Van scheiden komt trouwen

‘Samen iets doen, daar waren we altijd goed in’

Ilse en Pieter met hun twee oudsten Elske en Ties. 1995, Rotterdam

De nasleep van hun scheiding werd zó gezellig dat Pieter en Ilse besloten opnieuw te trouwen. De doorstart van een onconventioneel huwelijk.

Omdat ik te vroeg ben op de afspraak zit ik op een bankje voor het huis te wachten. Een lange straat aan de rand van de Amsterdamse Pijp, tussen de hoge huizen hangt nog de hitte van de zomerdag. De bewoners komen thuis. Twee moslima’s met opwaaiende jurken scheuren joelend langs op een scooter. Maxi-Cosi’s en boodschappentassen worden uit een auto gesjouwd. Aan de overkant drukt een kind driftig op een voordeurbel, ‘mama ik ben er’. Daar komt Ilse aanfietsen uit haar werk. Sportief gekleed, helblond haar, blauwe ogen. Een seconde later arriveert Pieter, zijn gebruinde gezicht steekt af tegen een smetteloos wit overhemd. Over het fietsstuur gebogen geven ze elkaar een zoen. ‘Hé wat een timing, hoe was je dag?’

Ze zijn pas getrouwd, voor de tweede keer met elkaar. Het proces van scheiden en hertrouwen ging bij hen niet zoals bij het beroemde Hollywood-stel Richard Burton en Liz Taylor gepaard met elkaar de tent uitvechten en weer hartstochtelijk in elkaars armen vallen. Bij Ilse Engwirda en Pieter Rotteveel liepen de sporen gestaag uiteen; terwijl Ilse het Doe Maar-gevoel van ‘is dit alles’ bekroop, stond Pieter tevreden aan het roer van het gezinshuishouden. ‘Ik ben de zorgzame, had meer de vrouwenrol en regelde de dagelijkse boel met school, de kinderpartijtjes, kamperen’, zegt Pieter die in de woonkeuken op de zolderverdieping koffie uit het espressoapparaat in kopjes laat lopen.

Ilse zit op de grijze bank. De ruimte is licht door de vele dakramen, de meubels in pasteltinten. Pieter: ‘Het was een verdrietige periode, niet leuk voor de kinderen. Jikke was twee, Ties zeven en Elske acht, zij heeft er het meeste van meegemaakt. Spijt is iets moeilijks. Het is gelopen zoals het is gelopen, scheiden leek toen de beste oplossing.’ Ilse: ‘Ik heb er slechte herinneringen aan. Huilen in de theedoek… Maar het heeft mij ook iets opgeleverd. We startten al heel jong met een gezin. Door de scheiding bedacht ik wat ik écht wilde.’

Ze hebben elkaar ontmoet in hun studententijd. Ilse studeerde bedrijfskunde, Pieter geneeskunde. Ze zaten samen in het sociëteitsbestuur van de studentenvereniging ssr in Rotterdam. De vonk sloeg over toen ze met het bestuur op weekend gingen en Pieter in het busje vieze liedjes zat te zingen. Ilse: ‘Ik dacht: wat een leuke jongen. Het was liefde op het eerste gezicht.’ Op dat weekend viel de eerste zoen. Pieter had nog een vriendin en zijn beste vriend wees hem daar fijntjes op. Pieter: ‘Ik was een brave, keurige jongen.’ Ilse: ‘Ik had al wat vriendjes achter de rug.’

Ze draaiden een tijdje om elkaar heen en zoenen deden ze alleen als ze dronken waren. Op ‘pannenkoekendag’ raakte het aan. Pieter bleef slapen en is niet meer weggegaan; ze leefden samen in het ‘kippenhok’, het studentenhuis waar Ilse met twee vriendinnen woonde. Die dag, 21 november, hebben ze later elk jaar gevierd. Ilse: ‘Ons bed stond midden in mijn kamer, eromheen lagen stapeltjes spullen. Het voelde vanzelfsprekend, we waren superverliefd en altijd samen.’

En toen werd Ilse zwanger. Om wat bij te verdienen had ze als proefpersoon meegedaan aan een test met een lichte pil. ‘Die dus met mijn onregelmatige levensstijl niet werkte’, zegt Ilse. Grote schrik, ze waren begin twintig en nog midden in hun studie. Pieter: ‘Mijn eerste reactie was: “Jezus mina, holy Mozes, wat gebeurt hier?” Ik ben dol op kinderen, dat wist ik. Maar als man is het natuurlijk anders. Toen ik mijn ouders belde, zei mijn moeder: “Wát? En je studeert nog wel medicijnen.”’ Ilse: ‘Mijn moeder zei: “Denk er goed over na, wil je het zelf ook?”, en in één adem door: “Ik help jullie wel, het komt goed.” Ik liep stage bij een uitgever en daar was een vrouw met zes kinderen die keihard werkte. Zij was mijn rolmodel. Pieter en ik zijn beiden oplossingsgericht ingesteld: we zouden het wel fixen, en de financiën, dat zou lukken, hoewel begin jaren negentig banen niet voor het oprapen lagen.’

Het kippenhok werd ingeruild voor een huis dat Pieters vader voor hen kocht en waar op de bovenverdieping vriendinnen kwamen wonen. Ilse: ‘Zo hadden we altijd een oppas in huis.’ Elske werd in 1991 geboren. De baby ging in de reiswieg mee naar de vereniging. Een bezienswaardigheid natuurlijk, niemand was er zo vroeg bij als deze twee prominente leden. Pieter: ‘Dat was ook wel een beetje provoceren van ons. Mijn beste vrienden zaten te zuipen en te blowen, maar diezelfde stoere gasten pasten ook graag op de baby.’ Na een jaar volgde Ties, deze keer niet vanwege een te lichte pil. Ilse studeerde af met een dikke buik en ging meteen solliciteren. Pieter: ‘De zwangerschap was problematisch, eigenlijk moest Ilse plat liggen.’ Tegen Ilse: ‘Je was toen behoorlijk gestrest.’

Het serieuze leven met verantwoordelijkheden lachte hun toe. Zijn studie geneeskunde rondde Pieter af. Hij liep geen coschappen meer want hij wilde niet doorgaan in het medische beroep. Bestuurskunde studeerde hij er al naast. Beiden vonden een baan voor elk vier dagen als trainee aan de Erasmus Universiteit en de TU Delft. De kinderen gingen naar het kinderdagverblijf. Op 21 juni 1995 trouwden ze, met alles erop en eraan, receptie, feest, huwelijksreis.

De carrières liepen voorspoedig. Ilse ging in Amsterdam aan de slag bij een uitgeverij en specialiseerde zich in het uitgeven van psychologische tests, wat later tot een internationale baan leidde als lid van de raad van bestuur. Maar ze had inmiddels ook drie kinderen terwijl haar collega’s in Amsterdam woonden en in een andere fase zaten, van uitgaan en leve de lol. Ilse: ‘Ons dagelijks leven leek op management: dit is jouw dag, dit is mijn dag. Ik had het gevoel dat ik iets miste, het wilde leven. Ik werd verliefd op een ander. Oké dachten we, dat moet kunnen, niet gebonden zijn. We kozen voor een open huwelijk.’

‘Het was te ingewikkeld en emotioneel te belastend voor iedereen geworden. Het kon niet langer zo doorgaan’

In diezelfde tijd maakte Pieter een andere balans op; hij zat als financieel manager aan de Erasmus Universiteit in de lift, maar trok aan de handrem. ‘Ik verliet ’s ochtends het huis jasje-dasje, de hele dag ging het over geld, begrotingen en macht. Daar werd ik niet gelukkig van. Ik besloot minder te gaan werken, ging losse projecten doen om meer bij de kinderen te zijn. Ik werd overblijfvader en vond dat zo leuk dat ik in deeltijd de pabo ging volgen en voor de klas kwam te staan.’

Vanwege het werk van Ilse verhuisden ze naar Amsterdam. Daar deelden ze het huis zodanig in dat het paste bij de manier waarop zij zich tot elkaar begonnen te verhouden. Op de begane grond woonde Pieter, op de eerste verdieping Ilse. Via de gang had ieder een eigen ingang. Op beide verdiepingen was een kinderkamer en de kinderen sliepen afwisselend boven en beneden. De ruimtelijke scheiding was een weerslag van hun idee van co-ouderschap en een open huwelijk.

Ilse: ‘Ik kreeg een vriendje’. Pieter: ‘Dat vond ik niet zo fijn. Ik hoorde ze boven lopen, ik hoorde alles. Zo wilde ik het niet.’

Er werd een afspraak gemaakt: wie in het weekend niet de kinderen had, ging het huis uit. Ilse: ‘Dat ging gewoon niet. Je hebt een eigen huis en ook weer niet. Die tijd was wel het dieptepunt, het was pijnlijk.’ Pieter: ‘Het deed pijn. Dat onze kinderen met hem en Ilse op pad gingen.’ Ilse: ‘We beseften dat we moesten scheiden, het was te ingewikkeld en emotioneel te belastend voor iedereen geworden. Het kon niet langer zo doorgaan, niet in dat huis.’

Waar echtgenoten in gestrande huwelijken er dan doorgaans voor kiezen apart te gaan wonen, zochten zij naar een andere constructie onder één dak. Ilse: ‘Onze prioriteit lag bij de kinderen, we wilden niet van die ouders zijn die de kinderen wisselend niet zien, we vonden elkaar lieve, goede ouders. In de krant zag ik dat er in de Pijp een oude school te koop stond. We zijn meteen gaan kijken en hebben meteen geboden, ondanks de risico’s; het pand had nog geen woonbestemming. We kochten het met het idee dat we het pand op de schop zouden nemen in overeenstemming met onze scheiding. De kinderen in het midden en wij elk op een eigen verdieping als een sandwich eromheen. We zouden elkaar alleen nog in het trappenhuis hoeven tegenkomen.’

Je zou zeggen: hoe verzin je het. Zoveel gedoe, terwijl je in scheiding ligt en schoolgaande kinderen opvoedt. De echtscheiding voltrok zich via flitsscheiding.nl, een online regeling die inmiddels is afgeschaft. Het convenant vermeldde dat ze elk jaar op 21 juni de afspraken over de kinderen zouden herzien. Het oude huis was rap verkocht en ze maakten daar ‘dikke winst’ op. Maar het nieuwe huis betrekken, dat was andere koek. Er stond een enorme verbouwing voor de deur en ondertussen moest het gezinsleven blijven draaien. Al met al duurde de overgang een jaar. ‘We hebben tussen de verkoop van ons huis en totdat we in het nieuwe huis konden nog een half jaar gewoond in een ruimte van drie bij zeven meter. Het was kamperen en eigenlijk heel knus’, zegt Pieter.

En het bleek nóg gezelliger te worden. Ze hadden iedere week bouwoverleg met de architect. Pieter ging daar aanvankelijk met een knoop in zijn buik naar toe. Om de sfeer erin te krijgen goot de architect er sterke drank in. Pieter: ‘Met een grappaatje op werd het heel aangenaam.’

Ilse: ‘Ik zag nooit tegen de bouwvergaderingen op. Als ik iets met Pieter doe, dan komt alles weer goed. Samen iets doen, daar waren we altijd goed in. We zijn complementair.’

‘Ik was niet opeens weer smoorverliefd, de liefde is nooit weg­geweest. Ik hou van sterke vrouwen’

Pieter: ‘Ilse is van de grote plannen, ik ben de regelaar, als iemand nee zegt vind ik het juist leuk worden. In die tijd had ik wel eens een scharreltje. Maar niemand kon tippen aan Ilse; ze is slim, leuk en de moeder van mijn kinderen.’

Ilse: ‘Toen het na een vakantie met mijn vriendje uit ging en ik met de kinderen in Frankrijk zat en er problemen op mijn werk waren, belde ik meteen Pieter en vroeg hem “Kom je me halen?” Het was de eerste zomer na de scheiding. Hij was toch mijn man. Ik denk dat we voor die ingewikkelde manier van scheiden kozen omdat we eigenlijk geen afscheid van elkaar wilden nemen.’

Toen ze er uiteindelijk in trokken, in de omgebouwde school in de Pijp, was de relatie weer op de rails. Pieter: ‘Nee, ik was niet opeens weer smoorverliefd, de liefde is nooit weggeweest. Ik hou van sterke vrouwen en van een onconventionele manier van samenleven.’

Ilse: ‘We hebben een eigen vorm van samenleven gevonden, ik heb niet meer het idee dat ik iets mis. Ik heb andere vriendjes gehad, maar niemand is zo leuk als Pieter.’

Vorig jaar op 21 november, ‘pannenkoekendag’, prikten ze een speciaal uitje: ze staken vanaf de Rotterdamse Veerhaven met de watertaxi over naar Hotel New York om daar te gaan logeren. Pieter had een koffertje bij zich met stiekem daarin ringen, glazen en champagne. Ruim twintig jaar daarvoor zat dezelfde inhoud in een AH-tasje. Midden op de Maas ging hij op zijn knieën. Op 21 juni besloten ze elkaar opnieuw het ja-woord te geven. Pieter: ‘We waren zo ontdaan over de trouwplannen dat we vergaten de kinderen te bellen om het te zeggen.’

Ilse: ‘Het was eigenlijk begonnen met het plan om een feestje te geven, samen met de kinderen. De aanleiding was dat het best raar was dat we helemaal niks hadden geregeld voor ons nieuwe huis en de kinderen voor het geval dat een van ons zou komen te overlijden. We wilden dat vastleggen bij de notaris en dan iets gezelligs gaan doen. Ik wist niet dat Pieter me ten huwelijk zou vragen.’

Pieter: ‘Ik ben een romanticus, het zou net als de eerste keer moeten.’

Medium 2 dsc 8952
Ilse en Pieter met Elske, Ties, Jikke en het eerste kleinkind op hun tweede huwelijksdag. 2017, Amsterdam

Voor de voltrekking in het stadhuis kozen ze voor een flitshuwelijk. In tien minuten, alleen met de kinderen en één kleinkind, de zoon van de 24-jarige Ties. Ze halen foto’s te voorschijn. Het gezin staat lachend voor een brandweerauto die is omgebouwd tot camper waarmee ze vroeger op vakantie gingen. Die was later verkocht. Pieter had met de eigenaar geregeld dat ze daarmee naar het stadhuis zouden rijden en daarna naar het feest in strandtent Timboektoe in Wijk aan Zee. Je ziet ze op een foto zitten aan een lange tafel met familieleden en vrienden, inclusief een van de vriendinnen uit het kippenhok die uit de VS was overgekomen.

Die dag was het tropisch warm. Pieter draagt een korte broek, een stropdas met zonnebloemen (nog van de eerste trouwpartij) en over zijn witte overhemd bretels. ‘Het was een ander gevoel, vele malen leuker dan toen, dieper, bewuster. Het is bijzonder om tegenover iedereen die je lief is hardop te zeggen dat je van iemand houdt. Ik heb altijd gezegd: “Ik trouw maar één keer en dat is met Ilse”’, zegt Pieter. Hij lacht, en dan zegt Ilse: ‘Het is goed gekomen, dat is echt zo.’

Twee kinderen zijn het huis uit, Jikke woont in het appartement beneden. Ilse heeft het roer omgegooid. Ze heeft onlangs de studie rechten voltooid, haar bestuursbaan bij de uitgeverij opgegeven en begint binnenkort als ondernemer-stagiair bij een advocatenkantoor. Pieter zei meteen: doen! Ilse: ‘De essentie van een huwelijk is dat je elkaar alles gunt. Dat je je leven zó inricht dat je elkaar laat floreren.’