Menno Hurenkamp

Samen

Samen leven, samen werken, het regeringsmotto is ons de afgelopen week weer ingepeperd. Vooral dat er nog weinig van terechtkomt. Laat, zolang dom gehakketak op hele bevolkingsgroepen tegelijk het alternatief is, getemperd genoegen overheersen. Dat neemt niet weg dat de zo vurig gewenste sociale cohesie deze week weer wonderlijke vormen aannam.

Tussen vakbond en sociaal-democratie schort het aan binding. pvda-leider Wouter Bos belt fnv-voorzitter Agnes Jongerius nooit op. Wanneer je naar de rest van de pvda-top kijkt, weet je dat ook deze zelden met de vakbeweging telefoneert. De banden met de bonden zijn breekbaar. Ella Vogelaar die haar handen vol heeft aan de prachtwijken en Jacques Tichelaar die herstelt van een ziekte zijn zo’n beetje de enigen met een vakbondsachtergrond. Pvda’ers komen tegenwoordig uit wetenschap, beleid en journalistiek. De cohesie met de werknemersorganisaties is tanende. De indruk ontstaat dat geen van de betrokkenen zich écht druk maakt om deze langzame scheiding. Gek – alsof arbeiders en politiek aan het begin van de twintigste eeuw een verstandshuwelijk aangingen. Alsof je biefstuk en socialisme eerlijk kunt verdelen.

Waar wél actief naar meer sociale binding gestreefd wordt, is in de sport. Staatssecretaris Bussemaker zorgt er met extra geld voor dat jongens achter ballen en niet achter oude vrouwtjes aan rennen. Prima, maar in de sport is er al snel te veel cohesie. Toen zwemcoach Jacco Verhaeren constateerde dat China het met duizenden executies per jaar op het menselijke vlak niet lekker doet, werd hij afgeserveerd door de man die Nederland in het Olympisch gebeuren vertegenwoordigt. Dat is Hein Verbruggen en die is niet uit op verbroedering in de sport. Zijn antwoord op de constatering dat China zijn eigen mensen in grote hoeveelheden ombrengt, is: bek houden, domme sporters! Verbruggen vreest dat weer ‘een typisch Nederlandse discussie’ dreigt te ontstaan – die discussies bestaan blijkbaar nog, ondanks alle paniek over onze nationale identiteit. Niemand legt deze Verbruggen iets in de weg op zijn kruistocht om Nederland in het buitenland te profileren als land vol horigen. Is het motto misschien dat als Den Uyl het koningshuis van de eigen hebzucht redde, Bussemaker wel wat sportbonzen tegen hun eigen domheid kan beschermen? Sergeanten van het type Verbruggen moet je drillen in de enige taal die ze verstaan, een ros met de lat op hun blote kont voor elke keer dat ze ontkennen dat sport en politiek nauw verweven zijn. Normale mensen leren dat basisbeginsel van democratie al op school.

Of neem Kruiskamp in Den Bosch, zo’n gezellige volkswijk vol sociale cohesie, waar de mensen elkaar allemaal echt kennen, waar je op de papegaai van je buren past wanneer deze in Benidorm zitten, waar iedereen in de zomer op straat zit te barbecuen. Net als vroeger. Daar steken ze samen een pand in de fik wanneer daar daklozen gehuisvest dreigen te worden. Dat ‘samen’ het woord niet is in Den Bosch mag helder zijn. De bewoners van de wijk zijn achterdochtig, bevreesd dat ze opgezadeld worden met een pand vol verslaafden waar de overheid niet meer naar omkijkt zodra ze daar eenmaal gehuisvest zijn. Begrijpelijk dat ze zich ergeren aan een gemeente die hen niets vraagt. Maar de bewoners weten elkaar net iets te goed te vinden wanneer ze de buitenwereld te lijf willen. Ook hier is scholing in democratie of in verdraagzaamheid een zinvollere bijdrage. Met de lat hebben ze in Kruiskamp al genoeg gehad, maar regelmatig streng toespreken hoort bij ieder leerproces.