Televisie: ‘The Boys Next Door’

Samen koken

Bobbie Fay Brandsen legt in haar eindexamenproductie haar nieuwe buurjongens vast. Jonge vluchtelingen die afgesloten zijn van alles wat ze dierbaar is. ‘Are you happy?’ vraagt ze als ze de sleutel krijgen van hun nieuwe woning.

Aan rondweg A10 in Amsterdam staat sinds vorig jaar ‘Startblok Riekerhaven’, een complex van 565 wooneenheden. De helft van de kamers-met-sanitair (23 m2) is bestemd voor jonge vluchtelingen die net een verblijfsvergunning hebben en uit verschillende culturen afkomstig zijn. De andere helft is bedoeld voor ‘Hollandse’ jongeren, uit de wijk, of studenten. Huisvestingsproject dus, met als nevendoel een vorm van integratie. Bobbie Fay Brandsen, studente, besloot er te gaan wonen. En omdat ze de studierichting documentaire op de Filmacademie doet maakte ze haar eindexamenproductie over het project.

Medium screen shot 2017 10 11 at 10.50.33
Videostill uit de trailer van The Boys Next Door © Bobby Fay Brandsen

Zij heeft (net als de meeste van haar Nederlandstalige medebewoners) een open houding, is zich bewust van de precaire situatie van vluchtelingen en van haar eigen bevoorrechte positie dankzij een veilige jeugd. Ze wil, door in het ‘Startblok’ te gaan wonen, iets bijdragen. In dubbele zin: door het ideaal letterlijk ‘te leven’ en door er bekendheid aan te geven via haar eigen medium. Haar vader helpt haar verhuizen en spreekt zowel aarzeling als vertrouwen in de kracht van zijn dochter uit. Zou die aarzeling kunnen zitten in ‘zoveel jonge jongens bij elkaar uit gemeenschappen waarin over rechten, plichten en gewenst gedrag van vrouwen beduidend anders wordt gedacht dan in eigen culturele kring’? Eén scène gaat daar expliciet over: in de huiskamer van een aantal Eritrese jongens gaat Bobbie, lachend, in het Engels, de confrontatie aan: ‘We zouden samen eten vanavond. Dachten jullie: Bobbie cooks cause Bobbie woman? Zaten jullie te wachten tot ik zou beginnen?’

Lachend geven de jongens toe. En dus legt zij uit dat het hier anders gaat: samen boodschappen doen, samen koken. Ik vermoed dat koken niet de eerste zorg van vader was en dat de jongens niet prompt bekeerd zijn. De kracht van de film is dat je dit project van binnenuit ziet. Waardoor je niet alleen beseft maar tot op zekere hoogte ook (weer even) voelt wat het betekent vluchteling te zijn en te belanden in een deel van de wereld waarvan je taal noch codes kent en begrijpt. Terwijl je vaak letterlijk en figuurlijk afgesloten bent van allen die je dierbaar zijn, en alles wat je dierbaar is. Dat zeggen sommigen, maar meer nog zie je dat aan gezichtsuitdrukkingen, lichaamstaal. Juist ook als er iets georganiseerd wordt waarop sommigen zich vermaken, maar anderen extra de pijn en het ongemak lijken te voelen. Salihou uit Senegal speelt basketbal in z’n eentje, op zijn kamer, zonder bewegen wordt hij gek. Langzamerhand blijkt dat louter idealisme niet genoeg is om het achterliggende doel te bereiken. De leraar van de taalcursus wordt wanhopig van een niet meewerkende groep. Op de afdelingsvergadering komen vooral de ‘Hollanders’ opdagen. Dan moeten de notulen het werk maar doen, hoopt Bobbie. De kloof blijft vaak groot. ‘Are you happy?’ vraagt Bobbie op de dag dat zij en haar medebewoners de sleutel krijgen. En ik denk aan het antwoord van de joodse refugee in de VS: ‘Happy, yes, aber glücklich bin ich nicht.’


Bobbie Fay Brandsen, The Boys Next Door, BNN/Vara 3Lab, zondag 15 oktober, NPO3, 23.25 uur