Economie

Rutte’s rotzooi

De Haagse politiek plaatst zich graag in het centrum van de aandacht, door te doen alsof ze het centrum van de macht is. Dat is steeds lastiger in een samenleving waarin markten en technologieën zich niet door nationale grenzen laten weerhouden en waarin individuen zich bij hun keuzes niet door een politieke partij laten leiden. Dat weerhoudt de politici er niet van om de fictie van macht in stand te laten. Ze protesteren tegen extra bevoegdheden voor Europa en kiezen alleen extra taken bij organisaties zo lang Den Haag die taken denkt te blijven bepalen.

Het resultaat is een mêlee van organisaties die publieke verantwoordelijkheid hebben maar geen publieke verantwoording afleggen: stichtingen, zelfstandige bestuursorganen, corporaties. Verantwoording zijn zij slechts schuldig aan toezichthouders, intern en extern. Dat gaat goed zolang het goed gaat. Bij een misser poogt Den Haag alsnog in te grijpen - vaak zonder succes en altijd te laat - en het externe toezicht verder op te voeren. Woningcorporatie Vestia is maar één van de vele voorbeelden. Erik Staal bleek een eigen koninkrijkje te hebben gesticht, met een hofhouding van jaknikkers, en voelde zich gewettigd om met publiek geld te speculeren met derivaten. Dat gaat goed zolang het goed gaat. Het is niet verwonderlijk dat de burger de overheid gelijkstelt aan een anonieme bureaucratie. Wie is er verantwoordelijk voor die organisaties? Tot wie moet de burger zich (anders dan Den Haag) wenden? ‘Paars heeft gefaald in de uitvoering’, zo heeft Rick van der Ploeg onlangs erkend. Een puinhoop van Paars dus.
Gemeenten zijn ook deel van de mêlee. Door decentralisatie kan uitvoering van publieke taken effectiever en efficiënter, zo is het idee. Effectiever omdat gemeenten op lokale omstandigheden en behoeften kunnen inspelen. Efficiënter omdat gemeenten met minder geld uit de voeten kunnen. Met name dat laatste maakt decentralisatie voor dit kabinet aantrekkelijk. Het heeft besloten om de sociale werkvoorziening en ondersteuning van jonggehandicapten naar de gemeenten over te hevelen. Er is een budget van 2,6 miljard euro voor gemeenten, een bezuiniging van 1,8 miljard euro. Gemeenten moeten de regeling uitvoeren maar mogen de regelingen niet aanpassen, laat staan dat ze extra geld ter beschikking kunnen stellen. Gemeenten verkeren daardoor in ongeveer de tegengestelde situatie als de corporaties: verantwoording maar geen verantwoordelijkheid. De wethouder die naar de gemeenteraad geroepen wordt, staat daar met twee armen op de rug gebonden.
Steeds meer gemeenten zullen in het nauw komen. Want de nieuwe taken komen, in combinatie met de bezuinigingen, op hetzelfde moment dat de middelen uit het gemeentefonds afnemen en grondposities minder waard zijn dan ooit verondersteld. Bovendien wil het kabinet binnenkort via een wet de Europese grens aan het tekort aan gemeenten opleggen, waardoor zij geen buffer meer hebben om (tijdelijke) tegenvallers op te vangen. De idiote drie procent dwingt tot nationale bezuinigingen maar ook tot gemeentelijke ombuigingen. Ondertussen ontbreken bij gemeenten de eigen middelen om een eigen keuze te maken. Nog geen tien procent van de uitgaven wordt uit de opbrengst van de gemeentebelastingen bekostigd, waarbij de onroerende zaakbelasting (OZB) veruit de belangrijkste is. Dit percentage is beduidend lager dan in andere landen. Op zich staat het gemeenten vrij het tarief van de OZB naar eigen inzicht vast te stellen. Maar het kabinet wenst de stijging van de lokale lasten te beteugelen. Bij een te fors geachte stijging dreigt het te korten op het gemeentefonds. Gemeenten kunnen geen kant op: na de puinhoop van Paars dreigt de rotzooi van Rutte. Dit is al voldoende reden om decentralisatie niet half maar volledig door te voeren. Dat kan door gemeenten meer autonomie te geven, bij het uitvoeren van regelingen en bij het heffen van belastingen. Dat zal op zich leiden tot meer ongelijkheid: bijstandstrekkers in Weert en in Amsterdam krijgen niet hetzelfde. Die vorm van ongelijkheid lijkt goed te verdragen. Een voldoende reden voor volledige decentralisatie is ook dat de lokale democratie levendiger dan ooit wordt. Elk jaar zal er bij de begroting een politieke strijd zijn tussen links en rechts, tussen betere voorzieningen en lagere belastingen. Maar die strijd voorkomt juist dat de overheid een anonieme bureaucratie is en blijft.
De angst dat de druk van lokale lasten te groot wordt lijkt niet reëel. Elk jaar is er al ophef over dat beetje OZB dat gemeenten wel heffen. Maar het zou denkbaar zijn om burgers per referendum te raadplegen. In Zwitserland heeft zestig procent van de kantons een referendum over grote uitgaven. Uit onderzoek blijkt dat in die kantons uitgaven en belastingen lager liggen.
De fictie dat vanuit Den Haag lokale voorzieningen te regelen zijn, is niet langer vol te houden zonder het vertrouwen in de overheid verder aan te tasten. Maar Den Haag zal dat zo lang mogelijk volhouden.