Samen lezen

Het is een van de betere momenten in het recensentenbestaan: met blanco blik een boek van een ongekende auteur openslaan, waarop het door de wol geverfde leeshoofd al na enkele bladzijden de eerste signalen doorgeeft dat er meer rechtop gezeten dient te worden, omdat hier iets bijzonders aan de hand is. En toen giechelde de olifant van Hans Manz is zo'n boekje. De Zwitserse auteur heeft de pensioengerechtigde leeftijd al bereikt, debuteerde in 1968 en is in eigen land en in het Duitse taalgebied bekend en gelauwerd. Op grond van deze giechelolifant lijkt me dat terecht, waarbij direct het illustratieve aandeel van Verena Ballhaus genoemd moet worden, als een niet weg te denken onderdeel van de lezerspret.

Voor de kleine Eva vormt de woensdagmiddag het hoogtepunt van de week. Dan past haar grootvader op haar, en opa is een meesterverhalenverzinner. Later blijkt hij schrijver te zijn en zijn kleindochter als eenpersoons proefpanel te gebruiken. Eva stelt namelijk precies de goede vragen om een verhaal te laten groeien: hoe heet de hoofdpersoon en hoe groot is hij, waar ligt het bos waaruit de vos te voorschijn sluipt en wat voor soort vos is het? Een schuwe vos, zegt sluwe opa, hij rent namelijk onmiddellijk zijn bos weer in, verhaaltje uit en Eva aan haar huiswerk… Opa ‘leert’ zijn kleindochter van alles over verhalen. Elk onderwerp is goed en niets is onmogelijk. Mocht er een nijlpaard aan de deur komen, heet hem dan hartelijk welkom en biedt hem een stoel aan. 'En als hij is gaan zitten, help hem dan meteen weer op de been. Niet de stoel. Daar is niets meer aan te doen. Maar het nijlpaard.’ En wanneer Eva voor school over een boom moet schrijven, blijkt er meer te melden dan over wortels en stam, knoppen, bladeren en vruchten. Dat is geen hele boom. Het moet ook gaan over vogels, wind, ritselen en ruisen, de plekjes onder en in de boom voor een mens. Zo profiteert en geniet het tweetal van elkaars vragen, antwoorden en aandacht. Hans Manz heeft zijn springerige filosofietjes simpel, kernachtig en op licht absurdistische toon neergeschreven. Leestechnisch hoef je lang niet volleerd te zijn om de olifant duidelijk te horen giechelen. Bovendien zijn de bladzijden rijkelijk gesierd met grappige, heldere pentekeningen, is er veel wit om de ogen even te laten rusten en ook typografisch is er allerlei leuks te beleven. Toch lijkt dit boekje me bij uitstek geschikt om in navolging van opa en Eva als kind en volwassene te delen. Wanneer de tekst iets te abstract wordt, biedt de bovenkant van de pagina’s uitkomst. Daar is de verhaallijn letterlijk te volgen via een minuscuul stripje, waarin een potlood personages en attributen te voorschijn tovert, precies zoals ooit in het onvergetelijke boekje over Paultje en zijn paarse krijtje. Ballhaus’ tekenstijl sluit wondermooi aan bij het wezen van de tekst. Zo resulteert het virtuoze samenspel van schrijver en illustrator in een kleine en inspirerende rondleiding door het universum van de verbeeldingskracht.