Muziek

«Samba is our truth»

Muziek: Seu Jorge op het North Sea Jazz Festival

Het verbouwereerde North Sea Jazz-publiek wist zich geen raad met de vermoeid ogende, Portugees mompelende singer-songwriter. In Brazilië en Frankrijk wordt Seu Jorge gezien als een van de belangrijkste talenten van de hedendaagse Braziliaanse mu ziek. Geheel onbekend met zijn status en getergd door bomaanslagen beschouwden Londense douaniers Jorge echter als een poten tieel gevaar, waardoor hij krap een uur voor aanvang van zijn North Sea Jazz-debuut in het Haagse Congrescentrum arriveerde.

Onlangs was Seu Jorge te zien in de hilarische Jacques Costeau-parodie The Life Aquatic with Steve Zissou. Steeds zit hij aan de rand van het kader übercool bossa nova-versies van David Bowie-klassiekers te spelen. Net als de rest van de bemanning van de aan lager wal geraakte oceanograaf Steve Zissou (Bill Murray) is hij steevast uitgedost in een mal uniform, met rood mutsje. De naam van Jorge’s personage (Pelé dos Santos) biedt stof voor exegeten van Braziliaanse cultuur. Is het een samenstelling van de twee legendarische voetballers Edson Arantes do Nascimento (Pelé) en Manuel Francisco dos Santos (Garrincha)? Of is het een eerbetoon aan Ernesto dos Santos, componist van de vroegst bekende samba Pelo telefone, uit 1917? Hoe het ook zij: als wederdienst voor zijn opvallende bijrol figureren twee Hollywood-sterren uit de film (Willem Dafoe en Bill Murray) nu ook in de meest recente videoclip van Seu Jorge.

Jorge Mário da Silva, geboren in 1970, groeit op als oudste van vier jongens in Baixada Fluminense, een beruchte favela van Rio de Janeiro. Met een afwezige vader en een analfabete moeder is er niet veel perspectief voor de jonge Jorge. Aanvankelijk verwisselt hij banden, later begint hij als bankbediende te sparen voor een saxofoon. Dit spaargeld gaat uiteindelijk naar de begrafeniskosten van zijn doodgeschoten broer. Hierna valt het gezin uiteen en brengt Jorge zeven jaar door op straat. Dankzij de zoon van de beroemde klarinettist Paulo Moura komt hij te recht bij een theatergezelschap van de universiteit van de deelstaat Rio. Hier krijgt hij de kans om zang-, dans- en acteerlessen te volgen en vanaf 1997 begint hij furore te maken met de theatrale popgroep Farofa Carioca. De door braak volgt in 2001 met zijn eerste solo-cd Samba esporte fino (buiten Brazilië uitgebracht als Carolina). Hierop treedt Jorge vastberaden in het voetspoor van Jorge Ben Jor, die 38 jaar eerder met de elpee Samba esquema novo een nieuw hoofdstuk in de Braziliaanse mu ziek was begonnen. Net als Jorge Ben Jor vermengt ook Seu Jorge het ritme van de samba en de harmonie van de bossa nova met funk en soul. De uitgebreide blazerssectie brengt de beste funk uit de jaren zeventig in herinnering en vooral in de lage registers heeft Jorge een stem die beklijft.

In 2002 schittert Seu Jorge in de internationale bioscoophit Cidade de Deus als de door wraak verteerde Mané Galinha, de enige favelabewoner die het op durft te nemen tegen het maniakale gangsterbaasje Zé Pequeno. Het overrompelende en in Tarantino-stijl gemonteerde portret van de favelas wordt door president Lula da Silva aangeraden aan zijn land genoten, om nu eindelijk eens ook die dimensie van het Braziliaanse bestaan te erkennen. Met hetzelfde doel benut Seu Jorge zijn mu ziek, want voor gekleurde Brazilianen betekent samba veel meer dan men buiten Brazilië geneigd is te denken. Naast de soundtrack van hun carnaval heeft het met Amerikaanse jazz vergelijkbare, emancipatoire connotaties. Het is dé muziek van Afro-Brazilië, in de woorden van Seu Jorge: «Samba is our truth, our idiosyncrasy, our gold medal, our defence, our Brazilian banner.»

Jorge’s North Sea Jazz-optreden valt door omstandigheden tegen, maar zijn nieuwe album Cru is op een sobere manier indrukwekkend. De weelderige blazersarrangementen van het debuut zijn verdwenen; nu klinkt alleen zang, gitaar, cavaquinho (ukelele) en per cussie. Opvallend zijn de co vers van Serge Gainsbourg en Elvis Presley. Chatterton, in 1966 door de Franse crooner opgenomen, is vernoemd naar de Britse dichter Thomas Chatterton (1752-1770), die zichzelf op jonge leeftijd het leven benam. In de duistere, bezwerende versie van Seu Jorge figureert naast Kurt Cobain ook Getúlio Vargas (1883-1954), de Braziliaanse president die bezweek onder druk van een aanstaande militaire coup en zichzelf door het hoofd schoot. Over de onderkoelde Presley-cover Don’t zei Seu Jorge tegen een Britse journalist: « took from black music in the first place, and I was taking it back, imagining myself in cowboy boots.»

Carolina verscheen bij het Britse label Mr. Bongo; Cru bij het Franse label Naïve