‘Amerikanen zijn tot alles in staat. Tot alles’, vertelde Henk Hofland eens, met een sigaret en een glimlach, bij de entree c.q. het rookbordes van De Groene. Hij bedoelde al het goede waar Amerikanen zich toe kunnen zetten; Hofland had zelf de bevrijding meegemaakt. Maar hij bedoelde ook het kwade waar missiegevoel en uitverkorenheid toe kunnen leiden, en waar ze dekking voor kunnen geven – Guantánamo, Saigon, Abu Ghraib, enzovoort. Aan dat rijtje kan nu ook ‘Kabul’ worden toegevoegd.

Althans, dat is kort door de bocht de teneur van veel beschouwingen over het fiasco waar de terugtrekking van Amerikaanse soldaten uit Afghanistan op uitgelopen is. De analogie van Afghanen die op vliegtuigen klommen en Vietnamezen die in 1975 aan helikopters hingen is ook onmiskenbaar; de geur van roemloosheid en vernedering rond het Amerikaanse optreden eveneens. Toch is het een week na de val van Kabul ook duidelijk dat veel geschokte beschouwingen over de implosie van Afghanistan een overtrokken mix presenteerden van woede over het Amerikaanse optreden en doemvoorspellingen over de toekomst. In analyses van China’s propagandakrant Global Times tot in media van westerse elites als The Economist en de Financial Times werd de val van Kabul gepresenteerd als een keerpunt: een schokkende nederlaag die de onmacht en onbetrouwbaarheid van de VS etaleert aan vriend en vijand, het failliet van Amerikaanse hybris (andermaal) bewijst, en tot enorme schade voor de VS gaat leiden in de wereld. Saigon all over.

Het is toch zaak om verschillende dingen uit elkaar te houden – en niet alleen omdat de val van Saigon niet een Amerikaanse neergang inleidde, maar achteraf juist het hoogwaterpunt bleek van antiwesterse energie in de wereld. Allereerst de inname van Afghanistan door de Taliban. Die is niet plotseling vorige week waarheid geworden, maar eerst door Trump, en toen door Biden geaccepteerd. Elke militair analist en Afghanistan-specialist voorspelde het. De snelheid van die val verandert dat feit niet – een belangrijk verschil qua hybris. Saigon viel terwijl president Nixon bleef beweren dat zijn regering Zuid-Vietnam in prima staat achterliet.

Onthoudt de wereld dat de VS niet bereid zijn te vechten voor vrienden?

Gaat de wereld echt onthouden dat de VS niet bereid zijn voor hun vrienden te vechten? Dat is wel wat de beeldtaal vertelt, van mensen die aan rijdende vliegtuigen hangen. Het is helder dat de nazorg in Afghanistan nauwelijks slechter kan: tienduizenden Afghanen die de Amerikanen, ons en andere landen hielpen en nu overgeleverd zijn aan de Taliban. Dat is ondankbaar, verraderlijk, maar deels ook het gevolg van de weigering van het Afghaanse leger om tegen de Taliban te vechten zonder Amerikaanse steun. De Amerikaanse analisten faalden doordat ze dat niet hebben zien aankomen, maar of dat als een belangrijke les voor al Amerika’s vrienden zal worden onthouden, is een open vraag.

Het ligt eerder voor de hand dat ‘Afghanistan’ straks komt te staan voor een goed bedoelde, maar gedoemde poging. Biden sorteert daar op voor met een variatie op Bill Clinton: ‘Ik heb het geprobeerd en ik heb gefaald. Dat is meer dan veel anderen kunnen zeggen.’ De VS zétten ook werkelijk hun schouders onder Afghanistan, twintig jaar lang, terwijl in 2010 nog het kabinet-Balkenende Zoveel viel over de verlenging van onze Afghanistan-missie met één jaar. En Afghanistan wérd ook in heel veel opzichten beter, tot het viel. Zou Nederland nou een van die hypothetische landen zijn die vorige week de schellen van de ogen vielen over de VS? Ik denk het niet. De ‘les’ van Irak spreekt wat dat betreft boekdelen. Die bezetting was in motivatie, uitvoering en nazorg veel cynischer dan die van Afghanistan, maar de erfenis in de internationale betrekkingen is beperkt.

Dat komt doordat reputatie in de internationale politiek veel minder belangrijk is dan veel mensen geloven. Dat alles draait om ‘geloofwaardigheid’ is júist een Amerikaans idee, een onverbiddelijke waarheid sinds Kennedy, die keer op keer onjuist blijkt en toch steeds overeind blijft. Na de val van Saigon werd het nieuwe, definitieve failliet van Amerika’s rol in de wereld bereikt in Teheran in 1979, in Beiroet in 1984, in Somalië tien jaar later, en in Irak rond 2010. Telkens zijn de woede en teleurstelling enorm. Maar ook in de toekomst blijft Amerika het enige land dat de machtsmiddelen heeft, de eigendunk en de idealen, hoe verdraaid en geperverteerd die ook kunnen worden. Kabul 2021 leert daarover niets nieuws. Amerikanen zijn immers tot alles in staat, als enige.