Tussen massaproces en verkiezingen

Rwanda loopt spaak

Volgende week zijn er presidentsverkiezingen in Rwanda. Maar het land is nog in de greep van de genocide van 1994. De veelbelovende volksrechtspraak loopt volkomen vast.

KIGALI — De hooggespannen verwachtingen van de Rwandese volksrechtspraak, de gacaca, zijn niet waargemaakt. Volgens verschillende waarnemers dreigt gacaca zelfs volkomen te mislukken. Twee jaar geleden gingen de voorbereidingen van start in een poging de meer dan honderdduizend gevangenen te berechten die vaak al jaren zonder proces vastzitten op verdenking van deelname aan de genocide in 1994. Van het rechtssysteem was in 1994 nauwelijks iets over, omdat rechters, advocaten en functionarissen van het openbaar ministerie waren gedood of gevlucht , of gevangen waren gezet. En zelfs een goed functionerend rechtssysteem zou het enorme aantal verdachten niet hebben aangekund.

In oktober 2001 werden 260.000 burgers gekozen als rechter voor elfduizend volksrechtbanken, het meest omvangrijke project van populaire rechtspraak ooit. De burgerrechters die vaak niet meer dan 36 uur training hebben gehad, kunnen tot 25 jaar straf opleggen en in sommige gevallen levenslang. Alleen diegenen die leiding hebben gegeven aan milities en leiders van de genocide die een overheidsfunctie bekleedden, zullen door het gewone rechtsapparaat worden berecht. Het met behulp van de internationale gemeenschap opgebouwde rechtsapparaat heeft tot nog toe zo’n zeven duizend zaken behandeld.

Een van de belangrijkste doelstellingen van gacaca was het verminderen van het aantal gedetineerden in de overvolle gevangenissen. Antoine Mugesera, de oud-voorzitter van Ibuka, de vereniging van overlevenden, heeft gezegd dat er door bekentenissen van een derde van de gevangenen 250.000 mensen worden beschuldigd die nog op vrije voeten zijn. Sommigen betwijfelen of dat hoge aantal juist is, maar ook al wordt de laagste schatting van zestigduizend aangehouden, dan nog betekent het een enorm aantal nieuwe gevangenen en een nog grotere druk op de volksrecht banken. «Ik kan me niet voorstellen dat deze mensen worden gearresteerd en vastgezet», zegt Lars Waldorf van Human Rights Watch. Slechts een handvol van de nieuwe verdachten is gearresteerd. Ook de oud-procureur Jean Marie Mbarushimana, tegenwoordig verantwoordelijk voor de uitvoering van de werkstraffen die een deel van de verdachten krijgt opgelegd, verwacht niet dat er arrestaties zullen volgen op deze nieuwe beschuldigingen. «Dat zou te veel onrust veroorzaken.»

Waldorf concludeert bovendien dat de hele operatie «fysiek onmogelijk is. Op het ogenblik functioneert zo’n twintig procent van de rechtbanken. Na de komende presidentsverkiezingen, en de parlementsverkiezingen in september, moeten alle rechtbanken gaan functioneren. En nu zie je al dat zittingen worden opgeschort omdat er simpelweg geen vervoer is om gevangenen naar de zitting te brengen. In de afgelopen maanden hebben we gezien dat de interesse van de bevolking voor de zittingen is afgenomen. Het vereiste aantal van honderd aanwezigen wordt vaak niet gehaald en daarom is die eis maar afgeschaft.» Het is niet duidelijk wat de oorzaak van deze verminderde participatie is, maar de kans op verzoening tussen groepen of individuen neemt daarmee wel af.

In januari stelde de regering 24.000 gevangenen in vrijheid. Zij hadden een bekentenis afgelegd, waarvoor ze strafvermindering kregen. De rest van hun straf werd ingelost met het verrichten van gemeenschapswerk, drie dagen per week. Dit gebaar van de regering werd door velen uitgelegd als een politiek bindmiddel in dit verkiezingsjaar. «Onze zorg geldt momenteel het grote aantal onschuldigen dat nog altijd vastzit», zegt Noël Twagiramungu van de mensenrechtenorganisatie LDGL (Ligue des Droits de la personne dans la région des Grands Lacs). «Daarover heerst grote frustratie. Niemand weet precies hoe groot het aantal is, maar het moet ergens tussen de vijftien en twintig procent van de gevangenen liggen.»

De volksrechtbanken zijn nog altijd niet met de werkelijke processen begonnen. Ze zijn tot nu toe alleen met de inventarisatie en categorisering van de misdaden bezig geweest. Afhankelijk van de misdaden wordt iemand in een categorie ingedeeld waaraan een maximumstraf is verbonden. «Mensen ervaren het niet alleen als uitermate onrechtvaardig, maar vaak gaat het om mannen wier arbeidskracht hard nodig is voor de familie», zegt Twagiramungu.

Hij verwacht niet dat de processen voor november worden hervat, als de parlementsverkiezingen zijn gehouden. En dan moeten alle elfduizend rechtbanken gaan functioneren. Er bestaat grote twijfel of zo’n gigantische operatie wel kan worden uitgevoerd. «Als de internationale gemeenschap het idee van gacaca werkelijk had omarmd en meer facilitaire steun had gegeven, was het misschien mogelijk geweest, nu ben ik uiterst somber over de kans van slagen», uit Twagiramungu zijn teleur stelling.

De verwachting is dat de regering toch zal trachten gacaca voort te zetten. Enerzijds omdat het een kwestie van prestige is, anderzijds om tegemoet te komen aan de druk van de donorgemeenschap die veel geld in het project heeft gestoken en kritiek heeft op het aantal gevangenen dat zonder proces vastzit. Men zal zich meer richten op de categorie leiders van de genocide en voor de rest een compromis trachten te verzinnen. Daarmee wordt het oorspronkelijke idee van gacaca verlaten.

De kans op compensatie voor de slachtoffers is uitermate gering. Er zou een fonds voor financiële tegemoetkoming worden opgericht, dat er nog altijd niet is. Het gebrek aan finan ciële middelen van Rwanda maakt het niet aannemelijk dat zo’n fonds aan grote aantallen slachtoffers uitbetalingen zal doen. De over levenden van de genocide zijn de werkelijke verliezers. Er is geen gerechtigheid, velen zullen niet weten wat hun familie werkelijk is overkomen, aangezien veel daders nog altijd halsstarrig zwijgen.