Rutte III kijkt door een CO2-bril

De groene ambities van Rutte III blijven beperkt tot CO2-doelstellingen. Alarmerende zaken zoals insectensterfte, bodemuitputting en milieuverontreiniging worden genegeerd.

Medium commentaar 44 2017 co2 bril

Soms lijkt het of het overweldigende klimaatprobleem kan worden teruggebracht tot een overzichtelijke rekensom. Ergens heeft het iets geruststellends als zo’n super wicked problem wordt ontleed in een rapport met cijfers en tabellen. In Nederland is dat de taak van het Planbureau voor de Leefomgeving (pbl), dat tot op de procentpunt nauwkeurig becijfert wat nodig en doeltreffend is. Al zijn die rapporten lang niet altijd geruststellend, zo bleek deze week nadat het pbl de milieuplannen uit het regeerakkoord had doorgerekend. Het begon met een meevallertje: om ervoor te zorgen dat de CO2-uitstoot in 2030 met 49 procent is teruggebracht, hoeft ‘slechts’ 41 megaton extra koolstofdioxide te worden bespaard. Aan de formatietafel waren ze uitgegaan van 56 megaton. De tegenvaller was echter dat de voorgenomen maatregelen opgeteld slechts elf tot 26 megaton reductie opleveren. Conclusie: Rutte III heeft zijn koolstofboekhouding niet op orde.

Wat opvalt aan zowel de kabinetsplannen als de beramingen van het pbl is dat ze slechts oog hebben voor één ding: broeikasgassen. ‘Nederland wordt duurzaam’ belooft het regeerakkoord op de eerste pagina, maar wie doorbladert merkt al gauw dat duurzaamheid nogal nauw is gedefinieerd: de groene ambities blijven beperkt tot CO2-doelstellingen. De daadkrachtige retoriek uit de klimaatparagraaf staat in schril contrast met de tamme passages over landbouw, natuur en leefomgeving. Daarin ligt de lat aanzienlijk minder hoog: het voldoen aan Europese regelgeving is al genoeg. Op het gebied van visserij wil de regering zelfs gaan lobbyen om lastige milieuregels uit Brussel te voorkomen of te versoepelen. Het belangrijkste streven lijkt om de export van ‘onze agro-foodsector’ te stimuleren. Over biodiversiteit of pesticidegebruik geen woord.

We putten de bodem uit, walsen oerwoud plat en vervuilen de oceanen

Dat terwijl een studie over massale insectensterfte in Duitsland onlangs groot nieuws was. De uitkomsten waren dan ook alarmerend: in 27 jaar tijd was de insectenpopulatie met 76 procent afgenomen. Over de precieze oorzaak kunnen de onderzoekers geen harde uitspraken doen, maar het is onwaarschijnlijk dat de mens vrijuit gaat. De meest logische verdachte zijn de bestrijdingsmiddelen waarmee boeren hun landbouwgewassen scheutig besproeien. Eerder dit jaar luidden wetenschappers in het academische tijdschrift PNAS al de alarmbel over de ‘biologische vernietiging’ die de mens in de afgelopen decennia heeft aangericht. We putten de bodem uit, walsen oerwoud plat en vervuilen de oceanen. Dat raakt niet alleen mediagenieke dieren als de panda of de orka, maar ook kwetsbare organismen als insecten of plankton. En juist deze bedreigde beestjes die je niet snel zal aantreffen op een campagneposter van het Wereld Natuur Fonds zijn vaak cruciaal voor het functioneren van ecosystemen.

Die ecologische kaalslag blijft buiten zicht, zolang je het milieuvraagstuk louter door een CO2-bril bekijkt. Natuurlijk is het terugdringen van broeikasgassen noodzakelijk om ervoor te zorgen dat de planeet leefbaar blijft. Maar dat alleen is niet voldoende. Terwijl dat toch de indruk is die je krijgt als je beleidsmakers bezig hoort. Het hele internationale klimaatregime is ingericht op CO2-reductie – begrijpelijk, want het is nu eenmaal makkelijker onderhandelen over emissiepercentages dan over insectenpopulaties. Het biedt meetbare doelstellingen en als de administratie niet klopt kunnen controlerende instanties als het pbl de politiek een tik op de vingers geven.

Het gevolg is alleen dat een boekhoudersmentaliteit het duurzaamheidsbeleid domineert. Dat geeft de schijn van controle, maar vernauwt het probleem, waardoor het behapbaar oogt, terwijl de remedies in werkelijkheid bij symptoombestrijding blijven. Als je gelooft dat CO2 de voornaamste boosdoener is, bedenk je een plan om het onder de grond te stoppen. Probleem opgelost. Wanneer je inziet dat de ecologische crisis verder reikt, word je geconfronteerd met fundamentele vragen over de inrichting van onze economie en onze omgang met de natuur. Maar ja, probeer zoiets maar eens in een overzichtelijke rekensom te vangen.