Samen eenzaam

Te zien tot en met zondag 2 april in Het Veem. Inlichtingen: 020-6260112.
‘Een zwijgstuk met tekst’ noemen de theatermakers van Mime-gezelschap Space hun nieuwe voorstelling Liberia. Dat is meer dan alleen een omschrijving van de aard van het stuk. Het is een statement waarmee de jonge theatermakers van Space duidelijk maken dat ze terugkeren naar de basis: de mime. In hun vorige voorstelling Operationes Spirituales voerde de gesproken tekst van Rob de Graaf de boventoon. De voorstelling was collectief tot stand gekomen, maar onderscheidde zich in de uiteindelijke vorm nauwelijks van een ‘gewone’ toneelvoorstelling.

Dat zie je tegenwoordig vaker bij mimers. Ook de voorstellingen die te zien zijn in Het Veem, de aangewezen plek voor mimevoorstellingen, drijven tegenwoordig vaker op de kracht van het woord dan op de kracht van het beeldende of het bewegende lichaam. Dit is een vanzelfsprekend resultaat van de gestadig voortschrijdende vermenging van de verschillende disciplines en een rechtstreeks gevolg van de brede ontwikkeling die de Amsterdamse mime-opleiding aan studenten geeft. Deze ontwikkeling heeft vooral de laatste tijd veel discussie opgeroepen onder mimers. Het gaat daarbij om principes - al dat teksttoneel werkt nivellerend op de rijke uitdrukkingsmogelijkheden die de mime van oudsher heeft - en om subsidiegeld dat bedoeld is voor bewegingstheater.
De term ‘zwijgstuk’ spreekt in het licht van deze discussie duidelijke taal. Uiteindelijk zijn wij toch mimers, dus zullen wij zwijgen en bewegen, lijken de theatermakers van Space daarmee te zeggen. En ze verschuilden hun gezichten achter een masker. Niet het witte masker van Etienne Decroux, de grondlegger van de mime, maar een zwart masker dat deel uitmaakt van een apepak. Begeleid door de zoete klanken van Michael Jacksons Heal the World spelen de vijf mimers een troep apen, het hele nummer lang. Ze spelen zo overtuigend voor aap, dat je als toeschouwer onwillekeurig op je hoede bent voor hun onvoorspelbare gedrag, vooral als er zo'n dier onrustig de tribune op klimt. Ze roepen zelfs de ontroering op van de kwetsbare natuur waar Michael Jackson zo sentimenteel over zingt. Tegelijkertijd is de scene een baldadig statement van vijf jonge theatermakers, die zich afvragen of toneel op dit moment meer kan zijn dan aapjes kijken. Het antwoord op die vraag geven ze vervolgens zelf.
Dat gebeurt nog niet onmiddellijk. Als de apepakken uit zijn, volgt er een stille, trage groepschoreografie van dagelijkse handelingen. Het is een positiespel rond een tafel, vol ongemakkelijke blikken en voorzichtige toenaderingen. Het eerste woord dat klinkt, komt als een verlossing. De spelers vallen midden in een discussie over de vraag wat hun reisdoel is. Het is zo'n gekunstelde discussie zoals alleen Rob de Graaf die kan schrijven.
Even lijkt het stuk dezelfde weg op te gaan als Operationes Spirituales, waarbij de spelers in hun barok geformuleerde gesprek leken te verstarren. Maar het loopt anders. Petra Ardai maakt zich los uit de groep en vertelt het publiek een aangrijpende oorlogsherinnering uit haar Oostblok-verleden. Tenminste, zo lijkt het. Maar als na haar ook de andere spelers het woord nemen voor een vergelijkbare 'oorlogsmonoloog’, blijkt dat hier en spel wordt gespeeld met echt en niet echt. De spelers hebben geen aandacht voor elkaars verhaal, proberen elkaar in leed te overtroeven, en toch zijn hun verhalen overtuigend doordat ze allemaal zo emotioneel mogelijk worden gespeeld. Het is een knappe, scherpe scene over het omgaan met oorlogsverhalen: over onverschilligheid en ongeloof, over afstomping en effectbejag.
Des te groter is de teleurstelling dat de rest van de voorstelling deze scherpte ontbeert. Na de monologen wordt er gezamenlijk gezwegen en bewogen, in een mooi gemimede, witte ruimtevaartreis. Het is alsof de eenzaamheid uit de monologen wordt opgelost in een groepschoreografie. Maar er is niets opgelost, er is iets essentieels opgerakeld en daar wordt ineens niet meer over gesproken, in woorden niet, maar in beelden ook niet.