FILM: TRISHNA

Sadisme in het korenveld

_‘But to almost everybody she was a fine and picturesque country girl, and no more.’ _Zo beschrijft de Victoriaanse romanschrijver en dichter Thomas Hardy zijn heldin Tess Durbeyfield tijdens de meiboomdans in een korenveld in het district Wessex vlak voordat ze voor het eerst Angel Clare ziet, de domineeszoon op wie ze verliefd wordt, maar die nooit haar hart echt zal krijgen.

Medium gawie trishna

Hierin staat Tess eigenlijk tegenover Hardy’s andere sterke heldin Bathsheba Everdene die in Far From the Madding Crowd (1874) de mannen van zich moet afslaan, en die de arme herder Gabriel Oak uitlacht als hij haar ten huwelijk vraagt.

Hardy schrijft onvergetelijk over vrouwen in patriarchale gemeenschappen. Toch representeert Tess een paradox: anders dan Bathsheba die zich door haar daden op het randje van tragedie bevindt, ligt het droevige aan Tess’ bestaan in haar slachtofferschap. In cinematografische versies van Tess of the d’Urbervilles (1891) keert het idyllische beeld terug van de intelligente jonge vrouw van lage komaf die droomt van een beter leven. Roman Polanski’s weergave uit 1979 is getrouw aan de roman: Tess (Nastassja Kinski) is een mooie jonge vrouw die tijdens de dans om de meiboom schuchter naar Angel kijkt, maar hem niet durft aan te spreken. Ook in de nieuwe, in het moderne India gesitueerde verfilming van de Engelsman Michael Winterbottom is Trishna, zoals Tess nu heet, de bescheidenheid zelve. In deze film geen Angel, maar alleen een Alec, het rijkeluiskind van mevrouw d’Urberville met wie Tess in Hardy’s roman ongewenst een kind krijgt dat vroeg sterft.

Winterbottom focust op de relatie tussen Jay (Riz Ahmed) of Alec, en Trishna (Freida Pinto) of Tess. Jay, zoon van een steenrijke Indiase hotelmagnaat, komt naar India om voor zijn vader te werken, maar hij ritst liever rond met leeghoofdige vrienden. Tijdens een uitstapje naar een hindoetempel ziet hij Trishna in de verte staan, een jonge vrouw uit een lagere kaste die opvalt door haar afstandelijke schoonheid en de suggestie van een getemperde of onderdrukte intelligentie. Wanneer Jay moeite doet om Trishna te ontmoeten, spreekt zij hem volgens plaatselijk gebruik constant aan met ‘sir’. Dat Jay niets doet om dit te ontmoedigen is een voorteken van de ongelijke relatie. Jay, opgegroeid in Engeland, zou immers beter moeten weten.

Het sadisme dat vervolgens een wezens­kenmerk is van hun liefde, als je het al zo kunt noemen, gaat verder dan in de roman of in Polanski’s film. De kloof tussen de onderdrukker Jay en de onderdrukte Trishna symboliseert de verwijdering tussen rijk en arm die ook in India een werkelijkheid is. Wanneer Trishna samen met Jay naar Mumbai gaat, blijft zij zijn ‘slaaf’. De vraag waarom Trishna nooit in opstand komt, wordt niet beantwoord. Dat is mooi: is zij het slachtoffer van haar eigen hunkering naar een beter leven, op materialistisch vlak, maar óók voor wat betreft een bestaan waarin zij – als Bathsheba – haar liefde op basis van gelijkheid aan iemand kan geven?

Door juist dit verhaal te verfilmen, waarin Tess in Hardy’s roman op de koude stenen van Stonehenge wordt geslachtofferd, suggereert Winterbottom dat een gelijkwaardige relatie, ook in een bredere, politiek-economische context, onmogelijk is. Zo past Trishna naadloos in zijn oeuvre, de documentaires The Road to Guantanamo (2006) en The Shock Doctrine (2009), de orwelliaanse sciencefictionfilm Code 46 (2003) en de softpornofilm 9 Songs (2004). De veelzijdige Winterbottom legt het sadisme in menselijke relaties bloot, en hiertoe vindt hij een geestgenoot in Thomas Hardy, die romans schreef waarin het moralisme afwezig is, en waarin menselijke emotie niet een voorwaarde voor liefde is, maar voor tragedie.

Te zien vanaf 30 augustus

_* * *

Beeld: Lex de Meester_