Tv-series - De ‘new nice’

Samen in ‘Hollywoo’

De beste tv-serie over depressie gaat over een acteur, zijn agente en zijn beste vriend zijnde een hengst, een roze poes en een golden retriever. Bojack Horseman past daarmee in een nieuwe reeks opmerkelijk gevoelige tv-series.

‘Bojack Horseman’. Princess Carolyn (Amy Sedaris) en Bojack (Will Arnett). © Netflix

Het nieuwe seizoen van Bojack Horseman eindigt met een montage waarin de verschillende hoofdpersonen de toekomst in worden gestuurd, op weg naar het volgende seizoen, terwijl de kijker Nina Simone op z’n Nina Simone’s broos en dapper op de achtergrond hoort zingen over de ster die ze nooit zal zijn.

Bojack komt thuis uit de tv-studio en ziet zijn huis, een minimalistische villa in de heuvels van Hollywood, leeg en verlaten. Hij beseft dat hij er niets te zoeken heeft, dat hij in feite in zijn eigen leven niets te zoeken heeft. Zijn beste vriend wordt door het meisje dat al jaren om hem heen cirkelt eindelijk de vraag gesteld die in de lucht hangt: ik denk dat je me leuk vindt, maar je doet er nooit iets mee, ben je soms homo? Ik weet het niet, zegt hij gepijnigd, ik ben niet gay, maar ook niet straight. ‘I think I might be nothing.’ Bojacks agente heeft niet door dat ze haar eerste serieuze relatie in jaren aan het opofferen is door al haar energie te stoppen in een nieuw bedrijf, en bij Bojacks vriend-schuine-streep-eeuwige-concurrent wordt aangebeld door zijn ex, een politiek strateeg die hem polst of hij geen gouverneur van Californië zou willen worden.

En ondertussen rijdt Bojack in zijn gele cabriolet de stad uit, de woestijn in, terwijl Nina Simone blijft zingen: ‘Some people play a fine guitar/ I could listen to them play all day/ but anyway/ I try to tell my story’. Bojack duwt zijn voet verder op het gaspedaal, laat het stuur los, sluit zijn ogen, de auto begint fataal te slingeren over de snelweg. ‘We always’, zingt Nina Simone, ‘we always have a story’. En net voordat Bojack een telefoonpaal raakt, remt hij, piepende banden, en ziet hij in zijn ooghoek een groep wilde paarden door de woestijn rennen, met bezwete vacht. Ze lijken volledig zeker van hun doel, van wie ze zijn. Met open mond staart Bojack naar ze – en dan begint de aftiteling.

De vraag is dan, om door te gaan naar de volgende ronde, wat is Bojack Horseman?

A: het nieuwe prestigedrama over Hollywood van betaalzender hbo;

De hele aflevering wacht je als kijker op de cynische grap, iets over klagende vrouwtjes, maar dat moment komt niet

B: een comedy over de Amerikaanse celebrity-cultuur aan de hand van een roman van Bret Easton Ellis;

C: een tekenfilmserie over een paard, een kat, een golden retriever in een antropomorfische wereld waarin mensen en dieren door elkaar heen leven.

Indien u C heeft ingevuld gaat u door en bent u nog steeds in de race voor een gloednieuwe ijskast.

Er lijkt zich een kentering af te tekenen in de sitcoms die de laatste paar jaar in de Verenigde Staten worden gemaakt en die op steeds meer waardering kunnen rekenen. Ze zijn verrassend lief. Juist als het gaat om sitcoms die duidelijk gemaakt zijn voor een jong publiek, studenten en twintigers. Normaal gesproken is dat het publiek dat gaat voor hard, harder, hardst. Toonaangevende tekenfilmseries als South Park (1997), Family Guy (1999) en Archer (2010) staan bol van straatwijze verwijzingen naar popcultuur en seks en zijn tegelijk vacuüm gezogen door een volkomen nihilistisch wereldbeeld. Het jachtseizoen is altijd geopend, er is geen onderwerp waar geen grappen over worden gemaakt, racisme, abortus, euthanasie, pedofilie, de series voeden zich met taboes, de grappen kunnen niet grof genoeg zijn.

Vergelijk dat eens met de series die er de laatste jaren voor die doelgroep bij zijn gekomen. De tekenfilmserie Bob’s Burgers (2011) bijvoorbeeld. Over Bob, een corpulente besnorde kok die met zijn vrouw en drie hyperactieve kinderen een armetierige hamburgerzaak runt in een kustplaatsje. De serie is straatwijs, vol verwijzingen naar popcultuur en seks, maar uiteindelijk is ze buitengewoon warm, zijn de personages lief en vergevend voor elkaar. De reeks heeft dezelfde wereldwijsheid, maar weigert het bijbehorende cynisme toe te laten.

Een nog mooier voorbeeld is Aziz Ansari’s Master of None (2015, genomineerd voor zo’n beetje alle Emmy’s), weliswaar geen tekenfilmserie, maar het beste voorbeeld van de ‘new nice’, als je het zo wilt noemen. Inzet van de serie is hoe beginnend acteur Dev – gespeeld, geschreven en geregisseerd door Ansari – standhoudt en relaties aangaat in het steeds vrouwelijkere New York. Een van de mooiste afleveringen begint op een feestje. De kijker ziet Dev in een bar plezier hebben met zijn vrienden, waarna de camera naar zijn vrouwelijke collega draait die op datzelfde feestje een opdringerige vent van zich af moet slaan. Even later lopen Dev en zijn vrienden over straat, bediscussiëren de wereld, de stad is van hen. Zijn collega loopt ook over straat, maar ze steekt herhaaldelijk over om niet langs enge mannen te hoeven lopen. Dev en zijn vrienden besluiten het donkere park te nemen, dat is sneller. Zijn collega loopt met haar telefoon in haar hand, ze heeft ‘911’ al ingetoetst zodat ze alleen op het bel-icoontje hoeft te drukken als de man die haar volgt te dichtbij komt.

Die maandag vraagt Dev haar hoe ze het feestje vond. Leuk hè? Nou, zegt zij, niet echt. De clou van de aflevering is dat Dev geïnspireerd raakt door haar verhaal, overal institutioneel seksisme ontwaart en daar zozeer tegen ten strijde trekt dat hij uiteindelijk zijn baan kwijtraakt – omdat die aan haar wordt gegeven.

De enige manieren om aan de walging te ontsnappen zijn ook weer het resultaat van het succes waarvan hij walgt

Het gekke is: de hele aflevering wacht je als kijker op de cynische grap, iets over klagende vrouwtjes, iets sarcastisch over het feminisme, maar dat moment komt niet. Ansari wordt gewoon niet cynisch. Je zou Master of None daarmee progressief kunnen noemen, maar je zou eerder kunnen zeggen dat de serie ‘gewoon’ aansluit bij de beleveniswereld van de millennial in de grote stad. Sterker, als je een aflevering Master of None hebt gezien en je kijkt daarna een aflevering South Park valt het pas op hoe conservatief South Park eigenlijk is, hoe ouderwets.

Dat brengt ons bij Bojack Horseman. De serie werd in 2014 bedacht door Raphael Bob-Waksberg. Inmiddels zijn we bij het derde seizoen aanbeland, dat deze zomer in première ging en in de Amerikaanse media een van de best besproken tv-programma’s is. Bojack vormt onbedoeld een perfecte brug tussen de old school harde humor van series als South Park en de millennial-sensibiliteit van series als Master of None.

Bojack speelt zich af in Hollywoo (de ‘d’ op het einde is gestolen), waar de titelheld ooit in Horsin’ Around speelde, een mierzoete sitcom over een stoere, vrijgezelle hengst die drie weeskindertjes in huis neemt. Bojack was de ster, in een Bill Cosby-achtige domineestrui. Inmiddels is hij dik en oud, hij teert op zijn royalty’s en beroemdheid en vult zijn dagen met drank, drugs en one-night-stands. Zijn enige vriend is een mens, Todd, die op zijn bank slaapt; zijn meest betekenisvolle relatie is die met zijn agente, een roze poes, Princess Carolyn. De serie begint als uitgeverij Penguin (bevolkt door, inderdaad, pinguïns) hem vraagt zijn autobiografie te schrijven en hij daarbij geholpen wordt door Diane, een vrouw op wie Bojack onherroepelijk verliefd wordt, maar die getrouwd blijkt te zijn met Mr. Peanutbutter, een continu kwispelende golden retriever die in de jaren negentig een even schaamteloos sentimentele tv-serie had.

Aanvankelijk geeft die premisse de makers de mogelijkheid een lachdichtheid van vijf tot tien grappen per minuut te maken. Heel veel over mensen en dieren: alle paparazzi zijn vogels, alle strippers zijn orka’s (de stripclub heet The Blowhole Room), wie oplet ziet in de boekenkast van Princess Carolyn boeken staan met titels als Purrrity en Me Meow Pretty One Day. En heel veel grappen over beroemdheden, seks en drugs: ‘This may be the nitrous and bath salts talking’, zegt Bojack tijdens een weeklange bender, ‘but I want to do some more nitrous and bath salt.’ Net als Master of None speelt de serie met de moderne sensibiliteit voor ras en sekse. Zo is er de verhaallijn waarin Todd een Uber-achtige taxidienst begint met alleen vrouwelijke chauffeurs, speciaal voor vrouwen die zich bij mannelijke chauffeurs niet veilig voelen. De dienst is zo’n hit dat steeds meer mannen ook alleen door vrouwen gereden willen worden, waarop die mannen die vrouwelijke chauffeurs gaan beoordelen op hun uiterlijk, waardoor de vrouwelijke chauffeurs zich niet meer veilig voelen, waarop Todd besluit dat hij chauffeurs moet hebben die zich daarbij comfortabel voelen – dus huurt hij strippende orka’s in voor achter het stuur. Wat begint als nobel feminisme eindigt als commercieel seksisme.

Bojack (Will Arnett) met zijn vriend Todd (Aaron Paul) © Netflix

Met zoveel malle grappen is het moeilijk vol te houden dat Bojack een serieuze onderlaag heeft, zoals het moeilijk is serieus te schrijven over een personage dat Mr. Peanutbutter heet, maar toch is de serie verrassend droevig en verrassend serieus over depressie. Opvallend veel afleveringen eindigen niet met een grap maar met een moment van eenzaamheid. Bijna alle personages worden gedreven door een gevoel van isolement en zelfhaat. Bojack zelf (ingesproken door Will Arnett, die een stem heeft die zo bizar laag en duister is dat Barry White daarbij klinkt als een schooljongen) walgt van het succes dat hij met Horsin’ Around heeft behaald, maar de enige manieren die hij heeft om aan die walging te ontsnappen (zijn rijkdom bijvoorbeeld) zijn ook weer het resultaat van het succes waarvan hij walgt. Het is een vicieuze cirkel – waar de serie zelf overigens aan ontkomt, doordat de bijrollen gaandeweg steeds belangrijker worden en steeds menselijker. Het huwelijk tussen de immer vrolijke (want: golden retriever) Mr. Peanutbutter en de immer sombere Diane is een invoelende weergave van eenzaamheid binnen een relatie: hoe meer Mr. Peanutbutter openstaat voor Diana’s emoties, hoe meer hij haar probeert vast te pakken, hoe verder ze hem van zich af duwt.

Wat dat betreft is de rol die de sitcom Horsin’ Around in de serie speelt veelzeggend: alle cynische personages drijven er de spot mee, iedereen benadrukt hoe clichématig en slecht de serie was, en tegelijk kijkt iedereen er met een zekere nostalgie naar terug. Want ze toonde een wereld die sentimenteel was, maar geborgen, met een gevoel van eenheid en saamhorigheid. Precies wat de eenzame zielen in Hollywoo nodig hebben.


Bojack Horseman en Master of None zijn te zien via Netflix