Kabaal en liefde

Ruwe openhartigheid

Van de twee toneelreuzen uit de Duitse romantiek was Goethe de meest fanatieke in zijn verlangen om William Shakespeare naar de kroon te steken. Maar Schiller kwam het verst. Diens zelden of nooit gespeelde Wallenstein-trilogie kan zich meten met Shakespeare’s beste koningsdrama’s, Don Carlos en Maria Stuart met diens sterkste tragedies.

Maar Schillers meesterwerk zal altijd Kabale und Liebe blijven, over de liefde tussen het burgermeisje Louise Miller en de jongen van hoge geboorte, Ferdinand von Walter. Zij zijn de Duitse Romeo en Julia. Zij het dat niet een familievete maar intriges aan het hof hun liefde in de knop breken. De laatste keer dat het stuk, onder de titel List en liefde, werd gespeeld was in 1977 bij het Publiekstheater. Sinds het Zeeland Nazomerfestival van vorig jaar is er een nieuwe versie. Deze is nu in Amsterdam te zien.

De schwung van deze enscenering begint bij de nieuwe vertaling van Alex Mallems, die onovertroffen is in haar poëzie, scherp en ijzersterk in haar puntigheid. Ik geef een korte proeve uit de vierde acte, waarin de hofintrigante-tegen-wil-en-dank, Lady Milford, een rijpere-dames-kat uitdeelt aan titelheldin Louise:

Een meisje van jouw leeftijd heeft altijd twee spiegels, de echte en

haar bewonderaar. De charmante buigzaamheid van de laatste maakt

de ruwe openhartigheid goed van de eerste. Wat de ene afkeurt als

een pokdalige puist, zal de ander ophemelen als een gracieuze

schoonheidsvlek. In je naïviteit geloof je de ene niet zolang de ander

niet bevestigt wat die zei. Je huppelt van de ene naar de andere, tot je

uiteindelijk het oordeel van de twee verwisselt. Waarom staar je me zo aan?

Het speelplezier spat van deze regels in de verre van gracieuze botsing tussen Sjaan Duinhoven (Lady) en Nyncke Beekhuyzen (Louise). Speelplezier is ook de basis van deze voorstelling, gevat maar niet gevangen in een energieke mise-en-scène, die Frances Sanders heeft bedacht. Vorig jaar nog met een Zeeuws snoepkasteel op de achtergrond. Nu, hier, in het in dreigende tinten (ontwerp: Reier Pos) gekleurde decor op het grootste toneeloppervlak van Nederland omstreken: Sanders’ ‘eigen’ Openluchttheater in het Amsterdamse Bos, waar Kabaal en liefde nu twee weken te gast is.

Alberto Klein Goldewijk heeft een muziektapijt onder de voorstelling gelegd. Waar veertig jaar geleden bij het Publiekstheater de hele santenkraam van het barokke en het romantische repertoire werd geplunderd, speelt hier Schubert een hoofdrol, af en toe muzikaal vrijend met Arvo Pärt en andere vreemde eenden in de bijt van de negentiende-eeuwse muziek. Er wordt door de groep en door eenlingen (Sjaan Duinhoven en Doris Baaten voorop) keelsnoerend mooi gezongen. Triomfator is hier overigens uiteindelijk Schiller zelf. De constructie van zijn plot is vernuftig en nieuwsgierig makend, niet naar de afloop (die voel je na een kwartier aan je lendewater) maar naar het verloop: hoe gaat-ie hem dit flikken!? Schillers durf blijkt uit een van de meest beklemmende dubbele (zelf)moorden uit de wereldliteratuur in de slotscène – waarin de hier nog onbekende Vlaming Jonas Leemans excelleert, naast de beproefde ‘Bos’-speler Maarten Wansink, die met mooie oneliners mag smijten. Voeg daarbij het grote acteertalent Yara Alink, de nieuweling Ian Bok en Barre Land-toneelspeler Ingejan Ligthart Schenk (die het Openluchttheater vanaf 2015 gaat leiden) – en daar heb je de ingrediënten voor een pittige pot toptoneel. U heeft nog enkele dagen!


Kabaal en liefde door Productiehuis Zeelandia / Theater het Amsterdamse Bos is nog t/m 14 juni te zien, aanvang 21.30 uur. bostheater.nl