Saksische politie jaagt op prominente antifascisten

Berlijn – In de deelstaat Saksen is 0,3 procent van de bevolking moslim. In de rest van Duitsland ligt het percentage tien keer zo hoog. Toch zit juist in Saksen de angst voor vreemdelingen dieper dan elders. Rechts-extreme groepen hebben er veel aanhang. Zelfs in het justitiële apparaat. Het Openbaar Ministerie in Saksen vervolgt liever antifascisten dan fascisten.

In de Saksische hoofdstad Dresden herdenken neonazi’s elk jaar op 13 februari het geallieerde bombardement op de stad in 1945. De ‘bommenholocaust’ noemen ze dat heel fijngevoelig. Ieder jaar zijn er tegendemonstraties van antifascistische burgers en groepen. En ieder jaar worden deelnemers aan die tegendemonstraties gearresteerd en voor de rechter gesleept.

Het gaat om het grondwettelijke recht op demonstratievrijheid, zegt de Saksische justitie. Wie ertoe oproept een demonstratie van neonazi’s te blokkeren of anderszins onmogelijk te maken, is strafbaar. Om zulk strafbaar gedrag op te sporen luistert de politie zelfs van tevoren illegaal het telefoonverkeer van antifascistische activisten af.

Na afloop van de demonstraties deponeert het OM aanklachten bij de rechter tegen de aanvoerders van de antifascistische groepen. Verhinderen van een democratisch recht en oproepen tot geweld, heet het. De officieren van justitie leggen daarbij een voorkeur aan de dag voor zo prominent mogelijke figuren, zoals populaire dominees en politici.

Dit jaar hebben ze een wel heel erg grote vis gevangen: Bodo Ramelow. Begin deze maand werd hij beëdigd als minister-president van de aanpalende deelstaat Thüringen. Ramelow is van de Linkspartij. Nooit eerder werd iemand van die partij in zo’n hoge functie benoemd. En als het aan de Saksische justitie had gelegen, zou het ook niet zijn gebeurd.

Drie dagen voor Ramelows beëdiging diende het Saksische OM een verzoek in bij de rechter om zijn parlementaire onschendbaarheid op te heffen. De rechtszaak tegen hem vanwege zijn oproep om de neonazi’s dwars te zitten, was nog niet afgerond. Ramelow was weliswaar al vrijgesproken, maar hij weigerde voor de gerechtskosten op te draaien. Het Thüringse parlement trok zich er niets van aan en benoemde Ramelow tot regeringsleider. Ondanks protesten uit rechts-conservatieve hoek, die in de benoeming een terugkeer naar de tijden van de ddr ziet. Dat de nieuwe premier in zijn regeringsprogramma de ddr als ‘onrechtsstaat’ veroordeelt, legt geen gewicht in de schaal.

Ramelow is een vijand van de rechtsstaat, houden de critici vol. Hij heeft immers neonazi’s in de uitoefening van hun vrijheidsrechten proberen te hinderen.