Neem de rol van Sam, gespeeld door Hermine Landvreugd (tevens medescenariste). Zij volgt de opleiding tot dramadocente; overweegt daarmee te stoppen doordat haar deelname aan een musical niet als stage erkend wordt; verdient bij als stewardess, een wereld die ze haat; heeft het moeilijk met haar vader die zich meldt als hij even in het land is, haar niet herkent en haar benadert als de versierder die hij is; heeft het moeilijk met haar vriendje die video-art maakt en studentenhuisgenoot is (zoals alle hoofdpersonen). Sam is extravert, beweeglijk, direct, impulsief, emotioneel, lichamelijk en plastisch van taalgebruik. Dat laatste weet ik doordat haar ‘shit’ en ‘kut’, haar ‘teringeikel’ en ‘stoephoer’ behoren tot het deel van haar tekst dat ik versta. Vaak versta ik Sam namelijk niet en dat ligt niet aan het geluid maar aan de manier waarop Hermine praat. Als frik zeg ik dat mevrouw Landvreugd iets aan haar dictie moet doen als ze wil acteren. Maar de jonge makers van Het labyrint verstaan haar zonder twijfel wel - omdat intonatie, toon, woordgebruik die van een bepaalde, zij het subculturele leeftijdsgroep zijn. En ze doen dus geen concessie aan de kijker voor wie hun werk niet bedoeld is.
Sam is metafoor voor de tamelijk extreme benadering van Het labyrint. Het tempo is hoog, scènes en afleveringen zijn kort, de camera danst de vitusdans, de emoties knallen, veel personages barsten van onvrede en woede, vaak zonder dat te vatten is waar die vandaan komt, en in die optelsom gaat het mis. Het labyrint is zo nadrukkelijk onnadrukkelijk; zozeer ‘op de huid van de tijd’ gemaakt; scenario, regie, spel en camera versterken elkaar zozeer in het verbeelden van een draaikolk dat het zijn eigen satire is geworden.
Daarmee is niet alles gezegd. Er zitten mooie rollen (Buz en Marieke) in; soms mooie scènes en dialogen; de thematiek (van dorp naar stad; vraag naar eigen identiteit; liefde in een tijdperk waarin codes minder vast liggen) is boeiend genoeg. Maar die elementen verzuipen te vaak in een soort beeldlawaai. En of kunststudenten het geschikte milieu vormen voor zo'n serie? Beetje grachtengordelig toch.

  • Levensverhalen. ‘Een mens die sterft is als een museum dat afbrandt.’ Door interviews met oude mensen blijven collecties gespaard. Talking heads, maar (of dus) prachtig. NPS, zondag 15.35 uur. Nederland 3.
  • Voor schut. Kinderen schamen zich voor hun ouders en die ouders doen dan waar die kinderen zich voor schamen. Gouden formule vanwege universele herkenbaarheid. Duurt maar twee minuten! VPRO, zaterdag 18.00 uur, Nederland 3.
  • A Dance to The Music of Time. Britse upperclass in het Interbellum. Twaalf romans (Anthony Powell) geperst in acht dramadelen. Dat wreekt zich: anekdotiek, geen grote greep. Maar talent, kosten noch moeiten gespaard en dat proef je. VPRO, vrijdag 21.00 uur Nederland 3.