€’s en het eBook

Iedere zomer, bij het inpakken van koffers, schiet de gedachte aan het eBook weer even door m’n hoofd. Het eigentijdse deel van mijn brein juicht het toe: niet meer na wikken en wegen dat ene dikke boek mee in de bagage, maar domweg een paar honderd boeken mee, in een apparaatje van twee ons.
Direct daarop breekt er massaal protest uit in een andere, conservatieve hersenhelft, die papier wil ruiken, bladzijden wil omslaan en er eerlijk gezegd al zwaar de pest over in heeft dat boeken niet meer handmatig met losse loden letters worden gezet, en dat je nergens meer fatsoenlijk folianten kunt opensnijden.
Kennelijk overheerst die hersenhelft bij de meeste lezers, want het eBook is  tien jaar wedijver ten spijt  geen succes. Sterker nog: het tijdschrift Computerworld zette onlangs de 21 grootste technologische mislukkingen op een rij. Het eBook was nummer vijf.
Niettemin kreeg ik rond diezelfde tijd van mijn uitgever een aanvulling op bestaande contracten toegestuurd,
met een afspraak over de royaltyverdeling voor eBooks. Eerder al waren er uitnodigingen geweest voor informatiebijeenkomsten over het eBook. Achter de schermen worden de geesten kennelijk rijp gemaakt voor een nieuwe gooi naar de elektronisering van het boek, en beginnen de kampen van belanghebbenden zich af te tekenen en te organiseren. Want één ding is zeker: als straks het eBook ineens wél aanslaat, dan zal er iemand zijn die daar een verschrikkelijke smak geld aan gaat verdienen. En het klinkt heel vreemd, maar ik heb zo’n voorgevoel dat die iemand níet de schrijver is  daarvoor hoef ik niet eens op dat royalty-addendumpje te kijken.
De Nederlandse belanghebbenden van de eBook-markt gedragen zich momenteel een beetje als wielrenners in een peloton op dertig kilometer van de finish. Zonder dat het voor de argeloze kijker zichtbaar is, heerst er onrust. De geoefende commentator ziet ze zenuwachtig worden, de verschillende ploegen. Is het verstandig om nu al te demarreren? De renners van bol.com zijn zich al smoezend aan het klaarmaken voor een ontsnapping. Intussen blijven de uitgevers dicht bij ze in het wiel. Ook in de ploeg van de softwarejongens is er onrust. iPhone en andere mobiele telefoniebedrijven komen iets naar voren vanuit de flanken.
En de schrijvers? De schrijvers sukkelen ergens helemaal achteraan, op een paar minuten afstand van het peloton. Vanouds zijn zij in het boekenbedrijf de figuren die onder aan de piramide bungelen: de ‘auteurs’, zoals ze intern worden genoemd, dat overbodige volkje dat ook zonodig een paar procentjes van de opbrengst in de boekenindustrie moet wegpakken. Kijk maar eens rond op een literaire prijsuitreiking of een boekenbal, en je zult versteld staan van de hoeveelheid mensen die hun salarissen aan de literatuur te danken hebben, zonder ook maar een letter te hoeven schrijven. Het handjevol schrijvers staat er wat bedremmeld bij. Ze zijn de grondstofleveranciers van een industrietak die ze nauwelijks doorgronden, mijnwerkers die even met een drankje in de hand mogen meeborrelen, en geacht worden om dadelijk wel weer af te dalen in de schacht en met wat moois boven te komen. Maar goed, dat is opnieuw mijn mopperende hersenhelft. Laten we, nu het toch zomer is, eens naar de zonzijde van het eBook kijken. Want alle argumenten die ik er tegen bedenk, zijn van dezelfde orde als die ik jaren terug in stelling bracht tegen de mp3-speler, de mobiele telefoon en de TomTom, apparaten die ik nu dagelijks en dankbaar gebruik.
Laten we reëel zijn: duizenden boeken, altijd binnen handbereik, efficiënt doorzoekbaar, in een schermpje dat steeds minder van echt papier is te onderscheiden  binnen één of twee generaties zal hier toch zeker wel de nostalgische fetisj van drukinktgeur en doorzakkende boekenplanken voor opzij zijn gezet? Bovendien is er een ethisch argument: geen oerwoudkap meer voor bestsellerproductie. Daarnaast is er, en dat is het allerbelangrijkste, een gigantisch humanitair argument voor eReaders en eBooks. Al die boekbinders, drukkers, papierleveranciers, boekhandelaren, pandjesbazen, magazijnmedewerkers, distributiecentra, vrachtwagenchauffeurs, zetters, brandstofleveranciers en noem ze allemaal maar op, zijn ineens onnodig geworden. Op die manier blijft er een hoger percentage over voor de mensen die daadwerkelijk aan het boek hebben gewerkt.
Schrijvers kunnen zelfs een collectief gaan vormen, dat op eigen gelegenheid redactie- en promotiekrachten inhuurt. Los van welke (internet)boekhandel dan ook kunnen ze hun werk online te koop aanbieden, beduidend goedkoper dan in de winkel, op de eigen homepage. Op die manier kunnen ze, nadat ze het handjevol secundaire medewerkers een royalty van een paar procent hebben gegeven, het volle pond van de verkoopprijs ontvangen.
Schrijver blij, lezer blij. En de rest van de wereld? Heel simpel: die bestaat niet meer, en zo hoort het ook, zeker in de zomer.