Hongerstakers bereid te sterven bij uitzetting

Saddam komt terug

Vijf Koerdische hongerstakers zijn bereid te sterven als hun zaken niet opnieuw bekeken worden. De politiek geeft geen krimp: ze moeten terug naar Noord-Irak. Maar daar blijkt het lang niet zo «duurzaam en veilig» als de Nederlandse overheid stelt.

«We zouden graag mensen sturen om te zien hoe de situatie in Noord-Irak precies is», meldt Artsen Zonder Grenzen. «Wat zijn de gevolgen van het geweld en de sancties? Maar we zijn al jaren bezig, en nog steeds hebben we geen vergunning het gebied te betreden. Men heeft geen behoefte aan een kritische non-gouvernementele organisatie.» Ook Amnesty International heeft grote moeite onderzoek te doen in Noord-Irak. Enige tijd geleden lukte het eindelijk om een expert van het Londense hoofdkantoor het gebied in te krijgen, maar zijn bevindingen worden vooralsnog angstvallig geheimgehouden. «We zijn uitermate voorzichtig met het prijsgeven van onze bronnen en informatie», zegt een woordvoerder van Amnesty International. «Zeker waar het een moeilijk begaanbaar en gevaarlijk gebied betreft als Iraaks Koerdistan. Voor je het weet lopen mensen gevaar en komen onze onderzoekers er helemáál niet meer in.»

Toch meende het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken over zoveel betrouwbare informatie te beschikken dat het een algemeen ambtsbericht kon opstellen over de situatie in Noord-Irak. De implicatie van het document was dat de situatie zodanig was verbeterd, en «voldoende duurzaam», dat de Iraaks-Koerdische vluchtelingen naar huis konden die na de Golf oorlog — toen Saddam Hoessein hardhandig een opstand neersloeg en de internationale gemeenschap moest ingrijpen om een massaslachting te voorkomen — hun heil in Nederland hadden gezocht. Het ministerie van Justitie nam het advies over en de Tweede Kamer gaf haar fiat: de circa negenduizend Iraakse Koerden in Nederland zullen moeten terugkeren.

Maar veilig is het niet in Noord-Irak. Het gebied wordt gecontroleerd door verschillende Koerdische partijen en kent een lange geschiedenis van keiharde strijd. Tegenwoordig bevindt het gebied zich in een staat van burgeroorlog. Turkse troepen vallen Noord-Irak regelmatig binnen om aanvallen uit te voeren tegen de Koerdische bevrijdingsbeweging PKK. Volgens Human Rights Watch komen daarbij onschuldige burgers om. Bij één incident vielen in augustus vorig jaar liefst 38 burgerdoden. Ook Iraakse troepen houden er huis. Rond de stad Kirkuk plegen Hoesseins troepen volgens Human Rights Watch «wijdverbreide en grove mensenrechtenschendingen, inclusief executies van gevangenen en gedwongen verbanning van Koerden en Turkmenen».

Al meer dan negentig dagen weigeren vier Koerden in het asielzoekerscentrum in Waddinxveen en één in Alphen aan den Rijn voedsel tot zich te nemen. Ze hongeren uit protest tegen het besluit van het ministerie van Justitie om alle Koerden uit Noord-Irak met een tijdelijke verblijfsstatus terug te sturen. Het zal ze echter niet lukken in het onherbergzame noorden van Irak te geraken. Gerda Later, advocaat van de hongerstakers: «Staatssecretaris Kalsbeek van Justitie heeft onlangs toegegeven dat het gebied onbereikbaar is. Het ministerie heeft de rechtbank verkeerd voorgelicht. De rechter heeft besloten de voorlopige verblijfsvergunningen van de Koerden in te trekken op grond van een brief van Kalsbeek waarin staat dat de mensen kunnen worden uitgezet naar Noord-Irak. Ik zou zeggen: trek dan de consequentie uit die fout, heroverweeg het besluit en sta toe dat mijn cliënten in de opvang blijven. Maar Justitie houdt voet bij stuk. Ze moeten de straat op en linea recta terug naar Irak. En dus weigeren ze te eten.»

Wekenlang hongerden de Irakezen in totale mediastilte. Politiek nog publiek bleek geïnteresseerd in hun strijd. Die had niet als inzet het verkrijgen van een Nederlandse verblijfstitel, maar de heropening van hun zaak om niet uit de asielopvang te worden gezet. Toch noemde het parlement de actie «chantage». VVD-parlementariër Henk Camp ging zo ver om te suggereren dat de hongerstakers zich maar naar huis moesten begeven met behulp van dezelfde mensensmokkelaars die ze het land hadden binnengebracht.

Zelfs nu de politiek zich van haar meest harteloze kant laat zien, komt er geen breed publiek protest van de grond. Zouden de immer fel van leer trekkende Koerden het dan zó hebben verbruid ? De hongerstakers zijn de negentig vastendagen al ruim gepasseerd, terwijl een gezonde volwassen man van tussen de 25 en veertig jaar zich zonder blijvende schade zestig dagen van voedsel kan onthouden. De afgelopen jaren heeft Nederland verschillende «verblijfsgerela teerde» hongerstakingen meegemaakt zonder dat daarbij slachtoffers vielen. Nu ziet het er naar uit dat er doden gaan vallen, net als in Turkije, waar de hongerstakende gevangenen sterven bij bosjes.

In het ambtsbericht van het ministerie van Buitenlandse Zaken, de basis voor de uitzetting van de Koerden, staan geen ooggetuigenverslagen. Het is erg moeilijk uit betrouwbare bron iets over de huidige situatie in Noord-Irak te vernemen. Enkele VN-organisaties en het Rode Kruis hebben er een missie. Zowel het Internationale Comité van het Rode Kruis (ICRC) — de vanuit Genève geleide diehards, doorgaans te vinden in de gevaarlijkste gebieden ter wereld — als de Internationale Federatie van het Rode Kruis (IFRC) — de veel rustiger opererende federatie van nationale Rode Kruizen — hebben er mensen.

De satelliettelefoon van de Zwitserse ICRC-missieleider Bert Schweizer in Bagdad brengt uitkomst. «De situatie is heel complex in het Noorden», vertelt hij. «Er sterft niemand meer van de honger, maar er is nauwelijks drinkwater en elektriciteit. Er zijn wel medicijnen, maar er is te weinig medisch personeel. Soms keren vluchtelingen terug uit Iran of Turkije. De meesten worden daartoe gedwongen. Tegelijkertijd zit het gebied nog vol mijnenvelden en ‹internally displaced persons›, mensen die niet meer naar hun dorp terug kunnen omdat het onder controle staat van een vijandige partij. Het is allemaal erg onduidelijk en je weet niet van wie je op aan kunt. Er zijn allerlei Koerdische partijen: de PUK, de KDP en de PKK. Er heerst volstrekte willekeur.» Volgens Schweizer wordt langzaam het rechtsstelsel weer opgebouwd. Maar dat is wel het recht van onderdrukker Irak. «Dat kan niet anders, maar het maakt de mensen wel erg zenuwachtig. Ze zien het als de voorbode van Saddams terugkeer.»

Volgens Robert Soeterik, verbonden aan de Middle East Research Associates (Mera) in Amsterdam, heeft Buitenlandse Zaken deels gelijk. «Het Koerdische geweld is verminderd vergeleken met de tijd waarin de meesten Noord-Irak ontvluchtten, al vallen er nog steeds burgerdoden als de Turken weer eens de veiligheidszone intrekken. De economische situatie begint ook te verbeteren. Er gaat veel geld naar het Noorden via het Olie-voor-Voedsel-programma van de Verenigde Naties. Maar er is dan ook heel wat op te bouwen. Toen ik in 1991 door het gebied reisde, was het alsof er een enorme aardbeving had gewoed. Werkelijk alles was verwoest.»

Maar er is nog iets wat volgens Robert Soeterik van doorslaggevend belang is bij de afweging mensen gedwongen te repatriëren: Saddam zit niet alleen nog in het zadel, alles wijst erop dat hij de grootste crisis achter de rug heeft. Soeterik: «Zijn kracht neemt zienderogen toe. De sancties zijn aan zware erosie onderhevig. Er is een half miljoen kinderen door overleden. Dat doet de morele kracht van het middel aan de opleggende kant flink teniet. Bovendien is duidelijk dat het Israëlisch-Palestijnse conflict tegenwoordig een hogere prioriteit heeft dan het isoleren van Hoessein. Allerlei Arabische landen knopen dus weer banden met hem aan. Daarbij speelt zeker Saddams anti-Israëlische propaganda een rol, en de vrijwilligersbrigade die hij heeft opgericht om de Palestijnen in hun strijd bij te staan. Hij is weer mateloos populair.»

Saddam weigert ongestraft nog langer mee te werken aan wapeninspecties en zit weer aardig in de slappe was. Het Olie-voor-Voedsel-programma, de hoge olieprijs en het loslaten van een plafond aan het aantal te produceren vaten Irakese olie hebben hem een ruim budget gegeven. Soeterik: «Saddam heeft jaarlijks zo'n twintig miljard dollar te besteden. Dus staan westerse firma’s te dringen om in Irak aan de slag te mogen. Ik was laatst op een bijeenkomst van de Rotterdamse Kamer van Koophandel, gewijd aan zakendoen in Irak. Ik telde zo'n 75 Nederlandse bedrijven en instellingen die stonden te popelen.»

Robert Soeterik verwacht dat Saddam binnenkort de controle over Iraaks Koerdistan zal proberen terug te winnen. «Als hij gaat knagen aan de no fly-zones is het zeer de vraag in hoeverre de Verenigde Staten, die in deze kwestie steeds meer geïsoleerd raken, bereid zijn die nog met geweld af te dwingen.» In de ogen van Soeterik is het simpel: de situatie lijkt verbeterd, maar zolang Saddams mogelijkheden toenemen om opnieuw zijn brute regime in het Noorden te vestigen, is het «onverantwoord» Iraakse Koerden vanuit Nederland terug te sturen. «Je kunt nergens van op aan. Aan alle kanten kan het geweld weer oplaaien. En Hoessein kent geen medelijden.»

Bert Schweizer van het ICRC is vorige week nog in Iraaks Koerdistan geweest. «Ik ben gewend om uit te leggen dat de situatie onder controle is. Dat de gevangenen goed behandeld worden en dat het ernaar uitziet dat alle hulpgoederen aardig op hun plek komen. Maar daar kopen de mensen niets voor. Ze zijn onrustig en voelen zich niet veilig. ‹Het is te stil›, zeggen ze. ‹Saddam bereidt iets voor›. Of het morgen is of volgend jaar, dat weten we niet, maar dat het hier weer zal losbarsten, daarover is eigenlijk iedereen het wel eens.»

Dat het ook in Nederland zal losbarsten, lijdt geen twijfel. Ook al dreigen er doden te vallen, de politiek voelt zich gechanteerd en geeft geen krimp — ook al is haar beslissing ook juridisch gezien dubieus. Gerda Later: «In Duitsland heeft het hoogste rechtscollege het besluit de Koerden terug te sturen terugverwezen vanwege de onbereikbaarheid van het gebied. Kalsbeek heeft zelf in een commissievergadering de onbereikbaarheid toegegeven, maar er wordt niets heroverwogen omdat mijn cliënten hongerstaken. Wie chanteert hier nu eigenlijk wie?»