Salamibroodjes

PETR GINZ
PRAAGS DAGBOEK 1941-1942
Uit het Duits vertaald door Ed Franck
Anthos 2006, 192 blz., € 4,95 (Bruna)

De tranen lopen over de pagina’s. Het boek maakt me zowaar aan het huilen. Het is geschreven door Petr Ginz, een veertienjarige halfjoodse jongen uit Praag, in 1941 en 1942. Het is zijn persoonlijke dagboek over die twee jaren. Daarna werd hij naar Theresienstadt gedeporteerd om op zijn zestiende in Auschwitz vermoord te worden. Tot in het dodenkamp aan toe tekende hij zich werkelijk suf.
In 2003 neemt de eerste Israëlische astronaut ooit een kopie van een tekening die Petr Ginz maakte van een maanlandschap mee de ruimte in, om hem en zijn eigen moeder, die Auschwitz overleefde, te eren. Helaas stort het ruimteveer neer. Daardoor verschijnt de naam van Petr Ginz wereldwijd in alle kranten. Een man in Praag leest het en beseft dat hij ergens op zolder ook nog iets belangrijks heeft liggen, namelijk de schriftjes met het dagboek van Petr Ginz. Hij stuurt ze op naar het Yad Vashem-museum in Israël, alwaar ook Petrs tekeningen bewaard worden.
De dagboeken van Petr Ginz zijn ontnuchterend in hun normaliteit. Hij beschrijft het joodse leven in Praag zonder enige boosheid. Al verdwijnen vrienden en familieleden bij bosjes naar Theresienstadt en ook naar Polen, Petr houdt het hoofd koel. Ondanks de ellende waar hij in zit heeft hij hoop voor de toekomst. Alle narigheid beschrijft hij koeltjes. Op 26 januari 1942 noteert hij: ‘Vanaf vanmiddag 3u mogen de Joden niet meer op de tram, uitgezonderd personen boven de zestig en gemeenteambtenaren.’ En in mei schrijft hij: ‘Het gezin Hirsch (de schoenmaker – pe) moet naar Theresienstadt, ze zijn er eigenlijk al, maar ik heb het nu pas vernomen.’
Petr Ginz beschrijft ook zijn eigen vertrek naar Theresienstadt. En wel zo: ‘Alles moest heel snel gaan, omdat ik me al om zes uur had moeten aanmelden (voor transport – pe). Daarom hielden de koortsachtige voorbereidselen niet op. Iemand stopte salamibroodjes in mijn zak.’
Zijn jongere zus Chava, die pas later in Theresienstadt terechtkwam, beschrijft Petrs gruwelijke dood in Auschwitz, waar de sterken in de gaskamers boven op anderen klommen om nog een allerlaatste hapje lucht te krijgen.
Het dagboek heeft een prachtig voorwoord van Jonathan Safran Foer. Hij eindigt met de woorden: ‘Het dagboek dat u in handen houdt, heeft Petr niet kunnen redden. Maar ons wel.’ Daar ligt een taak voor eenieder om zich te verzetten tegen elke vorm van machtsmisbruik, hoe onschuldig het ook mag lijken.