Liberalisme bij de VVD

Rutte blijft stil

Op de VVD-website kan iedereen zijn mening geven over samenwerking met de PVV. Het oogt liberaal, maar echte discussies over kernwaarden komen niet los. Hoe lang tolereer je intolerantie?

Medium vvd

JE MOET HET de VVD nageven. Op de website van de partij kan iedereen zijn mening geven over het voorgenomen minderheidskabinet van VVD en CDA dat wil gaan regeren met gedoogsteun van de PVV. Kom daar eens om bij die andere twee partijen waarmee de VVD overlegt: bij hen heerst er een doodse stilte op hun officiële websites. Bij het CDA is er overigens reuring genoeg, zoveel zelfs dat tijdelijk voorzitter Henk Bleker de critici die tegen samenwerking met de PVV zijn vorige week opriep nou eens even hun mond te houden en het onderhandelingsresultaat af te wachten. Dat klinkt toch naar de mond snoeren.
Nee, dan de VVD. Daar zul je zo'n oproep niet horen van de partijvoorzitter, en dat is niet omdat Ivo Opstelten het zo druk heeft met het als informateur begeleiden van de onderhandelingen. De VVD heeft haar website en daar mag iedereen zijn mening blijven geven, positief én negatief.
Die meningen liegen er soms niet om. Er zijn er die schrijven dat de huidige VVD - hun partij - hen misselijk maakt, dat het populisme er hoogtij viert, dat partijleider Mark Rutte geen kaas heeft gegeten van het liberale gedachtegoed, en dat een echte liberale partij zou walgen van de uitspraken van PVV-leider Geert Wilders.
De vrijheid van meningsuiting is bij de VVD zo'n hoog goed dat Rutte die vrijheid vorig jaar zelfs wilde verruimen. Maar is in een paar regels je ei kwijt kunnen op de VVD-website wel wat John Stuart Mill voor ogen had toen hij in zijn boek On Liberty inging op het belang van de vrijheid van meningsuiting?
Wetenschappelijk medewerker Fleur de Beaufort van de Teldersstichting, het wetenschappelijk bureau van de VVD, schreef vorig jaar ter ere van de honderdvijftigste verjaardag van Mills boek een beschouwing in Liberaal Reveil, het tijdschrift van de Teldersstichting. Daarin geeft ze aan waarom volgens de Britse filosoof de vrijheid van meningsuiting ‘zo belangrijk, ja, zelfs noodzakelijk is voor het geestelijk welzijn van de mensheid’. Dat is, aldus De Beaufort, omdat volgens Mill alleen door conflict en botsing van tegengestelde meningen de waarheid boven tafel kan komen. Zelfs het bestrijden van een volledige waarheid kan heilzaam zijn om 'zo een dieper begrip over de waarheid te ontwikkelen, in plaats van deze als vooroordeel te accepteren’.
Maar op de VVD-website kan dan wel van alles worden gezegd - hetgeen heel liberaal oogt - daarmee is er nog geen sprake van een conflict of een heilzame botsing van tegengestelde meningen. Iemand schrijft wat op de site, heel soms reageert een ander daar op, maar verder blijft het stil. Al die meningen glijden af als water op een vette huid. De reacties op de website dragen niet bij aan een dieper begrip voor het standpunt van Rutte en zijn fractie dat met de PVV in zee gegaan kan worden, of omgekeerd voor het standpunt van critici dat de liberalen dat niet moeten doen.
Een transparant, laagdrempelig en ogenschijnlijk democratisch communicatiemiddel verdoezelt zo dat feitelijk geen sprake is van een onderlinge discussie over de hamvraag: of een liberale partij als de VVD wel hoort samen te werken met een partij die stelselmatig hele bevolkingsgroepen discrimineert. Die laatste woorden gebruikte VVD'er en oud-Tweede-Kamervoorzitter Frans Weisglas overigens letterlijk om zijn ongenoegen over de onderhandelingen met de PVV te uiten. Niet alleen de redelijk anonieme bezoekers van de VVD-website zijn kritisch. Maar ook de steen die Weisglas in de vijver gooide veroorzaakte geen begin van een op het scherp van de snede gevoerd open, onderling debat.
Door de storm binnen het CDA zijn alle ogen op die partij gericht. Je zou kunnen zeggen dat de VVD het spel rond de gedoogsteun met de PVV tactisch slim speelt: geen herrie in de tent. Die les hebben ze geleerd in de tijd dat Rita Verdonk de gelederen dreigde te splijten. Maar politiek is meer dan een spelletje om de macht. Dat is juist een les die de kiezer telkens aan Den Haag leert.
Het is niet aan christenen en moslims binnen het CDA voorbehouden zich zorgen te maken over artikel 1 van de grondwet. Het is ook niet alleen aan CDA'ers om bezorgd te zijn over de vaak beledigende toon waarop Wilders over derden praat, of dat nou Marokkanen zijn, een minister die hij knettergek noemt, een premier die hij uitmaakt voor total freak, of de partijvoorzitter van het CDA die hij een oude zeurpiet vindt. Dat zou - Mill indachtig - ook tot diepgaande discussies binnen de VVD moeten leiden. Maar als die er al zijn, merkt de buitenwereld daar niet veel van. Vanuit de partijtop wordt slechts gereageerd met opmerkingen dat Nederland toch geregeerd moet worden en dat er niet voorbijgegaan kan worden aan de anderhalf miljoen PVV-kiezers.
Een voorganger van Rutte, voormalig partijleider Bolkestein, zwengelde begin jaren negentig wél een discussie aan door te waarschuwen voor cultuurrelativisme. Als gevolg van de komst van buitenlanders, waaronder veel moslims, werden volgens hem Nederlandse waarden te veel afgedaan alsof ze er niet toe deden.
In de ogen van Wilders was dat cultuurrelativisme van toen de schuld van het politiek correcte denken van de 'linkse kerk’. Wilders doet nu echter precies hetzelfde: het relativeren van Nederlandse waarden. Maar dan precies omgekeerd. Werden Nederlanders met een buitenlandse afkomst destijds rechten toegestaan die andere Nederlanders niet hadden, Wilders wil nu een groep Nederlanders rechten onthouden die andere Nederlanders wél hebben. De PVV-leider verdedigt deze zienswijze door de islam als een ideologie en niet als een godsdienst te beschouwen. Voor hem is het logische gevolg daarvan dat moslims geen aanspraak kunnen maken op de bij de vrijheid van godsdienst geldende rechten.
Meer dan een maand geleden spraken de drie onderhandelaars van VVD, CDA en PVV af om over dit punt, de aard en het karakter van de islam, onderling niet te steggelen, maar van elkaar te accepteren dat de een de islam wél als een godsdienst ziet en de ander niet. They agreed to disagree.
Dat klinkt liberaal, maar het riekt naar het weglopen voor de consequenties van deze totaal verschillende zienswijzen. Is goed doorgedacht of wederzijdse acceptatie op dit punt het mogelijk maakt ook andere godsdiensten als ideologie te gaan beschouwen? Wat betekent dit voor de vrijheid van godsdienst? Is het accepteren van elkaars verschil van mening hier niet strijdig met het liberale uitgangspunt dat politieke intolerantie - van Wilders ten opzichte van groepen buitenlanders - niet getolereerd mag worden? Met het etiket ideologie op de islam in z'n geheel, en niet alleen op fundamentalistische uitwassen, gebruikt Wilders namelijk zelf wel dit liberale uitgangspunt.
De vraag die Weisglas zichzelf had gesteld en die hij met nee beantwoordde, is ook de hamvraag die de meeste website-critici bezighoudt. Is het liberaal om Wilders zijn vrijheid van meningsuiting te gunnen, ook al wil hij anderen hun in de grondwet vastgelegde rechten afnemen? Kun je als liberaal zeggen dat er best met Wilders geregeerd kan worden, met als argument dat er altijd nog een meerderheid in de Kamer is die ervoor zorgt dat aan kernwaarden niet wordt getornd? Of is het juist liberaal om tegen Wilders’ meningen, beledigingen en in zijn partijprogramma opgenomen discriminerende voorstellen te blijven strijden? Moet een liberaal niet juist weigeren om de gedooghulp van de PVV in te roepen, omdat de opvattingen van die partij indruisen tegen de kernwaarde van de ware liberaal dat ieder lid van de samenleving dezelfde rechten en plichten heeft, de vrijheid zijn eigen leven vorm te geven, zijn eigen godsdienst te belijden of in het geheel niet godsdienstig te zijn? Waar houdt het gedogen van een andere mening voor een liberaal op?
In 2009 was er een relletje rond Rutte’s opmerking dat het ontkennen van de holocaust zou moeten kunnen, zelfs niet strafbaar zou moeten zijn. Ook mensen binnen de VVD vonden dat te ver gaan. Maar, zo schreef De Beaufort in haar stuk over On Liberty: 'Uiterst afwijkende meningen - zelfs als deze geen kern van waarheid omvatten - vallen voor Mill ook onder de vrijheid van meningsuiting, omdat zij heilzaam kunnen zijn voor een dieper begrip van de waarheid. De Britse filosoof zou Mark Rutte dus gelijk geven inzake de holocaustontkenning.’
Misschien dat Rutte zijn samenwerking met Wilders hiermee voor zichzelf verdedigt. Na zijn opmerking over de holocaustontkenning reageerde hij op alle commotie met de opmerking dat deze wel strafbaar moet blijven en dat meestal ook wel zal zijn, omdat uitlatingen daarover 'bijna altijd plaatsvinden in de context van het aanzetten tot geweld’. Daar ligt voor hem dus de grens in het publieke debat.
Maar over de actuele vraag in welke mate de PVV bevolkingsgroepen tegen elkaar opzet en het mogelijke gevaar dat daarvan uitgaat voor de Nederlandse samenleving heeft Rutte het niet. Twee dagen na de verkiezingen zei hij slechts zich met name zorgen te maken over de grote afstand tussen de VVD en de PVV als het gaat over sociaal-economische onderwerpen.
Het had een waarschuwing moeten zijn dat Rutte de niet in geld uit te drukken programmapunten van Wilders buiten haakjes zou gaan plaatsen. Achteraf kun je zeggen dat het de VVD goed uitkwam dat de verkiezingsstrijd als gevolg van de economische crisis vooral over bezuinigingen en hervormingen ging. De aandacht voor Wilders’ gedachtegoed was erdoor verslapt.
Even terug naar VVD'ers die toch proberen te doen wat Mill voor ogen had: blijven discussiëren over waar een liberaal voor zou moeten staan. Zo vraagt oud-minister Pieter Winsemius aandacht voor het klimaat. Oud-minister Joris Voorhoeve hekelt de afnemende belangstelling voor armoede in ontwikkelingslanden. Oud-staatssecretaris Gijs de Vries ondertekende een brief waarin hij zich samen met prominente leden van andere partijen zorgen maakt over de verscherping van de maatschappelijke tegenstellingen, de uitholling van de grondwet, en de internationale positie van Nederland, wanneer met de PVV gaat worden samengewerkt. Niet toevallig drie onderwerpen waarover de huidige VVD standpunten huldigt die dicht tegen die van de PVV aanliggen.
Winsemius, Voorhoeve en De Vries kaarten in hun kritiek een belangrijk liberaal uitgangspunt aan: eigenbelang mag niet verworden tot egoïsme. In het liberale jargon zou je kunnen zeggen dat het eigenbelang van de huidige generaties verwordt tot egoïsme als toekomstige generaties worden opgezadeld met een zeespiegelstijging, het verdwijnen van biodiversiteit, natuurrampen, armoede, hongersnood en uitgeholde mensenrechten.
Voorhoeve is al lid geworden van een tweede partij, D66. Winsemius zei dat er zo langzamerhand misschien een nieuwe partij moet worden opgericht. Het veroorzaakt allemaal geen enkele rimpeling in de VVD. Rutte blijft zich glimlachend verschuilen achter het argument dat een radiostilte is afgesproken. Mill zou zich omdraaien in zijn graf.

Beeld: Valerie Kuypers/ANP