Samen

Zowel de Tweede Kamer als de Nederlandse bevolking wordt beetje bij beetje rijp gemaakt voor de volgende stap in de corona-aanpak: een app. Maar hoe vrijwillig zal het gebruik ervan zijn?

Het woord ‘samen’ wekt bij mij steeds meer argwaan op. Probeer nog maar eens kritisch te zijn over een maatregel van het kabinet als daar in deze coronatijden ‘samen’ op wordt geplakt. ‘O, dus jij bent niet voor “samen”, jij wil ons in gevaar brengen!’ Sociale druk gegarandeerd. De weerzin tegen samen nam bij mij exponentieel toe toen het kabinet op de dinsdag vóór het paasweekend begon over apps op onze telefoon die ons moeten volgen om zo in kaart te brengen of we in de buurt zijn geweest van mensen die met het coronavirus zijn besmet. Dat moet helpen om de bron van die besmetting op te sporen en ons te waarschuwen. Alleen dan kan – in de woorden van minister-president Mark Rutte – de intelligente lockdown veranderen in een intelligente open up.

Of zoals cda-minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid het zei: apps op de mobiele telefoon zijn een voorwaarde om van ‘slim op slot’ over te gaan naar ‘slim van het slot’. Intelligent en slim, ook woorden om voor op te passen. Ook die impliceren dat tegenspraak niet wordt geduld. Hoe durf je tegen iets te zijn dat slim en intelligent doordacht is?

De apps doken vorige week ineens op in het vocabulaire van Rutte en De Jonge. Verschillende media hadden eerder al gewag gemaakt van het gebruik van apps bij het opsporen van besmette personen. Dat gebeurt onder meer al in Singapore. Hoe de app heet die daar wordt gebruikt? TraceTogether.

Het introduceren van de apps volgt een patroon dat zichtbaar begint te worden in die wekelijkse persconferenties, die rechtstreeks op televisie worden uitgezonden. Elke keer komt er een nieuw thema aan de orde: ic-bedden, code zwart en triage, apps. De dag erna komen die thema’s in de Tweede Kamer uitgebreid terug in de technische briefing, door onder meer Jaap van Dissel van het rivm. Afgelopen week heb ik het geturfd: ook als een Kamerlid er niet naar vroeg, kwam in het antwoord van Van Dissel het woord ‘app’ of een verwijzing daarnaar voor. Beetje bij beetje worden de Kamerleden en de Nederlandse bevolking zo rijp gemaakt voor de volgende stap in de corona-aanpak.

Die volgende stappen worden aanbevolen door het Outbreak Management Team (omt), samengesteld om het kabinet te adviseren bij het uitbreken van een epidemie. Van Dissel is voorzitter. Verder zitten in die commissie medici en virologen. Allemaal deskundigen op een vakterrein dat rechtstreeks met epidemieën te maken heeft.

Regeert een groep medici en virologen nu ons land?

Vorige week dinsdag zei premier Rutte dat het kabinet de adviezen van het omt altijd opvolgt. Hij schrok daar zelf van en vulde snel aan dat de ministers daar dan wel met dat team en onderling over hebben gediscussieerd. De dag erna zei minister De Jonge tegen de Kamer: ‘Wij nemen altijd alle omt-adviezen over.’

Regeert daarmee een groep medici en virologen ons land? Niet noodzakelijkerwijs. Uiteraard moet een kabinet adviezen inwinnen, dat doet het altijd, op allerlei terreinen. Het gaat erom wat het met die adviezen doet. Het hangt dus af van de houding van de politici. De opmerkingen van Rutte en De Jonge maakten mij er niet gerust op dat het kabinet breder zaken met elkaar durft af te wegen. De enige keer dat het dat wel deed, was in het weekend dat het kabinet alsnog besloot de scholen te sluiten, hoewel het rivm dat niet noodzakelijk achtte. Maar ook dat deed het kabinet toen na aandringen van medici, de Federatie Medisch Specialisten. Een groep die gewend is om aan het belang van afzonderlijke patiënten te denken, maar niet aan bredere en andere belangen in de samenleving.

Ook de reacties uit de Tweede Kamer toen het over de apps ging, waren braaf. Esther Ouwehand van de Partij voor de Dieren stelde zich nog het meest kritisch op. Onder meer door aan minister De Jonge te vragen wat hij zou doen als het niet zou gaan lukken met die apps. Of hij een plan B had als bijvoorbeeld de privacy niet kan worden gewaarborgd. De Jonge wilde niet op die als-dan-situatie ingaan. Hij gaat ervan uit dat het lukt om die apps te introduceren.

Het liefst zou het kabinet dan zien dat wij Nederlanders in groten getale die app downloaden en ons zo laten traceren. Zoals de nos het een deskundige liet uitleggen, zegt je telefoon in dat geval tegen elke andere telefoon die hij tegenkomt: hoi. Die digitale groet wordt opgeslagen met een nummer, niet de locatie. Is iemand besmet dan krijgen alle begroete telefoons een waarschuwing. Minimaal zestig procent van de bevolking moet meedoen, wil het een bijdrage leveren aan het bestrijden van het virus. We moeten het samen doen, zal Rutte gaan zeggen als het zo ver is. De Jonge hoopt vóór eind deze maand de Kamer over de introductie van de app nader te informeren. Het kabinet zet er dus vaart en daarmee druk achter.

Doen onvoldoende mensen vrijwillig mee, dan sluit het kabinet een verplichting niet uit. Daar is dan wel wetgeving voor nodig, die het kabinet met spoed aangenomen zal willen zien. De vraag is of de Tweede Kamer dan vast durft te houden aan de vorige week breed geuite voorkeur dat die app vrijwillig moet zijn. Onder die dreiging lanceert het kabinet de app dus echter eerst met dat woord ‘samen’. De sociale druk zal gigantisch zijn. Hebben wij nog wat te kiezen?