Sacrale soap

Edzard Mik, Goede tijden. € 18,90

Medium webwinkelbestelknop
Medium mik   goede tijden

Edzard Mik is zo’n schrijver die al jaren aan de weg timmert en op prijs wordt gesteld, maar die nooit echt is doorgebroken. Hoewel zijn recente overstap naar het toch chique uitgevershuis De Bezige Bij suggereert dat hij arrivé is in de Nederlandse Letteren blijft er iets experimenteels aan zijn werk kleven. Zijn eerste romans – zijn debuut De bouwmeester (1995) en Yak (1996) – speelden in een soms surreële, kafkaëske wereld, en ook daarna waren zijn romans vaak opgebouwd uit raadsels. Naarmate zijn oeuvre groeide is Mik lezersvriendelijker gaan schrijven, totdat hij nu, bij zijn zevende roman, de meest volkse vorm gekozen heeft: de soap.
Want het zal geen toeval zijn dat Miks nieuwe roman, Goede tijden, de eerste helft deelt van de titel van Nederlands populairste soap. Als je de plot kort uitlegt is het soapelement niet te missen: de vrouw van een advocaat raakt in de ban van een goeroe met een groep gedweeë vrouwen om zich heen. De advocaat gaat vreemd met een van die vrouwen, en als een andere vrouw verdwijnt raakt hij betrokken bij een rechtszaak waarin hij misschien wel de hoofdverdachte is. Dan zijn er ook nog wat onverwachte zwangerschappen, een vader met wie een levenslange ruzie uitgevochten moet worden en een carrière die niet is wat het moet zijn.
De knipoog is hier uiteraard dat Edzard Mik van de opeenstapeling van koket drama zuivere literatuur weet te maken. Het wisselende perspectief tussen de bikkelende advocaat Vink en de danslerares Julia geeft een dynamisch beeld van een relatie die heen en weer slingert tussen liefde en geborgenheid en wantrouwen en woede. Zeker de stukken die vanuit Vink zijn geschreven lezen dwingend. In zijn observaties van man/vrouwverschillen, de advocatuur en het gedrag van mensen in nood zit een Marja Brouwers-achtige kwaliteit. Sowieso zou Vink een personage uit een Brouwers-boek kunnen zijn, gezien zijn stuurse rechtlijnigheid en soms onwil tot mededogen. Wat dat betreft zou ‘Vink’ een verwijzing naar advocaat Havinck kunnen zijn, uit Brouwers’ geprezen gelijknamige debuutroman (1984).
Goede tijden is een charmante roman, een elegant geschreven verhaal over mensen die elkaar volgen, of juist hun eigen weg willen gaan. Het is niet gemakkelijk Miks stijl te beschrijven of een specifiek fragment te kiezen dat de stijl perfect illustreert. Al komt zijn stijl heel los uit de pols en ongedwongen over, laconiek is niet het juiste woord. Daarvoor schrijft Mik te gecontroleerd. Zijn proza heeft een zekere cadans, niet een sterk ritmische, maar eerder als het slaan van de golven: ‘Ze (nam) plaats op de bank, stijfjes, zonder Sjef aan te raken. Ze hield zich aan de rand vast en deed niets, ze durfde niets te doen, ze bood zich aan, en hij glimlachte flauw en sloeg zijn arm om haar middel en vouwde zich om haar heen. Hij was als een verschijning, zijn lippen bleek en zijn huid wit als zijn haar en met een schuwe blik keek hij naar haar op, hij geneerde zich voor zijn miserabele toestand.’
Maar waar is het Mik met dit verhaal om te doen? Wil hij gewoonweg laten zien dat hij een goeie soap kan schrijven?
Er lijkt meer te zijn. Het lijkt erop dat hij al die profane dramatiek een sacrale dimensie wil geven, het wereldse versus het hemelse – al klinkt dat wat hysterisch. Het heeft met de setting en het perspectief te maken. Mik laat zijn soap zich afspelen in een niet bij naam genoemd Maastricht, waar het constant regent, zozeer dat de Maas buiten zijn oevers treedt en een deel van de bewoners het huis moet ontvluchten. De zondvloed nadert, om alle overspelige echtelieden van de kaart te vegen, zou je denken. Daarnaast is het perspectief merkwaardig; het boek bestaat uit drie delen, ‘De Val’, ‘Tussen hemel en aarde’ en ‘Hemelvaart’. Na het eerste deel wordt de roman ineens verteld vanuit het perspectief van de goeroe, die zich in alle ellende van zijn balkon af heeft geworpen. Dat is een gekke constructie, en eentje die jeukend in de weg zit, allereerst omdat goeroe Sjef tot dan toe op papier het minst tot leven komt, zijn aantrekkingskracht op het groepje vrouwen blijft te vaag. Als Mik hem dan ineens opvoert als verteller, slaat dat een gat tussen de lezer en Julia en Vink, twee personages waar je de eerste honderd bladzijden zo lekker in zat. Het is niet onoverkomelijk, maar het tweede deel verliest daardoor de kracht die het eerste had.
Als indirecte beschermengel ontfermt Sjef zich over de mensen die hij achterlaat en probeert hij Vink te verzoenen met Julia, en met zijn vader. Hij poogt ze tekenen te geven van Boven, maar die worden vooral over het hoofd gezien.
Bij leven mijmert Sjef dat je niet te veel van heiligen moet verwachten, dat ze alleen bestaansrecht hebben binnen hun eigen geloof. Na zijn dood blijven zijn volgelingen druk met hem bezig, maar blijkbaar te gepreoccupeerd om zijn signalen te ontvangen; de heiligen van Edzard Mik zijn net zo onvolkomen als de zondaars, en de verlossing waar zijn personages zo naar snakken moeten ze zelf realiseren, in het kleine, in het dagelijkse, in een man die tegen zijn vrouw zegt dat ze een mooie jurk draagt, en die haar zo weer herinnert aan de goede tijden die ze samen hadden, en nog kunnen krijgen.

EDZARD MIK
GOEDE TIJDEN
De Bezige Bij, 240 blz., € 18,90