en krijgen die ook. Bedrijven die hun orderportefeuille dramatisch zien kelderen mogen hun werknemers voor een aantal maanden naar huis sturen. Deze krijgen in die tijd een uitkering die door de werkgevers moet worden aangevuld tot het oorspronkelijke loon. Iedereen blij, zou je zeggen: de werknemers niet definitief ontslagen en geen inkomensverlies, de werkgevers hun werknemers niet definitief kwijt en lagere loonkosten, en het kabinet een pluim omdat het mogelijk maakt dat als het straks weer beter gaat met de economie, iedereen snel weer aan de slag kan.
Vergeten is even dat diezelfde werkgevers als antwoord op een vorige recessie de flex-werker in het leven riepen, de werknemer waar ze snel van af kunnen als het even tegenzit. Die flexwerkers vliegen er de laatste weken ook inderdaad als eerste uit. Maar de andere werknemers willen de werkgevers nu graag vast kunnen houden.
Dat klinkt nobel, maar er zit een addertje onder het gras. Het was Balkenende’s partijgenoot, CDA-kamerlid Eddy van Hijum, die er vorige week tijdens een spoeddebat in de Tweede Kamer op wees.
Er is namelijk iets vreemds aan de hand op de arbeidsmarkt. Zo staan tegenover de bedrijven die hun werknemers tijdelijk naar huis willen sturen nog steeds bedrijven die naarstig op zoek zijn naar personeel. Ondanks de dramatische terugval in de economie zijn er nog steeds duizenden vacatures die niet vervuld kunnen worden. ‘Oneerlijke concurrentie’ noemde Van Hijum het als bedrijven met behulp van werktijdverkorting hun vaste werknemers kunnen behouden en daarmee kunnen voorkomen dat die bij een ander in dienst treden.
Tot voor kort zou Van Hijum voor zijn opmerking de handen in het werkgeverskamp op elkaar hebben gekregen. Maar in barre tijden zijn het vaak de principes die als eerste sneuvelen. De vrije markt is even uit. Invloedrijke werkgevers willen nu dat de concurrentie op de arbeidsmarkt in de ijskast wordt gezet. Begrijpelijk dat de werknemers de werkgevers niet fijntjes wijzen op deze tournure. Ook al zou dat wel eens kortzichtig kunnen zijn.
Er zit nóg een adder onder het gras, ook hier wees Van Hijum op. Door de bedrijven de mogelijkheid te bieden personeel tijdelijk naar huis te sturen, wordt een situatie gecreëerd waarin ondernemers ingrijpende maar noodzakelijke maatregelen mogelijk te lang uitstellen. Na elke crisis blijken sommige bedrijfstakken er sterker uitgekomen te zijn dan andere. Nu de energiecrisis er doorheen speelt, zou dit wel eens des te sterker het geval kunnen zijn. Elke crisis biedt ook kansen, zei minister van Financiën Wouter Bos onlangs, waarbij hij er nadrukkelijk op wees dat nu de gelegenheid te baat moet worden genomen om ‘duurzaamheid te regelen’.
Deze crisis mag dan veroorzaakt zijn door de banken, in het jargon de niet-reële economie genoemd, nu deze is doorgedrongen tot de reële economie is het ook een reële crisis. Maar ook op dit punt zijn de werkgevers van hun geloof af gevallen dat de markt in dat geval zijn zelfreinigende werk moet doen. En wederom is het vanuit de werknemers begrijpelijk dat ze dit hun tegenvoeters niet inwrijven.
Dan is er nog een derde adder onder het gras van de werktijdverkorting. Die maatregel mag van de wet slechts tijdelijk zijn, ook al is de duur ervan vanwege de bijzondere economische omstandigheden verlengd tot maximaal een half jaar. Maar hoe lang gaat de recessie duren? Wie zegt, zoals werkgeversvoorzitter Wientjes afgelopen vrijdag beweerde, dat na de dip weer normale tijden aanbreken? Dat klonk toch vooral als wensdenken, alsof komende zomer de zon al weer langer en feller zal schijnen.

Net doen alsof na deze recessie alles weer zal zijn zoals voorheen is niet realistisch. Was de analyse van de financiële crisis niet dat we in de westerse wereld op te grote voet hebben geleefd, op de pof, op rekening van toekomstige generaties? Aannemen dat onze westerse voeten binnenkort weer even groot zullen zijn, spoort daar niet mee.
Balkenende gelooft in ieder geval niet in een dip waarvan het einde nu al in zicht zou zijn. Hij noemde 2010 expliciet als jaar waarin de Nederlandse economie de gevolgen nog steeds zal voelen, waarbij anderen zeggen dat de recessie dan zelfs pas op haar dieptepunt zal zijn. Gaf Balkenende hiermee niet impliciet aan dat hij van de maatregel al bij voorbaat geen heil verwacht? Wat is in dat licht bezien werktijdverkorting anders dan uitstel van executie?
Dat klinkt hardvochtig. Zo hardvochtig dat het kabinet er niet aan durfde. Het zag de krantenkoppen en journaalopeningen al voor zich: kabinet kiest voor massaontslagen. Deze zure appel zou wel eens te zuur kunnen blijken. Ook voor het CDA, de partij die zich er in het recente verleden op liet voorstaan er niet voor terug te deinzen door zure appels heen te bijten.
Het grote verschil met de roerige tijden rondom de afschaffing van het prepensioen is dat er nu geen zoet kan worden beloofd. Balkenende windt daar ook geen doekjes om en zei tijdens zijn wekelijkse persconferentie omomwonden dat we ons moeten ‘instellen op een harder economisch klimaat’.
Dus moet de CDA-fractie maar hopen dat de werktijdverkortingsmaatregel niet al te veel negatieve effecten heeft, en haar kritiek op het noodpakket inslikken. Al is het maar omdat het de lieve vrede bewaart in de polder. Misschien is dat, en niet het noodpakket zelf, wel het uiteindelijke medicijn.