Schnabbeleconomie: alle gemak voor de opdrachtgever

’s Ochtends poetsen, ’s middags sjouwen, ’s avonds ontwerpen

De vaste baan met een carrière maakt plaats voor de online klus. Digitaal freelancen past bij onze gemakscultuur met een korte tijdshorizon. En valt in een arbeidsrechtelijk niemandsland.

Medium serie2c

In 1770 zorgde de Hongaar Wolfgang von Kempelen voor een kleine sensatie in het zomerpaleis van de keizerlijke familie in Wenen. Deze schrijver en uitvinder onthulde daar een machine die schaak kon spelen. De constructie bestond uit een flinke kast van glanzend gelakt hout met daarop een pop, gekleed in een oosters gewaad en een tulband, die de schaakstukken kon verplaatsen. Iedereen die het tegen hem opnam moest zijn meerdere erkennen in deze mysterieuze machine, die met zijn hoofd kon schudden als zijn opponent een valse zet deed en drie keer knikte bij een schaakmat. Al gauw verwierf de schaakrobot een bijnaam: de mechanische Turk. Na zijn debuut aan het Habsburgse hof begon hij in de handen van opeenvolgende eigenaars aan een tour door Europa die bijna een eeuw duurde. Onder anderen Napoleon en Benjamin Franklin speelden tegen ‘de Turk’ – en verloren.

De mechanische Turk was uiteraard een zorgvuldig uitgevoerde goocheltruc. Toeschouwers werd het binnenwerk getoond door deurtjes aan de zijkanten van de machine te openen. Ze zagen een ingewikkeld raderwerk. Wat aan het zicht werd onttrokken was een kleine ruimte waar precies een mens in paste die het apparaat van binnenuit kon bedienen.

Nu, in de 21ste eeuw, is de mechanische Turk terug, zij het in een iets andere vorm. Online warenhuis Amazon begon in 2005 een marktplaats voor online werk en vernoemde die naar de uitvinding van Von Kempelen. Mechanical Turk, kortweg MTurk, goed voor een omzet van ergens tussen de tien en 150 miljoen dollar (Amazon geeft geen cijfers vrij), is een uitkomst voor iedereen die arbeid nodig heeft om gestandaardiseerde handelingen uit te voeren die vaak net iets te ingewikkeld zijn voor een computerprogramma. Het platform biedt een legioen anonieme crowdworkers die websites kunnen testen, bijvoorbeeld, of plaatjes kunnen beoordelen. Twitter laat MTurkers trending topics beoordelen om zo gerichter te kunnen adverteren. Ook de wetenschap is gebaat bij eenvoudig beschikbare muisarbeiders. Een onderzoeker die een experiment wil uitvoeren of een vragenlijst heeft is nu niet meer afhankelijk van studenten, maar kan zijn respondenten online werven. Amazon doopte dit soort klussen tot human intelligence tasks, kortweg ‘hits’ in het jargon van de online-economie.

Verdienen op MTurk gaat per hit. In plaats van dit stuk te schrijven had ik bijvoorbeeld kassabonnen kunnen bekijken van een Amerikaanse winkelketen om vervolgens op te zoeken welke producten er precies zijn gekocht en in welke winkel de aankoop is gedaan. Beloning per transactie: één dollarcent, met een bonus voor lange bonnetjes. Op deze manier zijn naar schatting wereldwijd een half miljoen turkers actief die gemiddeld twee dollar per uur verdienen (in veel gevallen uitbetaald in de vorm van tegoeden die kunnen worden uitgegeven op Amazon, waarmee de cirkel rond is). Waarom Amazon teruggreep op de schaakmachine die de Europese beau monde aan het einde van de achttiende eeuw in de ban hield, is duidelijk: hier wordt werk verricht zonder dat iemand ooit de mensen ziet die achter de machine schuilgaan.

De digitale dagloners zijn niet alleen bij Amazon te vinden. CrowdFlower, Clickworker, CloudCrowd: het zijn allemaal virtuele fabrieken waar de kleine klussen worden gedaan die het internet draaiende houden: zoekresultaten ordenen, algoritmen testen, eenvoudige teksten schrijven. En net zoals er in sommige landen iemand bij de supermarktkassa staat om je boodschappen in te pakken, zijn er klikwerkers die geld verdienen door digitale ‘winkelmandjes’ af te handelen. Samen staan deze werkkrachten (ook wel omschreven als de human cloud) model voor een manier van werken die rap terrein wint: losse opdrachten die online afgesproken worden en per stuk worden afgerekend.

Vaak vindt dit werk ook plaats in de digitale wereld, zoals bij Upwork, een van ’s werelds grootste online marktplaatsen voor diensten, dat een iets hoger marktsegment bedient dan MTurk. Op deze site bieden tien miljoen app-ontwikkelaars, grafisch ontwerpers, tekstschrijvers en andere freelancers zich aan. Meer dan een miljoen bedrijven wereldwijd maken gebruik van hun diensten. Op de Nederlandse evenknie, freelancer.nl, hebben zich inmiddels ruim 25.000 freelancers aangemeld.

In andere gevallen wordt werk weliswaar online geregeld, maar is de arbeider zichtbaar en wordt het werk van aangezicht tot aangezicht geleverd. Wie verbouwwerkzaamheden heeft kan via Werkspot gemakkelijk aan vaklui komen. Persoonlijk personeel kan besteld worden via Zorgzuster, schoonmakers zijn op afroep beschikbaar via Helplinq. In grote steden zoeven fietsers over de weg, gekleed in turkooizen jasjes. Het zijn de bezorgers van Deliveroo, dat maaltijden van restaurants en fastfoodtenten bezorgt die via de app besteld kunnen worden. Het Britse bedrijf (dat momenteel in de clinch ligt met zijn werknemers omdat het wil overstappen van uurloon naar stukloon) wordt fel beconcurreerd door het Nederlandse Foodora en Thuisafgehaald. Alle proberen hongerige stedelingen van kant-en-klare maaltijden te voorzien.

Als gevolg van het digitaal freelancen krijgen steeds meer werkenden een status die lijkt op die van popster. Niet omdat ze met een band op het podium staan, maar omdat ze werken op basis van losse ‘gigs’, een term die zijn oorsprong vindt bij het werk van muzikanten in de jazzclubs van de jaren twintig. Tot die constatering komt Arun Sundararajan, hoogleraar aan de Stern Business School van New York University en expert op het gebied van digitale innovatie. ‘Deze explosie van klein ondernemerschap doet denken aan de economie van de achttiende eeuw zoals beschreven door de econoom Adam Smith in zijn boek An Inquiry Into the Nature and Causes of the Wealth of Nations. De economie die Smith beschreef was een ware markteconomie van onderling handelende individuen’, schreef Sundararajan in The Guardian.

Sundararajan is een van de onderzoekers die wijzen op het ontstaan van een gig-economy die in toenemende mate de concurrentie aangaat met werk in dienstverband. The End of Employment is de ondertitel die hij meegaf aan zijn recente boek over hoe digitale platformen het kapitalisme veranderen en ‘de grenzen tussen los werk en werken in volledig dienstverband doen vervagen’. ‘Granularity’, ‘korreligheid’, is een term die hij gebruikt in The Sharing Economy. Ook Sundararajans vergelijking met een muziekster is treffend, juist omdat die maar half opgaat. De gig-werker leeft inderdaad van klus naar klus, maar heeft niet de status van een popster, laat staan de inkomsten. De gigs waar het om gaat zijn in veel gevallen micro-klussen met bijbehorende micro-betalingen, zoals op MTurk. De verdiensten van freelancers die zich via websites verhuren liggen in veel gevallen onder die van ‘reguliere’ éénpitters. ‘Schnabbel’ is de beste Nederlandse vertaling van ‘gig’ en even zo toepasselijk. En dus kunnen we spreken van een schnabbeleconomie.

Als gevolg van het digitaal freelancen krijgen steeds meer werkenden een status die lijkt op die van een popster

Ook Koen Frenken, hoogleraar innovatiestudies aan de Universiteit Utrecht die gespecialiseerd is in de online-economie, bespeurt een omwenteling in hoe we over werk denken. ‘Digitale platforms maken het enorm makkelijk voor iedereen om zich te laten inhuren als zzp’er. De instapkosten zijn laag en je hoeft niet zelf aan alle marketing te doen om aan opdrachten te komen’, zegt hij. ‘Ik verwacht dat de komende jaren alle diensten die online bemiddeld kunnen worden een eigen platform zullen krijgen. Daarmee neemt de druk toe om de rol van vakbonden, vakverenigingen en werkgeversorganisaties opnieuw in te vullen.’

Cijfers lijken het beeld dat Frenken schetst te bevestigen. Een derde van de volwassen bevolking liet weten het afgelopen jaar diensten te hebben afgenomen van crowdworkers, zo blijkt uit cijfers die kennisorganisatie tno onlangs naar buiten bracht. Achttien procent van de Nederlandse volwassenen heeft op enig moment geprobeerd om geld te verdienen in de gig-economie. En er is ruimte voor groei. Het Centraal Bureau voor de Statistiek berichtte onlangs dat een derde van de zzp’ers met een korte werkweek graag meer uren wil werken.

Om erachter te komen hoe een werkdag van dat groeiende leger online schnabbelaars en hun opdrachtgevers eruitziet, besloot ik een kleine proef op de som te nemen. Tijdens het schrijven van dit artikel keek ik ter afleiding af en toe naar buiten door ramen die hard aan een poetsbeurt toe waren. Daar wilde ik iets aan doen, en het liefst zo snel mogelijk. Ik maakte een profiel aan op Croqqer, een Nederlandse website waar klussen worden gevraagd en aangeboden. Met een paar keer klikken was ik een virtuele werkverschaffer: wie wil mijn ramen lappen omdat ik er zelf nu geen tijd voor heb?

De voordelen waren direct duidelijk. Dit was oneindig veel sneller dan het briefje op het prikbord met ‘schoonmakers gezocht’ en ik hoefde mijn stoel niet uit. Bovendien kon ik mijn opdracht tot in detail opstellen. Ik zocht specifiek een ramenlapper. Het andere schoonmaakwerk kon ik zelf doen wanneer dat zo uitkwam. Of niet. Ik kan altijd iemand anders zoeken om de groene aanslag op het balkon te laten verwijderen of de koelkast eens grondig te reinigen. Hier toonde de schnabbeleconomie haar voornaamste kenmerk: ze breekt werk op tot de kleinst deelbare eenheid, na individuele afspraken tussen een aanbieder en een afnemer, eenmalig en zonder verplichtingen voor de toekomst.

Medium serie2d

Al te veel zorgen over mijn inhuurkracht hoefde ik me niet te maken. Ik gooide immers een klus op de grote hoop die – hopelijk – werd gezien door iemand die er op dit moment tijd voor had. Als mijn ramen eenmaal blinkend waren kon deze gig-werker altijd weer iets anders uitkiezen van de continu doorrollende lijst van klussen op Croqqer. Iemand zocht nog hulp om een zware tv naar beneden te tillen, er moesten nog ergens jaloezieën worden opgehangen en wie een beetje handig was kon reageren op de oproep een blokhut te komen bouwen. Karl Marx droomde over een samenleving waarin niemand ‘één exclusieve sfeer van werkzaamheid’ heeft. In de communistische utopie zou het mogelijk zijn om ’s ochtends te vissen, ’s middags te jagen en na het eten intellectuele kritiek te beoefenen. Hier kon iemand in de ochtend poetsen, in de middag sjouwen en in de avond een website ontwerpen (ook een van de werkzaamheden die werden gevraagd op Croqqer).

Er bleken nog meer manieren te zijn waarop ik de schnabbeleconomie voor mij zou kunnen laten werken. Als journalist kon ik mijn eigen werk niet zonder meer uitbesteden. Lezers zouden zich bekocht voelen als ze te weten zouden komen dat ik dit artikel door een inhuurkracht had laten schrijven. Maar als ik mijn werk nu niet als een totaalpakket beschouwde, maar als een verzameling losse bezigheden die onder het label ‘journalistiek’ vallen, dan kon ik onderdelen van mijn werk proberen te outsourcen. De laatste check of alle punten en komma’s op de juiste plek staan bijvoorbeeld of controleren of alle gebruikte cijfers precies kloppen. Dat zou mij dan weer tijd geven om alvast over het volgende artikel na te denken. De schnabbeleconomie bood mij de mogelijkheid om als onderaannemer te fungeren en zo mijn eigen productiviteit te vergroten.

Ik bleek niet de eerste die tot dat inzicht kwam. Een groep onderzoekers van het Oxford Internet Institute interviewde gig-werkers in verschillende ontwikkelingslanden die via online platforms werkten. Het bleek staande praktijk om werk dat was afgesproken met een verre opdrachtgever te verdelen onder familie en vrienden. De onderzoekers spraken bijvoorbeeld met een dertigjarige vrouw uit Maleisië die teksten op spelling controleerde. Zij sprak een prijs af met de opdrachtgever en schakelde familie en vrienden in. Op die manier was deze vrouw het gezicht van een klein bedrijfje, een ik-bv met tijdelijk personeel, dat ook weer op afroep beschikbaar was. In theorie zouden die ook weer werk kunnen doorspelen. Op die manier kent de schnabbeleconomie haar eigen Droste-effect.

Dit soort nieuwe economische verbanden strekken zich uit over grote afstanden, zei Mark Graham, een van de onderzoekers van het Oxford Internet Institute, in een gesprek. In zijn onderzoek stuitte hij op een Europees bedrijf dat het sorteren van de post deels digitaal uitbesteedt aan Azië. Wanneer een adres zo onduidelijk is geschreven dat de computer het niet snapt, maakt de sorteerrobot een foto van de envelop en stuurt die per mail naar een klik-arbeider die binnen enkele seconden moet beoordelen wat de juiste bestemming van het poststuk is. Per bekeken brief wordt er afgerekend. Volgens Graham is dit illustratief voor de gig-economie. ‘Digitaal outsourcen is goedkoper dan een lokale arbeidskracht aannemen en die bij de machine zetten. Aan de verplichtingen die bij traditioneel werkgeverschap horen hoeft een bedrijf zich dan weinig gelegen te laten liggen. Dit micro-werk valt in een arbeidsrechtelijk niemandsland.’

‘Digitaal outsourcen is goedkoper dan een lokale arbeidskracht aannemen en die bij de machine zetten’

Hoe de schnabbeleconomie het gemak van de opdrachtgever dient, ondervond ik ook toen ik een volgende stap zette als digitale opdrachtgever. Nu behoren vertaalopdrachten tot de meest verhandelde diensten op de digitale freelance-platforms en het leek me mooi als niet alleen de Nederlandstalige lezers kennis konden nemen van de opkomst van deze nieuwe manier van werken.

‘Gevraagd: iemand die een paar paragrafen journalistieke tekst van het Nederlands naar het Engels zou kunnen vertalen’, luidde mijn advertentie op Upwork. Binnen een half uur meldde zich de eerste gegadigde, met ruime ervaring en de toezegging de klus binnen een dag te klaren. Zijn prijs was redelijk. Ik stond op het punt om op het knopje ‘inhuren’ te drukken toen er nog een bericht binnenkwam. Er meldde zich een tweede gig-werker die de helft goedkoper was. Zonder dat ik er iets voor had hoeven doen had zich een concurrentiestrijd afgespeeld die mij een besparing opleverde.

Nadat de vertaler en ik via een chatbox een overeenkomst hadden gesloten, verscheen er op het scherm een rij knoppen. Plotseling had ik een verzameling instrumenten tot mijn beschikking waarmee ik, het moderne werkgeverschap indachtig, mijn tijdelijke kracht met prikkels kon aansturen. Er was een bonusknop, waarmee ik hem een extra beloning kon voorhouden als de klus sneller zou worden geklaard. Helemaal onderaan stond de button ‘cancel contract’. Met een muisklik kon ik mijn opdracht weer intrekken. Omdat de vertaling binnen de afgesproken termijn in de berichtenbox verscheen was daar gelukkig geen reden toe. Binnen de afgesproken 24 uur had ik mijn tekst terug. Vervolgens kreeg ik van Upwork twee weken de tijd om het werk goed te keuren of eventueel terug te sturen voor verdere aanpassingen.

Ook werd mij gevraagd een gedetailleerde beoordeling achter te laten. Hier werd plotseling een belangrijke machtsasymmetrie van deze dappere nieuwe economie blootgelegd. Een slechte beoordeling van mij, terecht of niet, zou de kansen op toekomstige opdrachten waarschijnlijk een stuk kleiner maken. En een slechte beoordeling is als een brandmerk. Je komt er niet zomaar van af. Individuen kunnen hun reviews niet verwijderen. Een Upworker kan natuurlijk een nieuw profiel aanmaken, maar daarmee verdwijnt ook een zorgvuldig opgebouwde verzameling goede reviews die in de op reputatie gebaseerde digitale economie van levensbelang zijn. Gelukkig kwam het niet zo ver. Ik was een tevreden klant, mijn vertaler, zo liet hij weten, een tevreden zzp’er. Hij vroeg wat er wat mij betrof nog aan hem verbeterd kon worden en stelde voor om wederzijdse positieve feedback te leveren.

Met de vertaling op tijd geleverd was het tijd om de wereldmarkt te betreden. Upwork adverteerde namelijk trots met de toegang tot arbeidskrachten in 180 landen. Toen ik de vertaalde tekst voor een extra check opnieuw online zette (‘Wanted: proficient proof reader for short tekst’) ontspon zich een concurrentiestrijd op mondiaal niveau. In deze vechtmarkt trok ik als werkgever opnieuw aan het langste eind. Met minimale transactiekosten was ik ervan verzekerd dat ik iemand vond die voor de absolute bodemprijs van drie dollar per uur aan de slag ging. Ditmaal kon ik kiezen uit meer dan veertig werkkrachten afkomstig uit onder meer de Filippijnen, Pakistan, India en de Verenigde Staten die zich allemaal met een cv, aanbevelingen en aanmeldingsbrief aan mij voorstelden.

Ik hoefde niet te vrezen voor prijsafspraken. De verschillende online zzp’ers wisten niet van elkaar dat ze op dezelfde mini-vacature solliciteerden of voor welk bedrag hun collega’s zich aanboden. Zonder toezichthouders en wetgevende kaders deed de vrije markt hier soepeltjes haar werk. Stakingen of collectief protest was evenmin een risico. De kans dat een groep verspreid over drie continenten zich onderling organiseert is een stuk kleiner dan wanneer zij samen in dezelfde fabriek zouden werken. Ook mijn eerdere vertaler vertelde contact te hebben enkel met opdrachtgevers, en niet met andere Upworkers.

Volgens Mark Graham van het Oxford Institute is deze dynamiek tekenend voor de digitale arbeidsmarkt. Samen met zijn collega’s interviewde hij meer dan 120 digitale arbeiders die online content verzorgden, vertaalopdrachten uitvoerden of klikwerk deden. Aan ieder van hen vroegen ze in hoeverre ze zich in staat achtten te vragen om meer loon of betere arbeidsomstandigheden. ‘Het antwoord dat we kregen is dat ze zich extreem vervangbaar voelden. Werkenden van over de hele wereld worden dezelfde marktplaats op geworpen waar ze moeten concurreren op heel korte contracten, waarvan sommige maar een paar uur duren. Digitale werkers in Kenia weten dat als ze hun arbeid terugtrekken er iemand in de Filippijnen klaarstaat om hun werk over te nemen. En Filippino’s weten dat de Indiërs het overnemen als zij weigeren te werken. Iedereen op de digitale platforms weet dat er altijd anderen zijn om hun plaats in te nemen.’

Het onderzoek van Graham en zijn collega’s brengt kort gezegd een online proletariaat in kaart, vooral te vinden buiten het Westen, dat gedijt bij de verruimde mogelijkheden die het internet biedt om werk dat moet worden gedaan voor het Westen in goedkopere landen te laten uitvoeren.

Toch zijn het niet louter mondiale marktwetten die de schnabbeleconomie aanjagen. Veranderende culturele opvattingen maken evengoed dat arbeidsovereenkomsten in toenemende mate extreem tijdelijk worden. Tot dat inzicht kwam ik toen ik tijdens het wachten op een ramenlapper die zich zou aanbieden de avondmaaltijd liet bezorgen via een bestel-app. We leven in een gemakscultuur met een korte tijdshorizon. Al te veel vooruit denken is uit, langetermijnverplichtingen zijn ook uit. De schnabbeleconomie is daar het antwoord op. De ondernemer die erin slaagt de minste tijd te laten zitten tussen het moment dat een behoefte opborrelt bij de consument of werkgever en de bevrediging daarvan gaat er met de winst vandoor.

Vandaar dat bezorgdiensten die elke keuken denkbaar binnen drie kwartier vers bij je thuisbezorgen tot de groep van veelbelovende start-ups behoren. Ineens begreep ik ook waarom er ook wel van een ‘conciërge-economie’ wordt gesproken. Veel van het werk bestaat uit het uitvoeren van hand- en spandiensten die mensen in principe zelf kunnen doen, maar liever uitbesteden. Wie wil kan vanachter zijn computer regelen dat de hond wordt uitgelaten, de was wordt gedaan en de voorraadkast wordt gevuld. Een auto met chauffeur kon altijd al worden voorgereden, maar in veel landen hoeft dat niet langer een professionele taxichauffeur te zijn. Niet voor niets is digitaal taxiplatform Uber symbool komen te staan voor de schnabbeleconomie: gemak voor de consument, die eenvoudig op elk moment via de app een rit kan bestellen, onregelmatig werk voor de aanbieders en winst voor de tussenpersoon die een deel van de transactiekosten inhoudt. De waarde van Uber loopt nu in de tientallen miljoenen. Vandaar dat ondernemers overal ter wereld proberen het Uber-model toe te passen op andere diensten.

Hier toont zich nog een reden waarom de schnabbeleconomie de wind in de rug heeft. Diezelfde ondernemers hebben in de gaten dat het beperkt houden van de loonlijst bedrijven aantrekkelijk maakt voor investeerders en aandeelhouders. Personeel is nodig om het werk te doen, maar is tegelijk een ballast in de vorm van sociale premies en pensioenverplichtingen. Bovendien staat een deel van dit menselijk kapitaal een deel van de tijd stil als gevolg van vakantiedagen en vrije weekenden. En dus is de mogelijkheid personeel zonder verdere verplichtingen online in te huren een uitkomst: in de schnabbeleconomie is werk beschikbaar precies wanneer het nodig is en het wordt geleverd in afgepaste hoeveelheden.

In de schnabbeleconomie draait werk niet om begrippen als ‘beroep’ en ‘carrière’, maar wordt het een grondstof die dankzij digitale bemiddeling te allen tijde per direct beschikbaar is. Het is alsof je een kraan kunt opendraaien waar werknemers uit stromen, oordeelde The Economist over wat de krant bestempelde als een op-afroep-systeem. Passend, want wie er aan de knoppen zit is duidelijk. Opdrachtgevers, of dat nu bedrijven of individuen zijn, kunnen precies de benodigde arbeid aftappen en de kraan weer dichtdraaien als de klus gedaan is. Voor de online schnabbelaars die elkaar in de pijpleiding verdringen gaat de stroom maar één kant op.