Rusteloos dubbelzinnig

In de schilderijen van Roger Raveel lijkt de ruimtelijke opzet vaak eenvoudig en overzichtelijk. Maar na beter kijken duiken allerlei verwarrende details op.

OMDAT HET SCHILDERIJ Vanuit mijn tuin (1949) van Roger Raveel nogal klein is (bijna vierkant 57,5 x 56 cm) en met lichte toets in olieverf op papier is geschilderd (later op multiplex geplakt), wil ik het eigenlijk als een schets beschouwen van hoe met eenvoudige middelen een suggestieve, dubbelzinnige ruimte in beeld gearrangeerd kan worden. De mise-en-scène begint met vier stevige verticalen, zo geplaatst dat ze verschillende momenten van diepte in de ruimte markeren. Door een krachtige zwarte lijn werd eerst langs de linkerbeeldrand, van boven naar beneden, een strook afgezet. Hoe abstract die ingreep daar werkt, valt nog te bezien: de baan heeft dezelfde grijze betonkleur van ook de schutting die, horizontaal, door het beeld gaat. Is dan die strook de rand van een doorkijk die het tafereel naar voren trekt en dichtbij brengt? Op het eerste gezicht lijkt de ruimtelijke opzet van dit schilderij eenvoudig en overzichtelijk – maar dan, als we nog eens onze ogen laten rondgaan, duiken er allerlei verwarrende details en passages op. Wat, bijvoorbeeld, moet die baan vlokkerig geel binnen langs de zwarte lijn links? De smalle vrijstaande paal rechts heeft een vergelijkbare smalle baan kleur, beverig groen. En waar die paal de schutting verderop kruist, verschijnt de kleur geel opnieuw – zomaar, alsof daar een bloeiende forsythia zou staan. Schildertechnisch dient dat heldere geel natuurlijk om de optisch-ruimtelijke afstand tussen schutting en paal te accentueren. Tegelijkertijd vindt daar echter ook een misleidende verknoping van vorm plaats.
Het tweede verticale element, van links gezien, is de grijswitte zijkant van de hoekpaal van een schutting die als een coulisse het beeld in schuift. De schutting staat op een hoek in een pad dat van linksonder en dan scherp naar boven door de tuin loopt om dood te lopen tegen een horizontale schutting die de voorgrond daar afsluit en tot interieur maakt. Dan blijkt ook dat de voorgrond, tussen de verticale palen en de schutting in het midden, eerst een rechthoek was die vervolgens door dat schuine pad gedeeld wordt in twee puntige driehoeken. Dat type geometrische schematisering is typisch voor de kunst van Roger Raveel. Voortdurend zwalkt de compositie heen en weer tussen ritmische figuurlijkheid en suggestieve abstractie zonder dat de schilder een keuze wil maken. Het schilderij Vanuit mijn tuin is wat die listige dubbelzinnigheid aangaat een programmatische oefening – en met simpele middelen vrij methodisch uitgevoerd. Een schilderij van Raveel begint eigenlijk altijd als een suggestief interieur. Die binnenruimte wordt doorgaans neergezet met behulp van typische zetstukken zoals schuttingen, palen, muren en daken, vormen die zowel plastisch zijn (gesuggereerd door die strepen kleur binnen langs een zwarte lijn) maar ook kunnen werken als vlakken of silhouetten, zoals in het schilderij Voetbalveld uit 1952.
In opzet is dit werk vergelijkbaar met Vanuit mijn tuin: dezelfde ruimtelijke markering door palen, een hoekige schutting rondom het voetbalveld en daarachter een losse groepering van schots en scheef staande huizen. Wat de palen precies zijn of waren voordat ze abstract werden, blijft in het midden. In dit opzicht is het de moeite waard ook eens te kijken hoe Raveel tekeningen maakt van bijvoorbeeld dorpsgezichten, en hoe hij, precies figuratief noterend, maar tegelijk ook (met abstractie in gedachten) steeds verticale en horizontale elementen zoekt en benadrukt. De stap van zulke tekeningen naar de half-abstracte mise-en-scène van Voetbalveld is snel gezet. Maar wat veel tekeningen ook laten zien is dat Raveel eerst iets moet zien om een schilderij te maken. Daarna begint de opzet van het schilderij met een planmatige vereenvoudiging van allerlei vormdetails zodat zulke elementen schematisch kunnen worden ingezet.
Vanuit mijn tuin is zo’n schematisering van een waarneming – waarbij zonder twijfel in de waarneming al een gezichtspunt gekozen werd waar de schematisering van het beeld al in besloten lag. Precies dat is de rusteloze dubbelzinnigheid van Raveels beeldvorm. Hij is daar heel handig in geworden. Hoewel Voetbalveld zeker ook op een ware waarneming berust, is het schilderij een veel losser, bijna speels arrangement geworden – en veel vrijer ook in kleurgeving. Kijk alleen maar eens naar het verloop van de schutting: eerst van binnen grijs, dan om de hoek donkergroen aan de buitenkant (met blauwe bovenkant), dan achter het doel donkerblauw aan de binnenkant, lichtblauw bovenop, ten slotte weer rustig grijs om meer en rustig contrast te leveren aan de abrupte en heldere kleurschakeringen in het dorpsgezicht bovenin. Er is veel vrolijks te zien, zeker als er ook nog vreemde gestreepte figuren in gaan optreden, vlak in silhouet en met, bijvoorbeeld, kleurrijk geblokte gezichten.

PS Het Roger Raveelmuseum in Machelen-aan-de-Leie, net onder Gent, is zeer de moeite waard.
Over de tekeningen verscheen in 2008 een mooi boek: Bart de Baere, Witte schaduw: Roger Raveel, tekeningen (Ludion)