H.J.A. Hofland

Saddam als politiek bedrijfskapitaal

Op 13 december 2003 heeft George W. Bush in Ad-Dawr de verkiezingen gewonnen. In november 2004 moeten de Amerikanen nog naar de stembus, maar dat is niet meer dan een formaliteit. Nadat de wereldtelevisie de eerste beelden van de bebaarde holenmens had vertoond, was er geen twijfel meer mogelijk. De bevrijding van het Iraakse volk was voltooid. Wat is er daarna tot de herverkiezing gebeurd?

Het Pentagon had de toestand goed beoordeeld. Saddam bleek de leider van het verzet te zijn. Na de arrestatie waren rust en orde binnen een paar maanden hersteld, zodat de weder opbouw plotseling snel vorderde. De bezetter herwon het vertrouwen van het volk, de regeringsraad kreeg met een aantal nieuwe leden eindelijk gezag, er kwam een grondwet en er volgden zo snel mogelijk daarop verkiezingen. De eerste democratische regering werd zonder dralen door de hele internationale gemeenschap erkend. Nu was het ook mogelijk in Bagdad het tribunaal tot berechting van de nationale misdadigers op te richten. Wie nog aan de wreedheid van de ex-dictator twijfelde, werd door de overstelpende bewijzen overtuigd. Het proces werd een mondiaal drama, dat eindigde met het doodvonnis en de executie. Intussen was de olieproductie weer op gang gekomen. Irak was definitief op weg een welvarende democratie te worden, het voorbeeld voor de regio. Zoals de neoconservatieven het in de zomer van 2001, of misschien nog eerder, al hadden gepland.

Zal het, in de elf maanden tussen nu en de verkiezingen, zo gaan? De arrestatie is — laten we dat niet vergeten — het beste wat negentig of meer procent van de Irakezen in hun hele leven is overkomen. De wereld is van hem bevrijd. En in Amerika hebben de Republikeinen, en onder hen vooral de neocons, een geweldig politiek bedrijfskapitaal in handen. Ze zullen het niet uit handen geven. Wat ze ermee zullen gaan doen?

Toch nog even de korte voorgeschiedenis. Vorig jaar omstreeks deze tijd was de krachtmeting in de VN en andere internationale organisaties in volle gang. Verspilde energie, want toen stond al vast dat de oorlog onvermijdelijk was. De tegenstanders — die net zo min als de voorstanders nog bewijzen nodig hadden om van Saddams onguurheid overtuigd te raken — waren van mening dat door een oorlog meer kwaad dan goed zou worden gedaan. De hele regio overhoop, eerder een aanmoediging dan een beteugeling van het terrorisme, enzovoort. Washington rechtvaardigde de oorlog met verwijzing naar de massavernietigingswapens, Saddams banden met al-Qaeda en de humanitair-politieke noodzaak van een regime change, in die volgorde. Met op de achtergrond de Bush-doctrine dat Amerika recht heeft op een preventieve aanval als het zich bedreigd voelt.

De aanval begon. Daarmee was de splitsing van het Westen bezegeld. Uit de eerste oorlog (tot 1 mei) ontwikkelde zich de tweede (nog niet afgelopen). Er werden geen mvw’s gewonden, geen bewijzen voor banden met al-Qaeda. Zonder de harde bewijzen en met in Irak toenemende stagnatie op alle fronten, raakte Washington zichtbaar in nood. Aan het begin van deze maand leek het erop dat de lafaards van het afgeleefde continent vergiffenis was geschonken. Powell en Rumsfeld waren hier. Ze zouden het op prijs stellen als de Europeanen meer geld en troepen naar Irak stuurden. Een zelfstandige Europese defensiemacht was bij nader inzien toch niet zo’n slecht denkbeeld. En misschien zou de Navo op den duur al het werk van de Ameri kanen in Afghanistan kunnen overnemen.

Veertien dagen later liet onderminister Wolfowitz weten dat de Europese landen die niet hebben meegevochten ook niet mee mogen opbouwen. Grote verrassing, niet alleen in Berlijn, Parijs en Moskou. Wat dacht de president zelf? «Het is heel eenvoudig», zei hij. «Onze mensen zetten hun leven op het spel. De soldaten van de coalitie riskeren hun leven. Dat zal in de contracten te zien zijn.» Van enige verzoening was dus geen sprake.

Nog één keer Wolfowitz. «Door de concurrentie te beperken wordt de internationale samenwerking in Irak bevorderd en het voortgezette samengaan (future efforts) van de coalitie in de toekomstige ondernemingen wordt aangemoedigd.» Deze sleutelzin wordt geciteerd door Paul Kruger in The New York Times. Zijn conclusie is dat volgens Wolfowitz de leden van de coalitie met het vooruitzicht op grote contracten kunnen worden gehuurd. Andere veronderstelling: Washington wil eigenlijk geen bondgenoten. Door nu voor de Europeanen de deur gesloten te houden, wordt voorkomen dat ze bij eventuele toekomstige ondernemingen weer lastig worden, en dan, als aandeelhouder in de weder opbouw van Irak, met meer recht van spreken.

Dit is in overeenstemming met het neoconservatieve grand design voor de reconstructie van het hele Midden-Oosten. Met de arrestatie en berechting van Saddam krijgt niet alleen een misdadiger zijn verdiende loon. Terwijl hij voor zijn rechters en eventueel het vuurpeloton staat, en ook daarna nog, houdt hij een functie in de Amerikaanse buitenlandse politiek. Hij blijft zijn bijdrage leveren tot de future efforts, oorlogen niet uitgesloten. Volgens deze redenering is de arrestatie van Saddam niet een mogelijk keerpunt voor de guerrilla in Irak, maar de rechtvaardiging voor verdere uitvoering van het grote plan.