Ruwe stadvernieuwing in Burkina Faso

Ouagadougou – ‘Daar? Daar zitten alleen maar drugshandelaars, dieven en verkrachters. Veel te gevaarlijk.’ Het stadsvernieuwingsgebied in de Burkinese hoofdstad Ouagadougou krijgt geen aanbeveling. zaca heet het: Zone d’Activités Commerciales et Administratives. Oppervlakte tweehonderd hectare en geafficheerd als ‘het grootste onroerendgoedproject van Burkina Faso’. Borden laten fraaie beelden zien van flonkerende skylines.

De werkelijkheid is dit: een grote kale vlakte met een paar nieuwe straten, een rotonde in de leegte, een enkele nieuwe kantoorflat plus een handjevol oudere gebouwen. Projectleider Moussa Sankara zei in 2009 tegen de regeringskrant Sidwaya:zaca is volgend jaar één grote bouwput.’

Twaalf jaar geleden stonden hier huizen, winkels, restaurants, bars, klonk overal muziek en liepen verkopers, feestvierders en passanten over straat tot ver na middernacht. Het was er ook rumoerig en vuil, en dat moest maar eens anders, vond de overheid. In 2001 werd het ­project officieel gelanceerd; om te beginnen gingen vijf volksbuurten tegen de grond. De inwoners protesteerden, tijdens dit ­achterhoedegevecht vielen er doden en gewonden.

Ondertussen ligt de opbouw van de nieuwe prestigewijk nagenoeg stil. Er is geen geld en er is een probleem: onder zaca ligt een ­meertje dat de waterafvoer, vooral in de regentijd, ernstig kan bemoeilijken. De oorspronkelijke bewoners wisten dat uit eigen ervaring; de ­projectleiders hebben het na jaren ontkenning ook toegegeven. En ze hebben beloofd dat ze een extra afvoerkanaal gaan graven. Ooit.

Eén straat is wel af. Er staan dure hotels, dure appartementen en dure bistro’s. Ze worden bezocht door de lokale elite, buitenlandse zakenlui en diplomaten. ’s Avonds trekt een leger armoedzaaiers langs de terrassen. Ze verkopen schilderijen, beeldjes, dvd’s, telefoonkaarten – of zichzelf.

Ironie: de peperdure avenue draagt de naam van Kwame Nkrumah, icoon van Afrikaanse vrijheid en socialisme. Tweede ironie: zaca is bedacht tijdens de regering van Thomas Sankara, de mythische Burkinese revolutionair uit de jaren tachtig. Een man van het volk toch, zeker? ‘Laat ik het zo zeggen’, stelt een journalist van de krant L’Evenement. ‘Geen enkele verandering in dit land is ooit van onderaf ontstaan.’ Inclusief de inmiddels heilig verklaarde revolutie van Sankara? Hij knikt.

Blasfemie op een luxeterras. Maar op twintig passen van hier ligt de stille getuige: een grote vlakte, donker en leeg op dit uur. Er hangt een penetrante lucht: urine en stront. Een enkeling dwaalt voorbij. Misschien wel een gek, want ook zij hebben in zaca hun toevluchtsoord gevonden.