Ruziën om de Catalaanse verkiezingen

Barcelona – ‘Weet u wat plebiscitaire verkiezingen zijn?’ vroeg een journalist enkele maanden geleden aan Mariano Rajoy voor een zaal vol fans.

‘Jazeker’, zei de Spaanse premier. ‘Dat zijn de verkiezingen die Catalonië op 27 september niet gaat houden.’

De zaal lag dubbel. Rajoy keek glimlachend rond. Het toneelstukje met de vooraf afgesproken vraag had gewerkt. Hij had gescoord en met Spaanse humor die Catalanen weer eens mooi in hun hemd gezet. Wat waren dat voor fratsen om gewone verkiezingen voor het regionale parlement om te bouwen tot een soort referendum over onafhankelijkheid, zoals de Catalaanse regiopresident Artur Mas van plan was? Het zouden gewone regionale verkiezingen zijn op 27 september, niks minder en vooral niks meer.

Niet alleen Rajoy dacht er zo over. Alle partijen, behalve de voorstanders van de onafhankelijkheid, ontkenden het plebiscitaire karakter van de stembusgang. Mas had die vervroegd omdat hij beloofd had alles te zullen doen om een referendum te houden over de onafhankelijkheid. Dat kwam niet uit de lucht vallen. Volgens peilingen wil driekwart van de Catalanen zelf kunnen beslissen of hun regio wel of niet binnen Spanje moet blijven. Maar de pogingen om een officieel en bindend referendum te houden werden geblokkeerd door de regering in Madrid. De enige manier om erachter te komen wat de bevolking wil, is regionale parlementsverkiezingen houden met een of meer kieslijsten die de onafhankelijkheid als prioriteit stellen, was de conclusie van Mas. Oftewel verkiezingen met een plebiscitair karakter, een tweede keus na de onmogelijkheid van een echt referendum.

Waarom is het onderscheid van belang? Bij een referendum tel je stemmen en bij verkiezingen zetels. Toen bleek dat de twee onafhankelijkheidspartijen afgelopen zondag een ruime meerderheid van de zetels hadden behaald, maar in stemmen net onder de vijftig procent waren blijven steken, veranderde het perspectief. Partijen en media die maandenlang hadden geroepen dat plebiscitaire verkiezingen onzin waren, riepen nu dat de onafhankelijkheid verloren had op grond van het aantal stemmen.

Een beetje manipuleren was daarvoor wel nodig. Want de drie partijen die uitdrukkelijk tegen de onafhankelijkheid waren, kregen beduidend minder stemmen (39 procent) dan de voorstanders (48 procent). Maar voor het gemak werden de stemmen van de overige partijen – die zich in de campagne niet voor en niet tegen hadden uitgesproken – opgeteld bij de tegenstanders van de onafhankelijkheid.

‘Nog geen vier van de tien Catalanen steunen de breuk met Spanje’, zei Rajoy triomfantelijk. Hij was even vergeten dat hij premier is dankzij de stem van slechts drie van de tien Spanjaarden.